• A
  • A
  • Pluriformiteit als basis voor burgerschap

    - “Als studenten goede academic citizens binnen hun eigen opleiding zijn, is het waarschijnlijk dat ze ook goede burgers zullen worden.” Minister Bussemaker schrijft aan de Kamer dat zij burgerschap in het ho wil stimuleren met kleinere klassen en door ho-instellingen een waardengemeenschap te laten zijn.

    Staatssecretaris Dekker en Minister Bussemaker hebben in een brief aan de Kamer geschreven over burgerschapsvorming in het onderwijs. Ook wordt in deze brief uitgebreid stilgestaan bij burgerschapsvorming in het hoger onderwijs.

    Die past in een democratische samenleving

    “In het hoger onderwijs zijn burgerschapsvorming en Bildung belangrijke doelstellingen. Het hoger onderwijs leidt professionals en academici op die een belangrijke bijdrage zullen leveren aan de ontwikkeling van onze maatschappij. Om dat te doen op een manier die past in een democratische samenleving, moeten zij kunnen reflecteren op de sociale consequenties van hun beslissingen en die mee laten wegen in hun handelen.”

    Wel laat het ministerie weten dat de manier waarop instellingen vormgeven aan burgerschap vrij is. “De minister legt geen inhoudelijke kaders of kerndoelen vast voor burgerschap en Bildung in het hoger onderwijs. Het is aan instellingen zelf om te bepalen hoe ze deze taak vervullen. Dat past binnen een bestel waarin instellingen een grote mate van autonomie hebben. De overheid benadrukt wel het belang ervan en stimuleert instellingen om er aandacht aan te besteden.”

    Dan zijn het ook goede burgers

    Daarbij benadrukt de minister dat hoger onderwijsinstellingen eigenlijk een waardengemeenschap zouden moeten zijn. “Instellingen en opleidingen zouden als academische waardengemeenschappen samenlevingen in het klein moeten zijn. Als studenten goede academic citizens binnen hun eigen opleiding zijn, is het waarschijnlijk dat ze ook goede burgers zullen worden.”

    In de brief staat dat kleinschaligheid daarbij cruciaal is. “Door studenten in een kleinschalige gemeenschap onderwijs te laten volgen, waarin ze actief participeren, waar ze met anderen in gesprek gaan en waar ze ook verantwoordelijkheid voor nemen, worden ze gevormd tot volwaardige deelnemers aan de maatschappij.”

    “Ook moeten studenten in het  hoger onderwijs leren reflecteren en abstraheren over hun eigen gedrag en over maatschappelijke kwesties. Om dit te realiseren wordt fors geïnvesteerd in kleinschaliger onderwijs en meer persoonlijk contact tussen studenten en docenten. Dat biedt mogelijkheden voor (inter)actiever onderwijs waarin studenten actief werken aan hun eigen ontwikkeling, in nauwe samenwerking met andere studenten.”

    Invloed op gemeenschap

    Kleinschaligheid draagt volgens de minister bij aan verbondenheid tussen studenten. “Zo kunnen studenten burgerschapscompetenties ontwikkelen, zoals kritisch denken, geïnformeerd een mening vormen en presenteren, debatteren en argumenteren, en leren een moreel oordeel te vormen en ethisch te reflecteren op hun eigen handelen. Daarnaast draagt kleinschalig onderwijs bij aan de vorming van kleinschalige leergemeenschappen, waar studenten een grote verbondenheid voelen en daarom het gevoel hebben dat ze ergens bij horen, dat er naar ze geluisterd wordt en dat ze invloed kunnen uitoefenen op die gemeenschap.”

    Volgens de minister is diversiteit ook een stimulans voor goed burgerschap. “Net als in de andere onderwijssectoren worden ook in het hoger onderwijs verschillende maatregelen getroffen die bijdragen aan toegankelijkheid en diversiteit, bijvoorbeeld in het kader van de Gelijke Kansen Alliantie. Door de diversiteit te vergroten worden instellingen meer pluriforme academische gemeenschappen, waarin studenten kennis maken en moeten samenwerken én samenleven met medestudenten met verschillende achtergronden. Dat kan hun interculturele competenties vergroten, die essentieel zijn voor burgerschap in de 21e eeuw.”