• A
  • A
  • Met hartstocht lesgeven in het Engels

    (foto: Caleb Roenigk)

    (foto: Caleb Roenigk)

    - “We moeten weg van de emotionele discussie waar ook de onderbuik een rol speelt.” UM-voorzitter Martin Paul doet de oproep om op basis van feiten de discussie te voeren over Engelstalig onderwijs op de universiteit. In het Trippenhuis organiseerde de VSNU een symposium hierover.

    De Engelse taal is bezig aan een opmars in het hoger onderwijs. Door internationalisering van de universiteiten is de lingua franca van de wetenschap ook steeds vaker de taal in de collegezaal. Waarom kiezen opleidingen voor het Engels als voertaal? Welke waarborgen voor de kwaliteit van het onderwijs zijn van belang? De VSNU ging hierover in debat in het Trippenhuis bij de KNAW.

    Een heel stevig debat

    José van Dijck, president van de KNAW opende het VSNU-symposium en wist uit eigen ervaring hoe actueel en fel dit debat is. “Het Engels in het onderwijs is een hot topic, wat we hier bespreken is zo ontzettend actueel en relevant voor iedereen die werkzaam is in het universitair onderwijs. Op mijn afdeling op de UvA is het dé discussie die de afgelopen tijd gevoerd is. ‘Gaan we de bachelor Media en Cultuur die altijd in het Nederlands is geweest nu in het Engels geven?’ Dat is een heel stevig debat geweest en dat komt omdat de voor- en tegenstanders met heel verschillende argumenten komen. Blijkbaar is dit dus een heel actueel onderwerp dat hier besproken wordt.”

    De president kondigde ook aan dat de Akademie momenteel bezig is om hier een advies over te schrijven. “De KNAW is ook bezig om een advies voor te bereiden. We willen met die verkenning handvatten aanreiken aan de minister, zodat de verschillende sectoren en vakgebieden weloverwogen keuzes kunnen maken. Deze commissie gaat een aantal voorwaarden schetsen, met verschillende perspectieven waarbij al die belangen aan bod komen.”

    Dalende trend keren

    De volgende spreker was Ruud Meulenbroek, opleidingsdirecteur van psychologie aan de Raboud Universiteit. Hij zette uiteen wat zijn argument was om de bachelor ook in het Engels aan te gaan bieden. “Toen ik drie jaar geleden onderwijsdirecteur werd had onze opleiding psychologie met een dalende instroom te maken van 450 studenten, dat was onze numerus fixus, naar 350 studenten. Een aantal jaren konden we dat wel hebben, maar de tijdelijke staf moest ik steeds meer laten gaan, aantallen spelen toch een rol. Ook het aantal Duitse studenten daalde bij ons. De teruggang was zorgelijk dus er was wel een reden om daar iets aan te doen.”

    De analyse en oplossing van Meulenbroek om deze dalende trend te keren was om naast zijn Nederlandstalige bachelor ook een Engelstalig variant aan te gaan bieden. “Wij zagen op diverse plaatsen in Nederland  Engelstalige bachelors psychologie ontstaan en daar stegen de aantallen wel. Dus toen besloten we om ons programma ook Engelstalig te gaan aanbieden.”

    De instroomcijfers laten volgens Meulenbroek zien dat dit een succesvolle keuze is geweest, maar met verstrekkende gevolgen. Hij gaf de zaal daarom ook een waarschuwing mee.  “Als onderzoeker heb ik geleerd niet om twee dingen tegelijk te veranderen, zowel de opleiding Engelstalig maken en ook de numeris fixus invoeren bleek niet verstandig. Dat wil ik graag als waarschuwing meegeven.”

    Meulenbroek liet zien dat de instroom voor het komend jaar explosief is gestegen. “De effecten van deze twee ingrepen zijn dat onze instroom naar 350 studenten is gestegen naar een ongewogen aantal aanmeldingen van 1700 studenten voor de bachelor. Dat zijn studenten die zich voor 4 of 5 studies inschrijven. Gewogen zijn het 1200 studenten, nog altijd heel veel! Een kwart kiest voor de Nederlandse track, driekwart voor de Engelse track. We hebben 1000 studenten uit Duitsland erbij gekregen en 250 studenten met een andere internationale achtergrond.”

    Taal als marketing

    Paul Frissen, decaan van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur had in zijn bijdrage wel kanttekeningen bij de motieven van de Radboud Universiteit om ook een Engelstalige opleiding aan te bieden. “Wat mij in dit verhaal uit Nijmegen treft is dat onder het mom van taal het gewoon om marketing gaat. Ik vind dit een verkeerde discussie. Toch zou ik deze discussie over taal in het hoger onderwijs wel van een principiële kanttekening willen voorzien.”

