• A
  • A
  • Studenten hebben vaker een bijbaan

    - Het aandeel studenten die naast hun studie niet werkt is tussen 2004 en 2014 gehalveerd. Echter een baan kan de studievoortgang belemmeren en dat heeft een negatieve invloed op de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt, zeker studenten met laagopgeleide ouders lopen dit risico volgens het SCP.

    Elke twee jaar verschijnt het rapport ‘Aanbod van arbeid’ van het Sociaal en Cultureel Planbureau, dit rapport brengt de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt in kaart. Sinds 2010 worden ook de arbeidsmarktontwikkelingen van studenten meegenomen. Het SCP ziet dat de arbeidsdeelname van studenten de afgelopen jaren flink is gestegen. Uit een enquête onder jongeren blijkt dat in de periode 2004-2014 het aandeel studenten dat niet werkt halveerde en het aandeel dat ook niet op zoek is naar werk daalde van 49% naar 25%.

    Hbo-studenten werken veel

    In 2014 had 60% van de studenten en scholieren betaald werk. Deze percentages verschillen naar opleidingsniveau: hbo-studenten hebben het vaakst een bijbaan (66%). Volgens de studenten dient hun baan niet als opstapje voor hun loopbaan; ze werken voornamelijk voor het geld. De bijbaan staat de studievoortgang volgens henzelf zelden in de weg. Bijbanen zijn er voornamelijk voor het geld. Het werk is vaak onder het niveau van de werkende studenten en draagt in hun beleving nauwelijks bij aan hun loopbaan na afronding van de studie.

    Het aandeel studenten (van 16 jaar en ouder) dat geen betaald werk verricht en ook niet op zoek is naar werk halveerde in de periode 2004-2014. Was in 2004 nog ongeveer de helft niet-participant, in 2014 was dat afgenomen tot een kwart. In 2014 had zes op de tien studenten en scholieren betaald werk. Ruim 15% was op zoek naar werk; dit is inclusief studenten die in hun laatste studiejaar een reguliere baan zochten voor na hun studie. Het laatste jaar stagneerde de groei in het aandeel werkende scholieren en studenten, waarschijnlijk onder invloed van de economische crisis.

    Vergoeding versoberd

    Het CPB heeft ook wel een verklaring voor deze stijging. De financiële tegemoetkoming van de overheid aan studenten is in de loop der jaren versoberd, waardoor het waarschijnlijk voor meer scholieren en studenten noodzakelijk geworden is te werken naast hun studie. Daarmee wordt de vraag in hoeverre dit de loopbaan van studenten belemmert of juist bevordert belangrijker. Evenals werkenden hun inzetbaarheid kunnen vergroten door scholing te volgen, zou werk voor scholieren en studenten een mogelijkheid kunnen zijn hun arbeidsmarktkansen te vergroten.

    Een betaalde baan kan echter ook de studievoortgang vertragen en dus een negatieve invloed hebben op de inzetbaarheid. Als dit zo is, weegt de negatieve invloed waarschijnlijk zwaarder in de groep die een hogere noodzaak kent tot werken met name kinderen van lager opgeleide ouders.

    FvH