• A
  • A
  • Meer aandacht voor digitale kloof

    - Het MBO zou meer aandacht moeten besteden aan het gebruik van sociale media op het gebied van loopbaanontwikkeling. Dat concludeert Paulo Moekotte die in december op dit onderwerp promoveerde bij de Open Universiteit. Moekotte ziet een ‘digitale kloof’ ontstaan.

    In zijn proefschrift ‘Exploring Learning Technologies and Social Media for VET Students at Risk’ onderzocht Moekotte de relatie tussen het gebruik van sociale media en de sociale en loopbaanontwikkeling van laagopgeleide jongeren in het beroepsonderwijs. Technologische ontwikkelingen bieden steeds meer mogelijkheden tot economische participatie, maar die kansen worden onvoldoende benut.

    Groeiende kansenongelijkheid

    Moekotte concludeert dat laagopgeleide jongeren weinig gebruik maken van de aanwezige mogelijkheden. Het gevolg daarvan is dat de ongelijkheid in kansen toeneemt en het percentage laagopgeleide jongeren dat achterblijft als het gaat om sociale en loopbaanontwikkeling groeit.

    Voor deze 'digitale kloof' in de participatie en kansenstructuur zijn verschillende oorzaken aan te wijzen volgens Moekotte. Zo vraagt het profileren en participeren in netwerken als LinkedIn om bepaalde vaardigheden en vormen van geletterdheid. Mediaopvoeding door ouders en het beroepsonderwijs zijn daar nog niet op afgestemd.

    Afwijzing van sociale media

    Een tweede oorzaak is dat laagopgeleiden en potentiële schoolverlaters ondanks hun internetgebruik niet weten wat de invloed van sociale media en netwerken is op hun sociale ontwikkeling en toekomstige loopbaan. Zij staan zelfs ronduit afwijzend tegenover zakelijk gebruik ervan. Een derde oorzaak is dat docenten nog moeite hebben om sociale media in hun onderwijs te integreren om door middel van online interactie en participatie de relatie met de student te versterken.

    Moekotte adviseert docenten in het beroepsonderwijs om meer aandacht te besteden aan informatiegerelateerde presentatie- en netwerkvaardigheden voor hun studenten. Daarnaast is volgens hem nader onderzoek nodig, bijvoorbeeld naar de invloed van modaliteiten van socialemediagebruik op onderwijsgerelateerde processen van betrokkenheid, zoals emotionele of cognitieve betrokkenheid.