• A
  • A
  • HBO worstelt met Schnabel

    - De ene HBO-voorman noemt Onderwijs2032 “een gemiste kans” en zegt: “Er is niets nieuws onder de zon, schreef de Prediker al. Dat blijkt ook hier.” De andere noemt het “een afgewogen balans.” Kortom, de meningen zijn verdeeld. Op een centraal punt lijkt men het niettemin onderling wel wat eens.

    “Het advies van het Platform Onderwijs2032 over de toekomstbestendigheid van het onderwijs in Nederland biedt een afgewogen balans tussen kennis en praktijk, tussen kwaliteitscontrole en ruimte voor docenten. Autonomie van scholen is noodzakelijk, op alle onderwijsniveaus,” zegt Thom de Graaf, voorzitter van de Vereniging Hogescholen in een eerste reactie op het eindadvies van het Platform 2032.

    “We waarderen de ruimte die in het advies is gegeven aan scholen om in de toekomst zelf keuzes te maken over verbreding en verdieping van een eigen lesprofiel rekening houdend met specifieke regionale omstandigheden. Toch roept het advies ook belangrijke vragen op, zoals die naar de plaats van een gedegen kennisbasis en de aansluiting voortgezet onderwijs bij hoger onderwijs. Wij worden hier als belangrijke stakeholder graag nauw bij betrokken.”

    Inconsistent uit de lucht gevallen

    In de eigen kring van de VH is men over die “belangrijke vragen” en de suggesties tot beantwoording in het document van Schnabel c.s. echter merkbaar minder gelukkig. “Het rapport is inconsistent omdat er twee indelingsprincipes van onderwijsdoelen door elkaar lopen: ‘kennisontwikkeling, persoonsvorming en maatschappelijke toerusting’ enerzijds en de drieslag van Biesta (kwalificatie, socialisatie, vorming) anderzijds. De laatste komt strikt genomen op blz. 25 uit de lucht vallen.”

    “Dit is niet zomaar een academische kwestie. Het duidt er op dat er onvoldoende zorgvuldig is nagedacht over het doel, nauwkeuriger gezegd: het wenselijke doel, van onderwijs. Of is gewoon geprobeerd een consensus-rapport te produceren waarin alle beschikbare inzichten en ‘hypes’ een plekje moeten krijgen?” vragen Kees Boele en Ron Bormans een tikje vilein, ervaren als zij zijn als bestuurders in onderwijsland.

    En de HAN en Rotterdam voorzitters zetten daar iets nadrukkelijk tegenover, dat aangeeft dat zij het stuk juist helemaal geen afgewogen balans vinden vertonen. “Is het niet veel interessanter en relevanter om na te denken over persoonsvorming en kwalificatie vanuit de grote variëteit in leerling- en studentpopulatie op weg naar het hoger onderwijs, waar die variëteit in studentkenmerken ook nog eens gepaard gaat met grote ambiguïteiten in de samenleving en professionele omgevingen die steeds minder eenduidig zijn.”

    Wellicht onderbelicht

    “De samenleving die een zekere ordening kende van redelijke uniforme leerling- en studentpopulaties en duidelijk gedefinieerde beroepen is getransformeerd in een samenleving van grote diversiteit. Een die zoekend is in haar waarden, soms zelf bol staat van spanningen in dit opzicht, en een toenemende complexiteit laat zien in de beroepenstructuur. In die wereld verdienen onze leerlingen en studenten 'leiding' en die zal toch van docenten moeten komen; niet van een curriculum, niet van een methode, niet van een computer, maar van docenten.”

    Op dat laatste punt heeft De Graaf ook wel enige aarzeling, zo blijkt uit zijn tekst. “De kwaliteit van ons onderwijs wordt voor een groot deel bepaald door de kwaliteit van onze docenten: ‘Daarom zullen deskundige, gezagvolle, wijze docenten, echte onderwijzers dus, in de toekomst alleen maar belangrijker worden,’ zo stelde Kees Boele tijdens dat debat [bij de Nieuwjaarsreceptie van de VH]. In het nu gepresenteerde advies van Platform2032 is de rol van die docent wellicht nog wat onderbelicht.”