• A
  • A
  • Een rauw etnisch randje

    - “Ik vind dat het parlementaire onderzoek van Dijsselbloem altijd verkeerd is uitgelegd. Alsof je niets meer mocht doen in het onderwijs.” SER-voorzitter Mariëtte Hamer schuwt de stelseldiscussie over het tegengaan van kansenongelijkheid in het beroepsonderwijs niet, bleek tijdens de CINOP lentesessie.

    In Nieuwspoort werd de jaarlijkse lentesessie gehouden, georganiseerd door het CINOP. Onder andere ging de voorzitter van de Hogeschool Rotterdam, Ron Bormans, Mariette Hamer voorzitter van de SER en MBO-raad voorzitter Ton Heerts met elkaar in gesprek over kansenongelijkheid en wat het beroepsonderwijs daar aan kon doen.

    Trek je niet teveel aan van Den Haag

    De aftrap kwam van Ron Bormans die een oproep deed aan het beroepsonderwijs. “Ik denk dat wij met z’n allen te veel met Den Haag bezig zijn. We denken dat het daar vandaan moet komen. Als ik één oproep aan het onderwijs mag doen: ‘trek je nou niet zoveel aan wat daar gebeurt en wees daar niet zo op gefocust, want het is ook een alibi om niet te handelen.”

    Om die kansenongelijkheid ook daadwerkelijk aan te pakken moet je volgens de voorzitter van de Hogeschool Rotterdam gewoon handelen. “Het vraagstuk van mbo-hbo daar kan ik een systeem verhaal over vertellen maar tegelijkertijd is het gewoon het verhaal van de pedagogiek van de Hogeschool Rotterdam. Ik kan de ROC’s de schuld geven, ik kan het systeem de schuld geven, maar ik denk dat wij in het hbo de vraag moeten stellen: kennen wij nog wel de jonge mensen die bij ons in de klas zitten?”

    Volgens Bormans is het vooral zaak om op de juiste manier met deze kwetsbare jongeren om te gaan. “In de kern is het een vraag over pedagogiek. We moeten het dus niet zoeken in nieuwe curricula en in systemen en nieuwe vakken. Bij mij hangen van die Marokkaanse jongens achterin de klas en die hebben echt een heerlijke cultus van onverschilligheid. Je kan zeggen dat is verkeerd gedrag en een verkeerde houding, dat valt uit. Maar, je kunt ook het gesprek aangaan en de vraag stellen wat er achter die cultus van onverschilligheid zit.”

    Een reproductie van ongelijkheid

    Bormans gaf aan dat hij ook niet geschrokken was van de uitkomsten van het rapport van de Inspectie vorig jaar. “Ik vond het meest fascinerende niet dat het rapport kwam, maar dat wij er allemaal van schrokken. Onderwijs is al heel lang een reproductie van ongelijkheid. Die getallen waren niet spectaculair anders dan het jaar daarvoor of het jaar daarvoor. Wel is de trend heel negatief en die diept zich ook uit en krijgt een rauw etnisch randje. Het is een soort samenballing van etniciteit en sociale positie in de samenleving en opleidingsniveau van de ouders. De postcode bepaalt of je succesvol bent.”

    Daarom benadrukte de Rotterdamse hogeschool bestuurder hoe belangrijk de mbo-hbo route is. “Ik heb honderd jaar geleden al gezegd: het mbo is ook een koninklijke route naar het hbo. We moeten er wel alles aandoen om die route - die deels aan het afkalven is - overeind te houden. Daarom moeten wij de gelegenheid krijgen vanuit Den Haag om deze categorie jongeren even een zetje in de rug te geven.”

    Tot slot brak Bormans in het kader van gelijke kansen en gescheiden werelden een lans voor grootschaligheid. “Mijn laatste boodschap is een pleidooi voor grootschaligheid dwars tegen de stroom in. Als ik naar mijn hogeschool kijk, dan ben ik er trots op dat het een van de laatste maatschappelijke instituties is waar iedereen is. Heel Nederland is gesegregeerd: de sport, de cultuur, alles behalve een aantal maatschappelijke instituties zoals ziekenhuizen en die mooie hogescholen. Natuurlijk is er plek voor kleinschaligheid, maar in Rotterdam zijn wij één van de laatste instituties samen met ROC’s Zadkine en Albeda waar heel die stad aanwezig is.” 

    Niet zeuren om meer middelen

    Ton Heerts die sinds een aantal maanden voorzitter is van de MBO-raad wilde in het kader van een nieuw kabinet niet over meer geld beginnen. “Ik zal niet zeuren om meer middelen, als er al meer middelen moeten komen dan moeten ze absoluut naar het basisonderwijs. Om te voorkomen dat later in het onderwijs voortdurend gerepareerd moet worden. Dat zie je bij taal en rekenen. Bij iedereen boven de zestien jaar duurt het vier keer zo lang om iets aan te leren, dus alles dat onder de zestien goed gaat dat scheelt op latere leeftijd.

    Oud-vakbondsvoorzitter Heerts sloot zich ook aan bij de oproep van Bormans. “Ik ben het ook eens met Bormans: we moeten niet te veel naar Den Haag kijken. Je moet niet kijken naar wat niet kan, je hoort vanzelf wel als het niet mag, daar is genoeg Inspectie voor. Ik loop nu een paar maanden rond in het onderwijs, maar het onderwijs is beter in het benoemen van problemen dan het creëren van oplossingen. Er wordt veel te veel geouwehoerd. Doe het gewoon, aan de slag!”

    Stelselherziening geen vies woord

    De voorzitter van de SER Mariette Hamer benadrukte vooral dat bij gelijke kansen ook naar overgangen gekeken moeten worden en schuwde de stelseldiscussie daarbij niet. “Er lig een enorme ballast over de stelselherziening. Dat is iets heel ergs geworden en dat moet je het vooral niet over hebben blijkbaar. Ik vind het zelf geen vies woord soms heb je een stelselherziening nodig.”

    “Ik vind zelf dat het parlementaire onderzoek van Dijsselbloem altijd verkeerd is uitgelegd. Alsof je niets meer mocht doen in het onderwijs. Volgens mij was de boodschap dat je het niet alleen van bovenaf moet doen, maar dat je zorgt dat het onderwijsveld er zelf in gelooft. Dat is ook heel simpel regeren want dan kun je het gewoon gaan doen. Ik ben een praktisch ingesteld mens, dus je moet kijken hoe je dat kunt creëren.”

    “Mijn dochter heeft een mooie overgang gemaakt van havo naar het hbo gemaakt en die zit in een groep met mbo’ers en havisten,” vertelde Hamer. “Zij doet het ontzettend goed als blond meisje, het is niet raar dat jongens van het mbo het slechter doen. Mijn dochter is van het type die de jongens dan weer onder de armen neemt. Dat kun je ook organiseren met elkaar.”

    “Dat sluit aan bij het pleidooi van Bormans sommige kinderen komen met bagage a binnen en andere kinderen komen met bagage b. B is niet beter of slechter. Er zijn dingen die de jongens wel kunnen en mijn dochter weer niet kan en daar leert zij weer van. Als je dat in je onderwijs weet in te bouwen dan is het ook minder relevant op welk jaar welke scheiding je legt, als leerlingen er maar kunnen komen,” besloot Hamer.