• A
  • A
  • De prijs van open access

    - Het had het jaar van open access moeten worden, maar vooralsnog lijkt het er niet op dat dit werkelijkheid geworden is. Uit een recent WOB verzoek blijkt dat de vorig jaar beklonken deal lang niet zo ‘gold’ is als gehoopt. Universiteiten zijn duurder uit en veel artikelen blijven alsnog achter slot en grendel bij Elsevier.

    Op de valreep van 2015 heerste er nog een jubelstemming over de afspraken die de universiteiten met de uitgevers hadden gemaakt over open acces. Het einde van 2016 was minder rooskleurig. Universiteiten en uitgevers zijn in een steeds verdere juridische strijd verwikkeld geraakt nu een WOB-verzoek naar de kosten en afspraken de partijen dwingt tot openheid over de nieuwe afspraken. Ook zijn er vraagtekens te stellen bij wat er nu precies aan open access gewonnen is.

    Gepensioneerd bibliothecaris Leo Waaijers diende in augustus dit jaar een WOB-verzoek in om de contracten die de uitgevers en universiteiten binnen de nieuwe afspraken hebben afgesloten in de openbaarheid te brengen. Dit deed hij in navolging van navolging van student neurowetenschappen en filosofie Amos Keestra die dit in april dit jaar deed. Waar Keestra’s WOB-verzoek nog ging over de afspraken in de periode van voor de open access besprekingen (2012-2015) gaat dat van Waaijers in op de afspraken die meer open access moeten garanderen.

    Goedkoop of duurkoop?

    Een van de grote vragen na het sluiten van de ‘golden’ deal voor open access was wat er praktisch voor de auteurs en de lezers zou gaan veranderen. Daar probeert Waaijers nu duidelijkheid over te krijgen door af te dwingen dat de afspraken die gemaakt zijn tussen de tien grote uitgevers en de universiteiten openbaar worden gemaakt.

    Waaijers wil specifiek weten wat er met de prijzen is gebeurd en welke tijdschriften er precies onder de afspraken vallen en wat daar de regels voor zijn, dat laatste is wat er volgens hem echt toe doet voor de auteurs. Van de tien grote uitgevers druppelen van acht uitgevers nu contracten binnen maar de openbaarmaking van twee partijen, Springer en Elsevier (ScienceDirect), wordt door de uitgevers aangevochten.

    In de contracten die Waaijers al wel binnen heeft is wel een opvallende prijsstijging te zien. “Sommige contracten zijn meer dan vijf procent duurder uitgevallen dan vorig jaar.” vertelt Waaijers ScienceGuide. “Hier en daar krijgen universiteiten ook maar 90% in plaats van de afgesproken 100% korting op van de prijs van open access publicaties.” Uit diverse bronnen kan Waaijers ook al de licentie van Elsevier reconstrueren, en daaruit blijkt dat Elsevier hetzelfde prijsbeleid volgt als de overige uitgevers.

    Afbrokkelende coalities

    De uitgevers die protest aantekenden tegen de openbaring zijn wat abonnementskosten betreft de grootste spelers. Voor een aantal universiteiten is het abonnement op Elsevier en Springer samen ruwweg even groot als de andere acht tezamen. Het absolute bedrag ligt voor Elsevier rond 12 miljoen per jaar voor alle universiteiten bij elkaar. Springer en Elsevier kiezen nu duidelijk voor een andere route dan de andere acht grote uitgevers.

    Ook de alliantie van de universiteiten komt verder onder druk te staan nu een van de universiteiten, de Universiteit van Amsterdam, zelf ook weigert om de prijzen en afspraken met Elsevier en Springer openbaar te maken. De colleges van de universiteiten zijn nu aan zet om te besluiten wat ze met de voorlopige voorziening van de uitgeverijen doen. De meeste hebben het conflict intern voorgelegd aan hun geschillencommissie. Deze commissie heeft adviesrecht over de zaak. Verwacht wordt dat deze overwegend zullen adviseren om de contracten alsnog openbaar te maken en dat de universiteiten gezamenlijk, met of zonder UvA, voor de rechter gedaagd zullen worden.

