• A
  • A
  • Klem tussen prestatieafspraken en ongelijkheid

    (foto: uggboy)

    (foto: uggboy)

    - De prestatieafspraken zijn door zes hogescholen niet gehaald. Worden deze hogescholen nu financieel gestraft omdat zij - net als de minister - de ongelijkheid tegen willen gaan, maar onvoldoende scoren op rendement? De VVD is onverbiddelijk. “De crux is juist dat er consequenties zijn”, meldt Pieter Duisenberg.

    Binnenkort komt minister Bussemaker met een brief over hoe zij de ongelijkheid in het (hoger) onderwijs wil tegengaan. Ook het ministerie van Sociale Zaken schrijft mee. Binnen het ministerie van Lodewijk Asscher wordt tegen ScienceGuide geklaagd dat deze brief er al lang had kunnen zijn. 

    Dat dit zo lang op zich laat wachten komt omdat OCW worstelt met een sluitend antwoord op het bestrijden van ongelijkheid in het onderwijs. In deze notitie zal de minister uitleggen wat zij precies wil gaan doen met de €25 miljoen die het kabinet vanaf 2017 uittrekt om gelijke kansen in het onderwijs te bevorderen. De recente eindoordelen van de prestatieafspraken maken het er voor de minister niet gemakkelijker op. 

    Wat is de financiële ruimte voor 2017? 

    Bussemaker heeft aangegeven medio november met uitsluitsel te komen over de consequenties van de eindoordelen van Van Vught. Dit is nodig omdat in 2012 is afgesproken dat uitkomsten van de prestatieafspraken consequenties zouden hebben voor de begrotingsjaren 2017-2020. Bovendien moeten de zes hogescholen die de prestatieafspraken niet hebben gehaald op korte termijn weten wat hun financiële ruimte is voor het begrotingsjaar van 2017. Het aandeel van de prestatieafspraken van de Rijksbijdrage aan instellingen kan oplopen tot 5%. 

    Drie van de instellingen die door de Reviewcommissie negatief beoordeeld worden liggen in de Randstad. Hogescholen zoals Inholland en Hogeschool Rotterdam blijken niet in staat om de in 2012 gemaakte afspraken over bachelorrendement waar te kunnen maken. Op deze hogescholen is de kansenongelijkheid het meest tastbaar met veel niet-westerse allochtone studenten die moeite hebben met de overstap tussen mbo en hbo en daardoor oververtegenwoordigd zijn onder de groep langstudeerders. Als minister Bussemaker deze instellingen toch financieel gaat korten zou dat haar ‘gelijke kansen alliantie’ die zij aankondigde niet geloofwaardiger maken. 

    Niet mechanisch afrekenen 

    Voorzitter van de Hogeschool Rotterdam, Ron Bormans, vreest dan ook dat hij minder kan investeren in kwaliteit en studiesucces. “De hogeschool onderkent het vraagstuk van het teruglopende studiesucces. De commissie heeft van de overheid de vrijheid gekregen om ‘niet mechanisch af te rekenen’, maar te kijken naar het verhaal achter de cijfers. In Rotterdam vreest men daarom voor een situatie waarin de hogeschool gehinderd gaat worden in haar investeringen in kwaliteit en studiesucces, omdat de gemaakte afspraak rond bachelorrendement niet gehaald is.” 

    Aan de andere kant, als de minister met haar hand over haar hart zou strijken en geen enkele instelling zou korten dan heeft zij een groot probleem met de VVD. In reactie op de eindoordelen van de Reviewcommissie meldde Pieter Duisenberg (VVD) op Twitter: “Wat een prachtig nieuws voor onze studenten: dankzij prestatieafspraken is de onderwijskwaliteit fors verbeterd!” 

    De crux is dat er consequenties zijn 

    Tegenover ScienceGuide laat Duisenberg weten dat hij onverkort wil vasthouden aan de afspraken die toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra in 2012 heeft gemaakt. Op de vraag of de VVD niet een oogje wil dichtknijpen bij de afrekening van de prestatieafspraken, meldt Duisenberg kordaat. “De crux is juist dat er consequenties zijn.” Deze opvatting laat weinig ruimte voor de coalitiegenoot Bussemaker om de afspraken die Zijlstra (VVD) maakte met alle individuele instellingen zomaar terzijde te schuiven. 

    Een derde spagaat voor de minister is dat als zij toch minder mechanisch afrekent als Van Vught heeft gedaan, zij een precedent schept voor de kwaliteitsafspraken die nog gemaakt moeten worden om de opbrengsten van het studievoorschot te verdelen. De minister laat nu een commissie evalueren wat deze prestatieafspraken hebben opgeleverd. Die komt in maart 2017 met een advies over hoe vanaf 2018 de kwaliteitsafspraken vorm moeten krijgen.

    Frans van Heest