• A
  • A
  • Nederland krijgt een acht

    (foto: Sarah Reid)

    (foto: Sarah Reid)

    - “Ons land is vrij goed bezig.” Met het Zorgpact en Techniekpact komt innovatie van onderop, uit regio’s en vanuit MBO, HBO en WO instellingen naar boven. “Die regio-aanpak en triple helix zijn fantastisch,” concludeert Jeroen van der Veer, die lessen trekt met Doekle Terpstra.

    Nu de pacten tussen bedrijven, sectoren, onderwijs en overheden in zowel techniek als zorg volop aan de slag zijn, kijken de trekkers welke eerste lessen daaruit getrokken kunnen worden. Daartoe kwamen OCW, EZ, polder en bedrijfsleven samen met kennisinstellingen uit MBO, HBO en WO bijeen in Den Haag. “We zijn er nog lang niet,” stelde OCW-topambtenaar PO/VO Alida Oppers, ook al is zij net als Bertholt Leeftink van EZ enthousiast geraakt.

    Zij raadde de aanjager van de twee pacten, Doekle Terpstra, aan: “Zoek de idioten op en geef ze volharding. Het Techniekpact is inmiddels rijk aan resultaten, bij het Zorgpact lijkt men soms nog wat afwachtend. Daar kunnen die resultaten er ook komen.”

    Vol veronderstelde regelgeving

    Leeftink zag nog een ander effect van de twee pacten, iets dat overigens VWS-bewindsman Martin van Rijn al eens had geconstateerd op ScienceGuide. “Men moppert graag over regels die innovatie en samenwerking belemmeren. Ik vraag het overal steeds: ‘waar zitten wij je nog dwars?’ Maar dat blijkt lastig concreet te maken. Wel hoor ik vaak de roep dat wij de regie moeten pakken. Is die kritiek op regels dan soms af en toe een alibi, een excuus om dingen te laten bij wat zij zijn?”

    Van Rijn zei daar eerder dit over: “Die houding herken ik best. ‘Het mag niet, denken wij, dus wachten we maar eerst af.’ Dan hoor je over allerlei obstakels die initiatief zouden belemmeren. Voorschriften die ik of mijn ambtenaren zouden hebben afgekondigd.”

    “Mijn houding is dan steeds: ‘hier moeten we het maar even over hebben met elkaar, want als dat zo is, dan is dat dus niet de bedoeling.’ Het blijkt dan vaak dat dit land vol veronderstelde regelgeving zit. Men gaat er vanuit of vertelt elkaar dat er regels zijn die van alles moeten tegenhouden of remmen, regels die en niet zijn. Er is veel ruimte, het Zorgpact is juist bedoeld om die optimaal te laten benutten. Kijk naar het praktijkgericht onderzoek in de zorg. Daar is grote behoefte aan en hogescholen en de beroepspraktijk, de zorginstellingen kunnen dat prima samen organiseren. Ze kunnen daar met stages ook veel doen. Wacht dan niet af, ga dat samen oppakken.”

    Precies op het goede moment

    NVZ-voorzitter Yvonne van Rooy viel Leeftink impliciet bij, want zij erkende dat zij het Zorgpact eerst wat argwanend had benaderd. “Ik dacht ‘er komt met Doekle weer zo’n Haagse controlelaag over ons heen’. Maar het pact kwam precies op het goede moment. Het zorgt voor concrete proeftuinen op belangrijke thema’s waarmee we MBO en HBO actualiseren op de inhoud. Dit lukt nationaal, generiek nooit en ook in zo’n snel tempo niet!”

    SER-voorzitter Mariëtte Hamer analyseerde de regionale, triple helix aanpak van de twee pacten in een brede context van de impact van globalisering en digitalisering op zowel de economie als de kennissector. Zowel de ‘Agenda Stad’ als de ‘kwaliteitsafspraken’ die de SER als alternatief voor het hoger onderwijs formuleerde pasten daar in.

    Voor elke burger en werknemer geldt in onze tijd, dat “je vanaf je tweede moet ontdekken hoe leuk het is om van anderen te leren, zeker als die ander ook echt anders is. Mensen en in wezen heel ons land moeten zich weerbaar en wendbaar maken. Dat betekent bijvoorbeeld dat werkenden hun skills gedurig moeten opfrissen omdat zij flexibeler en in veel  meer, vaker verschillende omstandigheden gaan functioneren,” ziet Hamer. “Je zult je heel je bestaan blijven ontwikkelen.”

    Pleidooi voor Onderwijspact

    Hamer onderstreepte dat onderwijs en sociale innovatie daarom hand in hand moeten gaan met technologische innovatie, wil deze blijvend succes hebben. “Alle partijen aan boord dus.”

