• A
  • A
  • Niet alleen mooie kreten

    - Studentmentoren inzetten in het onderwijs in een wereldstad vergt veel energie en expertise. Rotterdamse HBO-mensen gingen hun project daarmee ‘op Zuid’ daarom laten inspireren door collega’s in grote Amerikaanse steden. "Not to save, but to serve. Spreek leerlingen aan op hun kansen, niet op hun tekortkomingen."

    Recent bezocht het programmateam van ‘Mentoren op Zuid’ samen met vertegenwoordigers van VO-scholen uit Rotterdam-Zuid, docenten van de hogeschool en partner Stichting de Verre Bergen de VS om daar kennis te vergaren over mentoring. Waarom naar de VS? Omdat zeker in de bezochte twee steden, Boston en New York City mentoring een integraal onderdeel is van het verbeteren van kansen voor de jeugd. In de VS is veel ervaring is opgedaan bij het inzetten van mentoren als onderdeel van het supportsysteem voor leerlingen.

    In Rotterdam is Mentoren op Zuid nu ruim twee jaar op weg en de ambitie is om jaarlijks uit te breiden. Aangezien het programma wordt uitgevoerd met het onderwijsveld en andere parterns is het van belang, dat we een gedeelde visie hebben over studentmentoring en de aanpak; “Wat kan de meerwaarde zijn van het inzetten van studentmentoren en hoe kun je die meerwaarde realiseren?’

    Beide leren van mentoraat

    Rotterdam is een stad waarvan de bevolkingssamenstelling in enkele decennia sterk is veranderd. Een substantieel deel van de bevolking staat op sociale en economische achterstand ten opzichte van de rest van Nederland en de andere grote steden. In Rotterdam Zuid is dat het meest zichtbaar. Daar stapelen de problemen zich op economisch, fysiek én sociaal gebied op.

    De meeste kinderen en jongeren in Rotterdam Zuid kunnen extra één-op-één aandacht gebruiken bij het huiswerk, bij het kiezen van een vervolgstudie of bij het ontdekken van hun talent en hun algehele welzijn. Omdat ze niet zo ver van hen afstaan kunnen studenten uit het hbo of wo een goede mentor zijn voor leerlingen uit het primair en voortgezet onderwijs op Rotterdam Zuid.

    Hogeschool Rotterdam is vanuit het Expertisecentrum Maatschappelijke Innovatie (EMI) in het studiejaar 2013-2014 begonnen met het programma Mentoren op Zuid. Dit programma gaat uit van de win-winsituatie van studentmentoring; de mentee leert van de studentmentor, de studentmentor leert doelmatig begeleiden en vergroot zijn ervaring in een grootstedelijke context.

    Het programma Mentoren op Zuid startte in 2013 met een pilot met 25 studentmentoren. Dit studiejaar (2015-2106) worden er meer dan 500 studentmentoren getraind en ingezet. De studenten begeleiden leerlingen uit Rotterdam Zuid gedurende minimaal een semester. De begeleiding vindt altijd plaats op de locatie van de school van de leerling en de studenten worden gedurende de hele periode begeleid door een hogeschool docent. De doelen van de mentoring zijn: talentontwikkeling, het bevorderen van de schoolcarrière, het vergroten van zelfvertrouwen en de wereld van de mentee. De ambitie is om in 2019 minimaal 2000 studenten van Hogeschool Rotterdam in te zetten als studentmentor.

    Now is the time

    Nu, met de reis achter ons is het tijd om een balans op te maken van de leerervaringen en hoe we die kunnen vertalen naar het hbo, het onderwijsveld op Zuid en naar het programma Mentoren op Zuid in het bijzonder. Now it’s the time to join the mentor movement in Boston! aldus de reclameposters in de Bostonian subway.

    Mentoring en het inzetten van pathways om studiesucces van leerlingen te vergroten is in de VS wijdverbreid. Hier vertrouwen de bewoners over het algemeen meer op de individuele inspanning die nodig is om wat van het leven te maken dan op de overheid die voldoende steun biedt. Daarom is mentoring, waarbij mensen op vrijwillige basis relatief ongeschoold anderen steunen om het beste uit hun leven te halen, een wijdverbreide aanpak.

    De kennis over mentoring is in de VS groot en vooralsnog is er geen Nederlands equivalent die dat niveau van kennis kan evenaren. Een van de hoogtepunten van onze reis was het gesprek met professor Jean Rhodes, verbonden aan het Center for Evidence-Based Mentoring. Zij onderzoekt al 25 jaar het effect van mentorprogramma’s en waarom bepaalde programma’s effectief zijn, of niet. Het gemiddelde effect van alle mentorprogramma’s bij elkaar opgeteld is behoorlijk laag. Tussen mentorprogramma’s onderling is echter een sterk verschil.

    De manier waarop programma’s worden georganiseerd en uitgevoerd is bepalend voor het resultaat en effect. Leerlingen die hulp nodig hebben, of thuis minder aandacht krijgen om wat voor reden dan ook, hebben het meest profijt van een getrainde en gemotiveerde mentor die zich niet opstelt als hulpverlener en een positieve kijk op de mentee heeft. Een nieuwe ontwikkeling die voortkomt uit onderzoek naar effectiviteit, is het inzicht dat het voor het lange termijn effect van belang is om mentees te leren zelf uit hun eigen netwerk hun mentoren te leren identificeren. Mentees vragen zelf hun mentoren, die zich daardoor gevleid en meer verbonden voelen. Een inzicht waarmee we graag onze eigen methodiek willen versterken.

