• A
  • A
  • De nerd omdat het moet

    - Geen enkele burgemeester in Nederland heeft een bèta-achtergrond en van alle bestuurders bij de overheid is 11,6% slechts bèta. Dat is zorgwekkend, want veel grote maatschappelijke problemen vragen een interdisciplinaire aanpak waarbij technologie een belangrijke rol speelt, zeggen twee Delftse onderzoekers.

    U leest hier het opinieartikel van Willemijn Dicke en Sjoerd Bastiaansen beide onderzoekers bij de TU-Delft.

    “Jonge hoogopgeleiden zijn minder vaak technisch geschoold dan tien jaar geleden, meldde het CBS 27 juni jongstleden. Dat is slecht nieuws, want er waren al veel te weinig bèta’s op de topposities in Nederland. Van alle bestuurders bij de overheid is 11,6% bèta. En eigenlijk is het erger, want als we het CBS en de Adviesraad voor Wetenschap, Techniek en Innovatie er uithalen, dan is het nog geen 3%. Geen enkele burgemeester in Nederland, bijvoorbeeld, heeft een bèta-achtergrond.

    Wachten op ellende

    Topambtenaren op ministeries?  Precies één Secretaris generaal heeft een bèta opleiding. En hoewel het aantal studenten bèta-techniek de laatste jaren fors toeneemt, neemt het aantal bestuurders met een bèta-techniek achtergrond af. Dat is heel zorgwekkend. Want veel grote maatschappelijke problemen vragen een interdisciplinaire aanpak, waarbij technologie een belangrijke rol speelt. Als de technische discipline niet is vertegenwoordigd op het besluitvormingsniveau, kan je wachten op ellende. Ontsporende ICT-projecten kosten op dit moment vooral heel veel geld, maar hoeveel risico willen we in Nederland lopen met waterveiligheid, energievoorziening, spoorwegtunnels en (big)data infrastructuur ten behoeve van onze veiligheid?

    De Europese Commissie noemt als belangrijkste maatschappelijke uitdagingen; gezondheid, demografische verandering en welzijn; voedselzekerheid; betrouwbare, schone en efficiënte energievoorziening; intelligent groen en geïntegreerd transport; het klimaat; en bescherming van vrijheid en veiligheid van Europa.

    Problemen op verschillende terreinen

    Hoewel deze problemen op geheel verschillende terreinen liggen, hebben ze een belangrijk aspect gemeen: niet één van deze maatschappelijke problemen kan opgelost worden met vondsten uit slechts één wetenschappelijk discipline. Die samenwerking tussen disciplines is niet alleen belangrijk in de fase van het onderzoek, maar ook in de implementatie van de nieuwe vondsten en de evaluatie hiervan.

    IDEA League constateert dat een technische achtergrond slecht vertegenwoordigd is in topposities in management, bestuur en beleid in Nederland. De consequenties van onvoldoende inbreng uit de bèta-hoek zijn ernstig.

     Innovatiepotentieel onvoldoende benut

    Immers, als de stakeholders met technische expertise en belang niet of matig betrokken zijn bij het gehele traject, blijven ook de technische (on)mogelijkheden buiten beeld in de besluitvorming. Bij grote ICT-implementaties is dit helaas maar al te zichtbaar. Bovendien wordt het innovatiepotentieel onvoldoende benut want juist de kruisbestuiving tussen disciplines leidt tot grote vernieuwingen, zoals in Nature werd aangetoond.

    Gelukkig zijn er ook voorbeelden waar steeds meer wordt samengewerkt tussen alfa, bèta en gamma disciplines. In de gezondheidssector ontwikkelen ingenieurs, bèta-wetenschappers en medici gezamenlijk nieuwe technologieën om bijvoorbeeld operaties veiliger en goedkoper te maken. Een ander goed voorbeeld is de voedselsector, waar sociologen en epidemiologen samen met ingenieurs en bèta-wetenschappers werken aan nieuwe oplossingen om de almaar groeiende wereldbevolking van eten te voorzien, nu en in de toekomst.

    Bèta-opleidingen zwaar ondervertegenwoordigd

    In bestuur en beleid -bekeken zijn de Secretarissen Generaal, de Burgemeesters en de bestuursleden van Hoge colleges van staat en van de adviesraden- zijn bèta-opleidingen zwaar ondervertegenwoordigd. Slechts 19% van alle topposities in de Nederlandse ambtelijke top. Daarvan is het leeuwendeel (14%) vertegenwoordigd in 2 instituten. Onder de burgemeesters van de 15 grootste gemeenten is slechts één bèta  te vinden, tegenover 7 juristen.

    In de politiek is de vertegenwoordiging van bèta’s uitermate schamel te noemen: het kabinet Rutte-2 kent slechts 3 bewindsvoerders met een bèta-achtergrond. Dat is dus slechts 15%.

    De top van Nederlandse bedrijven stemt enigszins hoopvol: 28% van de bestuurders vindt zijn of haar roots in de bèta-opleiding, een redelijk evenwichtige afspiegeling van de studentenpopulatie waar ruim 28% een bètastudie doet.

    Welke studies doen het wel goed in de sleutelposities? Het Nederlandse bedrijfsleven wordt gedomineerd door economen en bedrijfskundigen (34%). Economen en juristen bezetten de sleutelposities in adviesraden en beleidsorganen (39%).

    Hoe verder?

    Omdat we meer geloven in verleiding dan in dwang, zijn we geen voorstander van een techneutenquotum. Wij zien andere oplossingsrichtingen voor het gebrek aan bèta’s in de top.

    Ten eerste steken we de hand in eigen boezem. Het zou wenselijk zijn als bèta’s een deel van hun loopbaan in een bestuurlijke context vervullen. Uiteraard is het noodzakelijk dat bèta’s in hun opleiding al in aanraking te komen met de gewenste expertise. Daartoe hebben universiteiten al veel stappen genomen. De afgelopen jaren is het curriculum van bèta wetenschappers en ingenieurs sterk verbreed; in alle opleidingen is er aandacht voor ethiek, voor de bestuurlijke en institutionele context waarin techniek wordt toegepast, voor leiderschap en voor interdisciplinaire samenwerking. Wellicht is deze verrijking van bèta opleiding onvoldoende bekend, of is zij nog te recent om de relevante maatschappelijke actoren te hebben bereikt om zo de selectie voor topposities te beïnvloeden.

    De tweede pijler voor het bewerkstelligen van meer bèta’s op sleutelposities is dat het aantrekkelijk moet zijn voor bèta’s om in bestuur, beleid en management werkzaam te zijn. Zowel binnen de opleiding als vanuit de potentiële werkgevers zou duidelijker gemaakt kunnen worden hoe waardevol de rol van een bèta in een multidisciplinair team zou kunnen zijn.

    Een derde aanbeveling is gericht aan de top van met name openbaar bestuur en politiek. We roepen politieke en bestuurlijke gremia op hun topposities nadrukkelijk open te stellen voor bèta’s en moeite te doen voor het vinden van mensen met een technische achtergrond. Expliciete prikkels zijn nodig om bèta’s te verleiden om buiten de techniek en wetenschap hun loopbaan invulling te geven.”

    Dr. Willemijn Dicke is Secretaris-Generaal van IDEA League, een netwerk van technische universiteiten die tot de top van Europa behoren (TU Delft; ETH Zurich; RWTH Aachen; Chalmers University of Technology; Politecnico di Milano).

    Sjoerd Bastiaansen studeert strategic product design (faculteit Industrieel Ontwerpen, TU Delft) en is research assistant bij IDEA league.