    Dit bracht VVD-senator Jan Anthonie Bruijn tot het voorstel om ook een Onderwijspact te overwegen. Een accent op innovatie van onderwijs uit triple helix verbanden in regio’s leek hem  voor veel onderwijsvormen bevrijdend. “Ook het onderwijs kan meer Doekle gebruiken,” voegde hij daar aan toe. “Je zag bij het rapport-Dijsselbloem dat het anders niet wil lukken in de realiteit van de Haagse beleidsaanpak. We blijven centraal sturen en bij elk probleem moet de minister opdraven en een maatregel komen brengen. Het evenwicht tussen sturen en loslaten te vinden, dat blijkt niet zo makkelijk.”

    Daarom zag Rutte’s programschrijver veel in de ‘pact-benadering’ die bij techniek en zorg er wel in slaagt de partijen van onderop en met veel diversiteit in de aanpak tot vernieuwing te brengen. “Wij moeten niet in de weg lopen van de jongeren, talenten, de professionals die zulke vernieuwingen kunnen realiseren.”

    Niet steeds bij nul beginnen

    Yvonne van Rooy vond wat dat betreft het Zorgpact “nu ook al een Onderwijspact en dat is maar goed ook.” Zij stelde vast dat de zorgsector “niet zo goed is in kennisdiffusie. Veel wielen worden opnieuw uitgevonden en projecten voor verbetering beginnen vaak gewoon weer bij nul. In plaats van dat we best practices en zeker ook worst practices delen en er van leren met elkaar.”

    Juist dit element wordt met het Zorgpact veel beter opgepakt. Zij bepleitte hier een versnelling in aan te brengen, nu het pact echt van de grond is gekomen. In een volgend regeerakkoord zou hier nadruk op gelegd moeten worden.

    Alida Oppers van OCW herkende dit signaal meteen. “Loslaten is niet uitzwaaien. Je blijft sterk betrokken, maar als beleidsmakers moet je geduld leren en op je handen durven zitten. Doekle Terpstra hebben we benoemd als ‘aanjager’ bij die twee pacten en daar hoor je ons ongeduld toch wat doorklinken.”

    De ongeruste middenklasse

    Jeroen van der Veer trok een paar conclusies als man van buiten de beleidscycli en voorzitter van de club die Techniekpact en Zorgpact zo succesvol weet te trekken, het Platform Bèta Techniek. Hij wees op een punt dat hem benauwt en te weinig aandacht krijgt. “Nederland heeft nog steeds een fikse jeugdwerkloosheid. Niet zo erg als in sommige zuidelijke landen, maar toch opvallend als we tegelijk zulke tekorten aan goede mensen zien.”

    “Dat raakt ook de grote middenklasse, die daarom ongerust is. Die voelt zich niet echt vooruitgegaan de voorbije twintig jaar. Men heeft zorg om zijn baan, om die voor zijn kinderen, ondanks de goede opleiding die daar toch garant voor zou staan. De mindset van de samenleving is hier traag, men kijkt ouderwets naar technologie en nieuwe kansen.”

    Zo wees Van der Veer er op dat robotisering en digitalisering de bron zijn van “een nieuwe middenklasse.” Volgens hem zullen veel mensen daarin allerlei nieuwe functies gaan vervullen, waarvoor nieuwe skills voor nieuwe sectoren en banen gevraagd gaan worden. “De ceo van Ziggo zei hier net dat hij niet weet waar hij zijn monteurs en technische ondersteuners vandaan moet halen. Daar heb je die nieuwe middenklasse dus al.”

    De twee pacten zag Van der Veer daarom als wezenlijke vernieuwers. “Dat vier op de tien jongeren een technische studie zou moeten doen, werd eerst weggewuifd als onhaalbaar. Inmiddels komt dat duidelijk dichterbij, we zijn al een heel eind, zeker in het WO. Het MBO maakt een inhaalslag. Mijn grote zorg is het vmbo, daar zie je het eerder achteruit gaan.”

    Voorbij het mopperen

    Nieuwe vormen van samenwerking als de Centers of Expertise en CiV’s blijken door het Techniekpact vleugels te krijgen. Ook het Zorgpact weet hierbij aan te haken met nieuwe regionale bundelingen. “De regio-aanpak en die triple helixen zijn fantastisch, “ zei Van der Veer. “Je kunt daar informele netwerken vitaliseren, want daar gebeurt het allemaal. Mensen die iets willen doen, krijgen daar het eigenaarschap en dat werkt.”

    “Ik kijk ook in andere landen nog wel eens rond. Neem van mij aan, Nederland is hier vrij goed bezig. We krijgen een acht. We mopperen graag en praten ook graag, maar met die pacten kunnen we ook experimenteren en samen aan de slag. Ga dat gewoon doen en dan zie je wel of iemand het nodig vindt om je te proberen te stoppen. Dat zal wel meevallen, uiteindelijk. Het gaat hier om doepacten dus.”