    Voor de UvA is er dus nog een tussenstation waarin de universiteit zelf weigert het contract met Elsevier volledig prijs te geven. Dit heeft Waaijers inmiddels via een bezwaarschrift aangevochten. “Ik begrijp niet waarom de UvA hier in zijn eentje een andere route kiest. Juist het feit dat de universiteiten samen optrekken maakt hun positie zo sterk.” Hij wijst ook op consortia in andere landen als Duitsland en Finland waar men dit voorbeeld juist afkijkt van Nederland.

    Marktplaats voor Open Access tijdschriften

    Dat de uitgevers niet zomaar met de billen bloot willen kan Waaijers wel begrijpen: “In het algemeen wordt bij de discussies over open access publiceren de nadruk gelegd op de morele kant, maar ook economisch heeft het grote impact op het systeem.” Hij wijst er op dat het onderliggende businessmodel van de uitgevers niet langer is gebaseerd op exploitatie van auteursrechten, maar op dienstverlening.

    Dat de licenties die worden afgesloten geheim zijn ziet hij als een verstoring van de marktwerking, maar dat is niet het enige verstorende effect:  “Abonnementen worden in open access vervangen door publication fees. Dat dwingt monopolies om de markt op te gaan en zich te verhouden tot hun echte klanten: de auteurs. Daar moet de klant dan wel een afgewogen keuze in kunnen maken,” licht Waaijers toe.

    Tegen deze achtergrond richtte SURF in 2012 al de Quality Open Access Market op. Hier kunnen auteurs, bibliotheken, maar ook consortia en samenwerkingsverbanden 24.000 open access en hybride tijdschriften met elkaar vergelijken. De vergelijking wordt gemaakt op basis van de kwaliteit van de diensten (redactioneel, peer review, publicatieproces en governance) en de publication fee die deze tijdschriften vragen. Dit gebeurt met behulp van scorekaarten die ingevuld worden door de gebruikers van die tijdschriften. QOAM vermeldt ook de kortingen die grote consortia van universiteiten, zoals in Nederand de VSNU, weten te bedingen via licenties.

    Deuk in een pakje boter

    In het specifieke geval van Elsevier rijst ook de vraag hoe ‘open’ deze uitgever nu werkelijk wordt met de nieuwe afspraken. Opvallend is dat de marktleider ook op dit punt stevig afwijkt van de rest. De afspraken met de uitgever beperken zich tot artikelen waarvan de eerste auteur (corresponding author) Nederlands is. Van de naar schatting 6000 artikelen die Nederlandse auteurs jaarlijks bij Elsevier publiceren wordt in 2016 maximaal 10% open access gemaakt, in 2017 en 2018 stijgt dit aandeel jaarlijks met 10%.

    Waaijers: “Ook belangrijk is dat van de in totaal 3000 tijdschriften die Elsevier beheert er maar 130 geselecteerd zijn voor open access in 2016.“ Dit aantal neemt tot 2018 verder toe tot 400 van de 3000 tijdschriften. Voor extra open acces artikelen in deze tijdschriften en voor alle open access artikelen daarbuiten gelden publication fees van € 2.500 tot € 3.500 per artikel. “Al met al is het dus een bijzonder laag aandeel open access dat Elsevier biedt, en bovendien alleen maar voor artikelen van waarvan de eerste auteur Nederlands is.” concludeert Waaijers.

    Internationaal verzet

    Op dit moment strijden zo’n 60 Duitse universiteiten en ook Finse academici voor een betere deal met Elsevier. De Duitse contracten lopen af per 1 januari en het is voor Elsevier dus vijf voor twaalf om met een aanvaardbaar voorstel gekomen. De universiteiten zeggen voorbereid te zijn op een periode zonder Elsevier. Zij zullen hun lezers dan bedienen via de wat omslachtige weg van interlibrary loan. De website van Science wijst er intussen op dat die natuurlijk ook terecht kunnen op de internationale piratensite SciHub