    Frissen stelde de vraag of het aanbieden van Engelstalige opleidingen wel een goede besteding is van publieke middelen. “Als ik minister van onderwijs zou zijn, dan zou ik toch niet helemaal zeker weten of ik dit nu wel een goede manier van besteding van publiek geld zou vinden. Als de opleiding psychologie in Nijmegen of waar dan ook uit commerciële  grondslag Engelstalige opleidingen gaat aanbieden, lijkt mij niets aan de hand. Maar als publiek geld wordt gebruikt om hoger onderwijs te verzorgen in Nederland. Dan is het argument van de taal opeens een taalpolitiek argument geworden. In een aantal landen is zelfs in de grondwet opgenomen om de taal van de gemeenschap te beschermen. Dus ik zou zeggen wat zijn de criteria? Als het kenobject van de discipline talig van aard is, dus taal onderwerp van studie, dan kan het niet zo zijn dat Engels vanzelfsprekend de dominante taal is.”

    Nederlands moet mogelijk blijven

    Martin Paul, voorzitter van de Universiteit Maastricht en met een uitgesproken mening over deze kwestie ging tijdens de paneldiscussie in op het verwijt dat hij alle bachelors in het Engels wil aanbieden. “Het is niet zo dat wij denken op de Universiteit Maastricht  dat wij alle bacheloropleidingen Engelstalig aan willen bieden. Daar is geen sprake van. Momenteel is 30% van alle bachloropleidingen in het Engels. Ik vind dat in de toekomst voor iedere Nederlandse student die Nederlandstalig onderwijs wil volgen ook mogelijk moet blijven.”

    Uit de zaal werd een casus aangedragen uit Groningen, die teruggreep op het voorbeeld eerder die middag van de Radboud Universiteit. “In Groningen kwamen  vier jaar geleden bij de opleiding communicatie 120 studenten, daarna 100, toen 80 en dit jaar komen er 40. Je ziet die aantallen keihard dalen. We hebben de afgelopen week als afdelingsbestuur bij elkaar gezeten en ons de vraag gesteld: ‘wat gaan wij nu doen.’ Dat was geen lange discussie, kan ik u zeggen. Er komt in Groningen heel waarschijnlijk een Engelstalige variant.  De minister kan wel zeggen wij willen dat het Nederlands behouden blijft. Als je dat wil, dan zie je dat niet alleen bij communicatie, maar ook bij heel veel andere opleidingen iets gaat gebeuren wat niemand wil. Dat is dat opleidingen verdwijnen. Niemand wil er over praten, maar dit is wel wat er aan het gebeuren is.”

    Jerom van Geffen, secretaris van de LSVb, wilde nog wel de kanttekening plaatsen en vindt dat de keuze Engels of Nederlands vooral bij de student moet liggen. “Verengelsing van opleidingen moet altijd een onderwijs didactisch doel dienen. Daarnaast is het belangrijk dat je studenten laat meepraten. Zij weten als geen ander wat ze van de opleiding verwachten en ze weten misschien ook wel wat de arbeidsmarkt van ze verwacht. Zorg er in ieder geval voor dat dit het enige criterium is of een opleiding gaat verengelsen. Studenten moeten het willen. Een economisch motief om in het Engels les te gaan geven dat moeten we niet nastreven.”

    Niet altijd de wens van studenten volgen

    Martin Paul kon zich wel vinden in de oproep van de LSVb, maar moest erkennen dat hij niet altijd de wens van de studenten kan volgen. “Ik ben het hier helemaal mee eens, maar wij zijn nu in discussie met onze studenten over het strategisch plan en wij zijn het niet eens geworden. Zij willen dat alles in het Engels wordt gegeven. Wij hebben gezegd: ‘wij blijven tweetalig, wij hebben rechtsgeleerdheid als opleiding daar zal het altijd Nederlands blijven, maar we hebben ook een International Law School daar is Engels de voertaal.”

    Piet Gerbrandy, UvA-docent Griekse en Latijnse talen en culturen en daarnaast ook dichter vroeg zich af of in het Engels met dezelfde geestdrift kan worden onderwezen als in het Nederlands. “Wij hebben het over de vraag of het mogelijk is om adequaat in het Engels onderwijs te geven. Ik denk dat wij dat kunnen en als we dat niet kunnen dan moeten we het leren, maar ik mis een heel belangrijk punt. Onderwijs is niet alleen adequaat overbrengen van informatie, maar is ook bezieling, enthousiasme en liefde. Ik moet de eerste Nederlandstalige docent nog tegenkomen die in staat is om niet in zijn moedertaal, maar in het Engels diezelfde bevlogenheid en hartstocht over te brengen als in zijn moedertaal.”

    De UM-voorzitter - zelf vijftalig - moest dit toch nuanceren. “We moeten weg van de emotionele discussie waar ook de onderbuik een rol speelt. Het is vaak een discussie van: ‘ik denk dat, of ik vind dit. Daarom ben ik blij dat er nu een commissie van de KNAW  gaat kijken naar de feiten en wat de waarde is van meertaligheid. We hebben straks met het KNAW-rapport een handleiding  waar wij gezamenlijk mee uit de voeten kunnen, zowel universiteiten als hogescholen. Tot slot uit eigenervaring. Ik ben zelf vijftalig en het is niet onmogelijk om emotie over te brengen, ik probeer het tenminste hier vandaag.”