    De basishouding

    “Een positieve houding van mentoren naar mentees is effectief”, blijkt uit onderzoek van Rhodes, maar is ook wat we de komende dagen zien bij alle mentorprogramma’s waarmee we kennismaken. “Not to save, but to serve” is de basishouding. Spreek leerlingen aan op hun kansen, niet op hun tekortkomingen. Overigens: Jean Rhodes spreekt op 17 maart op de mentoring summit in Heerenveen. Een aanrader voor iedereen die kennis over mentoring wil vergroten (meer info en aanmelden hier).

    De focus van mentoring in de VS voor highschoolleerlingen is vaak in eerste instantie gericht op college access en pas later op college completion (toegang tot hoger onderwijs en het behalen van het diploma). Om tot een vervolgopleiding toegelaten te worden en hiervoor de juiste aanvraag inclusief financiering te regelen is een primaire focus van een aantal mentorprogramma’s die bijvoorbeeld de University of Massachussets uitvoert.

    Sinds kort is er op school en op de vervolgopleiding meer nadruk op loopbaanoriëntatie en de kansen op de arbeidsmarkt. Dat is een verschil met Nederland, waar we zowel bezig zijn met het rendement van de opleiding, als ook de toegankelijkheid en kwaliteit. In Nederland zijn we (nog?) niet zo bezig met de grote financiële barrières waar leerlingen in de VS mee te maken hebben.

    Keuzes maken

    De bezoeken aan de highschools in Boston en NYC maakten grote indruk. Niet alleen op de leden van ons reisgezelschap die werkzaam zijn op een middelbare school op Zuid, hoewel voor hen de herkenbaarheid wel het sterkst was. De drive waarmee de Bostonse highschool De Burke probeert om schoolresultaten van hun leerlingen te vergroten door een nieuwe manier van onderwijs, waarbij de uitgangspunten engagement en pedagogische tact centraal staan spreekt aan. Een inspirerend verhaal. Als je echt gedreven bent om leerlingen uit probleemgebieden de skills mee te geven die noodzakelijk zijn voor verbetering van hun toekomst: ga in de leer bij de directeur van de Burke: Lindsay McIntyre. Wat een powervrouw!

    Scholen in de VS werken met een netwerk van partners om de beste toekomst voor hun leerlingen te garanderen, zeker als het leerlingen betreft die weinig steun uit hun eigen netwerk krijgen. Het helpt als die faciliteiten geïntegreerd zijn binnen de school en onderdeel uitmaken van het pedagogisch klimaat. Mentoring is daarbij een van de schakels in de steunstructuur, maar zeker niet de enige. Per school is er een lappendeken aan steunmaatregelen, elk met een eigen aanpak, doelgroep en (niet onbelangrijk in de VS) financieringsbron, waarvan een heel groot gedeelte uit de particuliere sector.

    Scholen moeten keuzes maken met welke van de vele aanbieders ze gaan werken; de scholen die wij bezochten hadden voor leerlingen en docenten zichtbare partners in hun school, die onderdeel maakten van het schoolklimaat en waarmee ze een langdurige relatie koesterden.

    Culturele competentie

    Ook een leerpunt uit de VS: Mentoring als CV-boost. Mentoring wordt gezien als een uitstekende manier om je coachingsvaardigheid te vergroten en te laten zien dat je maatschappelijk betrokken bent. De motivatie om mentor te zijn was bij veel mentoren die we spraken het principe “giving back to the community”. Zij zijn herkenbare rolmodellen voor leerlingen. De mentoren vinden het belangrijk dat zij hiermee hun “cultural competency” ontwikkelen.

    Het bedrijf iMentor, dat ook bezocht is, heeft grote sponsors uit de financiële sector en bestaat deels bij de gratie dat bedrijven dit doen vanuit hun strategie voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Daarnaast vinden bedrijven het belangrijk dat medewerkers zich inzetten als mentor en zo werken aan hun “cultural competency” Dit is volgens iMentor gedefinieerd als: omgaan met het besef dat je verschilt van anderen, dat iemand een andere levenservaring heeft en dat dit effect heeft op je relatie.

    iMentor bedient nu meer dan 3500 mentorkoppels. Aangezien Mentoren op Zuid ook een sterke groeiambitie heeft, is het interessant om te zien hoe iMentor kwaliteit met kwantiteit combineert. Opvallende onderdelen daarbij zijn een helder werkmodel, een goed curriculum dat structuur biedt aan de mentor en mentee en een consequent en consciëntieus onderzoek van alle te nemen stappen en resultaten.

    Herkenbare uitdaging

    Het concept van giving back en cultural competency is herkenbaar voor de Rotterdamse studentmentoren en de verbinding met hun mentees op Zuid: Mentoren op Zuid kent studenten die zelf eerste generatie student zijn en daarom zeer gemotiveerd zijn om hun jongere stadsgenoten op Zuid te steunen, te motiveren en de weg te wijzen. Daarnaast zijn er veel studenten die relatief onbekend zijn met de context van superdiversiteit die je op Zuid vindt. Voor die studenten is het actief zijn op een school die gekenmerkt wordt door superdiversiteit een concrete leerzame en inspirerende ervaring.

    De uitdaging voor het komend jaar is dan ook: ‘hoe kunnen we de waarde van onze studentmentoren en onze hogeschool voor de leerlingen uit Rotterdam-Zuid vergroten? Hoe laten we zien, met de hogeschool, het bedrijfsleven en gemeente Rotterdam, dat het zinvol is om mentor te zijn?’

    Daar gaan we met het scholenveld op Zuid verder aan bouwen. Onze studenten laten al zien dat giving back, en het bouwen van cultural competency niet alleen mooie kreten uit de VS zijn.

    Nienke Fabries
    Programmamanager Mentoren op Zuid