• A
  • A
  • Nederland voorloper in medezeggenschap

    (foto: Jason Riedy)

    (foto: Jason Riedy)

    - In geen van de omliggende landen is de betrokkenheid van studenten en medewerkers bij het bestuur in het HO beter geregeld dan in Nederland. Dit schrijft minister Bussemaker aan de Kamer naar aanleiding van een onderzoek dat zij heeft laten uitvoeren naar bestuursmodellen in de ons omringende landen.

    Aanstaande donderdag vergadert de Tweede Kamer over de wet Versterking Bestuurskracht. Bij de behandeling van de intitafnota ‘De nieuwe Universiteit’, van Jasper van Dijk (SP) heeft de minister al beloofd om onderzoek te doen naar de bestuursmodellen in het HO van de ons omringende landen. Bussemaker gaf in dat debat te kennen dat,  “hier studenten toch al snel tegenover het bestuur van de universiteit staan.” De minister was naar eigen zeggen "bereid om die voorbeelden uit het buitenland eens wat uitgebreider te beschrijven, want dat kan de discussie hier in Nederland helpen en voeden.”

    Minder in de wet vastgelegd

    Deze QuickScan is nu klaar en de minister komt tot de conclusie dat er wettelijk veel is vastgelegd ten aanzien van de medezeggenschap in vergelijking met andere landen. “Wanneer we het Nederlandse bestuursmodel en de benoemingsprocedure vergelijken met de modellen in het buitenland, valt een aantal zaken op. In het buitenland is er ten aanzien van bestuursbenoemingen en de betrokkenheid van studenten en docenten minder in de wet vastgelegd en verschilt het bestuursmodel vaak per universiteit.”

    Ook de bestuursvorm is in het buitenland anders, met als effect dat studenten en medewerkers daar een minder belangrijke stem hebben. “Tegelijkertijd zien we dat in het buitenland naast het dagelijks bestuur ook een algemeen bestuursorgaan bestaat. Dat algemene bestuursorgaaan bestaat naast dagelijkse bestuurders vaak uit academici, studenten en externen. Daarbinnen hebben studenten dus wel een stem, maar dat is slechts een (klein) deel van het grote geheel.”

    Overheid grote rol bij benoemingen

    Verder valt volgens de minister op dat in het buitenland de invloed van externen, zoals werkgevers maar ook de overheid een grotere rol spelen in de bestuursstructuur. “Zo is de rector in het Verenigd Koninkrijk vaak een externe die geen onderwijs geeft aan de universiteit, heeft bij de Vlaamse universiteiten een vertegenwoordiger van de overheid zitting in het bestuursorgaan en speelt de overheid in Duitsland en Scandinavië een grote rol bij benoemingen.”

    De minister benadrukt dat met haar nieuwe wet Versterking Bestuurskracht de toch al stevige wettelijke vernakering van de medezeggenschap alleen nog maar vergroot wordt. “In het Nederlandse model is, zeker met de maatregelen in het wetsvoorstel Versterking Bestuurskracht Onderwijsinstellingen, meer in de wet vastgelegd over bestuursbenoemingen en de betrokkenheid van studenten en docenten dan in andere Europese landen.”

    Talloze vormen denkbaar

    Ook bij het benoemen van bestuurders heeft de medezeggenschap veel rechten en vrijheid om het proces vorm te geven. “Studenten en personeel hebben via de medezeggenschap drie momenten van inspraak bij de benoeming van een nieuwe bestuurder. Dit geldt voor alle universiteiten en hogescholen. Dat die drie momenten wettelijk worden vastgelegd, betekent niet dat dat de enige mogelijke vorm van betrokkenheid is. Daarnaast zijn er nog talloze vormen van betrokkenheid denkbaar, waarbij de praktijken in het buitenland als voorbeeld kunnen dienen voor instellingen om deze in de praktijk te brengen. Zo is het denkbaar dat er een zoekcommissie of benoemingsadviescommissie wordt ingesteld waarvan studenten of docenten lid zijn.”

    Minister Bussemaker benadrukt dat zij veel waarde hecht aan die vrijheid van de instellingen bij de sollicitatieprocedure van nieuwe bestuurders, daarom wil zij dit ook niet per wet vastleggen. “Iedere instelling heeft de ruimte om het proces zo in te richten dat het voor de individuele instelling passend is. Dat wil ik dan ook niet vooraf in de wet voor iedere instelling vastleggen maar laat ik aan de instellingen. Wel wil ik dat op iedere instelling naast het hoorrecht de medezeggenschap in ieder geval advies geeft over het profiel en de benoeming van de te kiezen bestuurder.”