• A
  • A
  • 'We leggen de lat voor iedereen hoger'

    - Het Stenden-lectoraat Onderzoek zoekt uit hoe praktijkgericht onderzoek vorm krijgt binnen de hogeschool en hoe het onderwijs daar beter op kan inspelen. Dr. Herman Blom, die naast dit lectorschap ook directeur academisering is, is inmiddels een half jaar geïnstalleerd en deelt de eerste resultaten.

    Het lectoraat heeft een bijzondere positie binnen Stenden Hogeschool, aangezien het een van de pijler-lectoraten is, samen met de lectoraten Internationalizaton of higher education en Sustainable pbl concepts in higher education. Dit betekent dat het niet is ondergebracht bij één van de Schools, maar dat het door de hele hogeschool actief is. “We faciliteren het onderwijs en onderzoeksproces met de kennis die we opdoen”, licht Blom zijn werkzaamheden toe.

    Veel onbenut potentieel 

    Over het algemeen is het praktijkgericht onderzoek van hbo’s van een stijgend niveau, vindt Blom. “Er komen praktische oplossingen uit die in samenwerking met hogescholen heel nuttig zijn voor bedrijven en instellingen en antwoord geeft op vragen waarmee individuele organisaties zitten.”

    Maar dat betekent geenszins dat er niet nog veel onbenut potentieel is. Bijvoorbeeld op het gebied van validiteit en betrouwbaarheid moet er scherp naar het onderzoek worden gekeken. “Je ziet dat het voor studenten vaak moeizaam is om goede data te krijgen. Ze moeten analyseren op basis van beperkte informatie, vaak weinig casussen en in een beperkte tijd. Het is de uitdaging om daar toch goede zinvolle resultaten uit te krijgen en daar een goede verantwoording over af te leggen.” 

    Bewustwording van deze uitdagingen is nodig bij zowel studenten als het onderwijzend personeel. Vanuit het lectoraat Onderzoek wordt daarom ook ruimschoots aandacht aan de onderzoeksvaardigheden van het personeel besteed. 

    “We schrijven bundels met onderzoeksresultaten en organiseren studiemiddagen om onderzoeksvaardigheden te bevorderen, zoals methodologiecursussen en voeren gesprekken met de curriculumteams met betrekking tot de analyse van afstudeerscripties, de gebruikte methodologie en bijvoorbeeld de plaats en betekenis van de theorie in een scriptie.” 

    Het afgelopen half jaar analyseerde Blom scripties van studenten van verschillende opleidingen om te kijken welke lessen hier uit zijn te trekken. Een van de opvallendste uitkomsten is dat er veel meer kwalitatief onderzoek wordt gedaan dan men veronderstelde. “Onderzoeksmethoden als interviews, analyses van social media en beelden worden door studenten veel gebruikt, maar er is voor dit soort methoden vaak maar beperkt aandacht in het onderwijsproces. Je ziet dan ook dat die kwalitatieve opzet op sommige punten nog niet volgroeid of voor verbetering vatbaar is.”

    Focus op methodologie 

    Meer aandacht voor beschrijvende statistiek kan de kwaliteit van het onderzoek ook verbeteren, concludeert Blom. “De methodologische uitwerking van praktijkgericht onderzoek brengt met zich mee dat we ons - in het geval van kwantitatieve data-analyses - niet per definitie moeten beperken tot de conventionele standaardtechnieken van inductieve statistiek. Per werkveld/onderzoeksgebied dienen we na te gaan welke vorm van statistiek het meest geëigend is om toe te passen. We zouden dit een vorm van gecontextualiseerde statistiek kunnen noemen." 

    “Dus differentiëren naar opleiding”, vervolgt Blom. Het is geen one size fits all model.”, maar dat geldt ook voor de kwalitatieve methoden. “Daarnaast is er de omstandigheid dat de relatief geringe generaliseringsambitie binnen praktijkgericht onderzoek pleit voor een grotere rol voor beschrijvende statistiek en exploratieve data-analyse en een kleinere rol voor inductieve statistiek.” 

    Een andere uitkomst van de scriptieanalyse is dat er weliswaar veel literatuuronderzoek wordt gedaan door studenten, maar dat in de methodes en analyses weinig samenhang meer met de literatuurstudie te vinden is. Blom: “Er wordt bijvoorbeeld een vragenlijst ontwikkeld die niet gelinkt is aan het literatuuronderzoek. Een van de uitdagingen is hoe we daar meer synergie in kunnen krijgen.” 

    Maar zit het onderwijzend personeel eigenlijk wel te wachten op die bemoeienis van buitenaf? Van een lectoraat dat over de schouders meekijkt en collega’s op de vingers tikt?

    “Daar moet je natuurlijk voor waken”, beaamt Blom, “maar wij dragen inzichten aan zonder directief of betuttelend te zijn. Het zijn ook geen beoordelingen, maar inventarisaties die een bijdrage kunnen leveren aan de kwaliteitscyclus. Je ziet dat de eisen die vanuit de omgeving worden gesteld steeds hoger zijn en dus moeten we elkaar scherp houden. Bij de instelling van het lectoraat was het ook de bedoeling om met ons onderzoek de kwaliteitslat voor iedereen hoger te leggen. Het is mooi te zien dat onze inzichten daar een bijdrage aan leveren.”