• A
  • A
  • Student uit spits benadeelt intensiever HO

    - De Taskforce Beter Benutten is strijdig met het beleid van Bussemaker. Drie Leidse promovendi vragen zich af of er voldoende is nagedacht over de consequenties van het idee dat het HO de spitsproblemen van de NS moet oplossen. De eis van intensiever onderwijs betekent meer gebruik OV-kaart.

    De Taskforce Beter Benutten wil de komende jaren met behulp van regiotafels HBO en WO stimuleren hun studenten minder gebruik te laten maken van het openbaar vervoer, met name in de spitsuren. Het idee is dat dit tegen 2025 tot 200 miljoen besparingen zou opleveren. NS-chef Rogier van Boxtel heeft minder geduld hij wil al in het huidige collegejaar universiteiten en hogescholen forceren hun roosters aan te passen opdat de spitsproblemen op het spoor gereduceerd kunnen worden. De Leidse promovendi Daniëlle van Osch, Carola van Eijk en Eduard Schmidt analyseren hoe de beleidsvisie van minister Bussemaker in haar HO-strategie hierdoor ernstig onder druk komt te staan.

    “Tegen het einde van 2015 presenteerde de ‘Taskforce Beter Benutten Onderwijs en Openbaar Vervoer’ zijn onderzoek naar de mogelijkheden om de kosten van de ov-studentenkaart omlaag te brengen. Direct na dit rapport reageerden universiteiten, hogescholen, studentenorganisaties en de NS op de uitkomsten hiervan.

    Wenkbrauwen fronsen

    Laten we voorop stellen dat het goed is dat de taskforce adviseert de ov-studentenkaart in z’n huidige vorm te behouden. De oplossingsrichting dat studenten minder frequent en buiten de spits moeten gaan reizen, doet echter vele wenkbrauwen fronsen. De uithaal van NS-topman Roger van Boxtel naar het hoger onderwijs doet dat zelfs nog meer. Van Boxtel lijkt de aanbevelingen van de taskforce te ondersteunen. Als medewerkers van een hoger onderwijsinstelling vragen wij ons echter af of er voldoende is nagedacht over de consequenties van de gedane aanbevelingen en wel om een drietal redenen.

    Zo bestaat allereerst het risico van tegenstrijdig beleid. De aanbevelingen die worden aangedragen kunnen een besparing opleveren tot 205 miljoen! Goed nieuws, want dit bedrag kan geïnvesteerd worden in beter onderwijs. Ideeën die het ministerie van OCW in de Strategische Agenda Hoger Onderwijs aanhaalt voor de verbetering van het onderwijs, zijn onder andere kleinschalig en intensief onderwijs en het stimuleren van een Leven Lang Leren.

    Hersens laten kraken

    Om deze doelstellingen te kunnen behalen, zijn er volgens minister Bussemaker meer docenten nodig. De aandacht voor de individuele student moet worden vergroot: studenten "moeten niet alleen naar iets luisteren, maar ze moeten met elkaar en met hun docenten echt hun hersens laten kraken en nieuwe kennis ontwikkelen," aldus de minister tegen de NOS.

    De eis van kleinschalig onderwijs betekent een verhoging van de capaciteit van zowel onderwijsgebouwen als -personeel. De grote aantallen studenten en de verschillende eisen met betrekking tot onderwijs zorgen echter nu al voor behoorlijk wat gepuzzel en niet aaneengesloten roosters (dit is nog zacht uitgedrukt). Te denken valt aan de eis dat studenten hun docenten fysiek moeten kunnen spreken; één van de onderdelen van de prestatieafspraken tussen hoger onderwijsinstellingen en de minister. Verplichte contacturen zijn dit. Dit vereiste kan zeker leiden tot meer kwaliteit.

    Niet de weg naar beter onderwijs  

    De aangedragen oplossing van de taskforce om meer online cursussen aan te bieden lijkt hiermee in tegenspraak te zijn en juist uit te gaan van minder fysieke contacturen. Een digitaal college kan de meerwaarde van de ontmoeting tussen studenten en de academie echter niet volledig ondervangen, omdat discussie en interactie bemoeilijkt worden. Leren op afstand is niet de weg naar beter onderwijs, maar moet eerder gezien worden als een aanvulling op reguliere contacturen.

    Het tweede punt, een Leven Lang Leren, betreft het vergroten van de mogelijkheden om  bijvoorbeeld werkenden in de avond colleges te laten volgen. Het belang hiervan kan niet genoeg benadrukt worden. Tegelijkertijd moet ook beseft worden dat dit het nodige vraagt van de flexibiliteit van docenten. Het geschetste beeld dat onderwijsgebouwen leeg staan na drie uur herkennen wij niet. Bovendien hebben ook zogenoemde ‘dagstudenten’ regelmatig colleges tot vijf of zelfs zeven uur; wanneer dit nog verder verlaat moet worden betekent dat een nog grotere druk op de flexibiliteit van instellingen én docenten.

    Onhaalbaar voor de instellingen

    Ten derde oppert de taskforce om voor studenten die verder weg wonen een ander onderwijsrooster te hanteren. Dit creëert een tweedeling tussen studenten. Onhaalbaar voor de instellingen, oneerlijk en wellicht klasse gerelateerd voor studenten omdat door de afschaffing van de basisbeurs studenten langer thuis (moeten) wonen. De laatste aangedragen oplossing – ‘kies de fiets’ – is zeker een optie voor diegene die op fietsafstand wonen van hun onderwijsinstelling. De overvolle fietsenrekken voor onderwijsinstellingen doen echter niet vermoeden dat hier een onbenutte kans ligt.

    Roger van Boxtel vroeg in de media om “een beetje lenigheid van geest” aan de kant van de onderwijsinstellingen. De suggestie wordt gewekt dat dit ook in het eigen belang is van de instellingen. De realiteit is echter dat de aangedragen adviezen van de taskforce op het eerste gezicht wel erg simpel lijken; het hoger onderwijs is geen fabriek.

    Het idee dat met een roosterwijziging niet alleen een kostenbesparing wordt behaald maar ook het NS probleem van overvolle treinen wordt opgelost, creëert een nieuwe problematiek. De taskforce lijkt dit actuele probleem af te wentelen op het hoger onderwijs, zonder de consequenties volledig te overzien. Het wachten is op de volgende taskforce die met deze problematiek aan de slag gaat.”

    Daniëlle van Osch, Carola van Eijk en Eduard Schmidt zijn als promovendi werkzaam bij het Instituut Bestuurskunde, Universiteit Leiden.