• A
  • A
  • Professionele masters in positie

    (foto: Chris Jobling)

    (foto: Chris Jobling)

    - Er is in het hbo eindelijk meer ruimte voor het ontwikkelen van professionele masters. Toch lijkt de sector nog terughoudend en kiezen vwo’ers steeds minder vaak voor het hbo. Dat is jammer, zegt Rob Verhofstad (Hanzehogeschool). Hij schetst hoe de professionele master zich moet positioneren om echt van waarde te zijn.

    Sinds medio 2016 is het voor het hoger beroepsonderwijs (hbo) een stuk eenvoudiger gemaakt om masteropleidingen aan te bieden. Dat is ook nodig: de beroepspraktijk vraagt afgestudeerden die om kunnen gaan met ingewikkelde problemen en innovatief en wendbaar zijn, die onderzoek en praktijk met elkaar kunnen verbinden – over disciplines heen. 

    Op grotere schaal zijn dit ook eigenschappen die nodig zijn om Nederland een serieuze speler te laten blijven in de wereldwijde concurrentie om talent, innovatie en welvaart. Nederland heeft in vergelijking met het buitenland weinig hoogopgeleiden met een masterdiploma, dat zet ons op een achterstand bij onderzoek en innovatie. 

    Het is daarom toe te juichen dat de minister het hbo ruimte heeft gegeven om masters te ontwikkelen. Het is een eerste stap dat de Vereniging Hogescholen (VH) een actieplan professionele masters heeft gelanceerd, waarmee het aantal hbo-masterstudenten moet verdubbelen. Het is vooral ook goed nieuws voor onze studenten: zij kunnen nu na hun bachelor direct doorstromen naar een masteropleiding, zonder eerst een lang en duur overbruggingsprogramma te moeten volgen.

    Toch komt het aantal nieuwe masters maar traag van de grond. De houding is te afwachtend, de profilering te vrijblijvend. En dat is jammer, want met verbeeldingskracht en enige stoutmoedigheid kunnen we de professionele master onderscheidend positioneren. Dat kan op twee manieren, maar voordat ik daar wat over zeg,, is het nodig eerst te illustreren hoe het speelveld van bachelors en masters er nu uitziet. 

    Grofweg - en ik besef dat ik daarmee geen recht doe aan de variëteit van opleidingen en onderwijsprogramma’s - kun je stellen dat een bacheloropleiding in het hbo gericht is op het leren van een beroep. In het hbo ontwikkelen studenten kennis en (onderzoeks-)vaardigheden die aansluiten en voorbereiden op de praktijk. Universitaire bachelors en masters hebben een wetenschappelijk uitgangspunt: ze zijn gericht op het (zelfstandig) doen van onderzoek en het oplossen van vraagstukken met een fundamenteel wetenschappelijk karakter. (Bron: Rijksoverheid.nl) 

    Dit stramien geldt ook voor onderzoek aan hogescholen en universiteiten. Wetenschappelijk onderzoek richt zich op het oplossen van (fundamentele) wetenschappelijke vragen, terwijl hogescholen een brug slaan tussen kennis uit onderzoek en innovatie in de beroepspraktijk.

    Ze kunnen daarom uitstekende bijdragen leveren aan onderzoeksprojecten gericht op innovatie en maatschappelijk vraagstukken. (Bron: OCW Wetenschapsvisie 2025)

    In dit laatste ligt ook een belangrijke eerste aanwijzing voor de positionering van de professionele master in het hbo. 

    Propositie 1: Professionele masters leiden change agents op 

    Hbo-bachelors zijn vakmensen die (veelal) opgeleid zijn voor een specifiek beroep, of met specifieke vaardigheden. Maar wat moet een hbo-masterstudent leren? Hoe kan deze functioneren als ‘brug tussen kennis uit onderzoek en innovatie in de beroepspraktijk’? En, hoe kan deze relevant zijn bij het oplossen van maatschappelijke vraagstukken? 

    Als we de behoefte in de beroepspraktijk en in de samenleving van dichterbij bekijken, dan zien we dat beroepen die jaren of decennia min of meer hetzelfde zijn geweest, de laatste tijd voor ingrijpende veranderingen staan: denk aan de transities in het sociale domein, de toenemende verwevenheid van gezondheid en ICT en de veranderende opvattingen over verantwoord ondernemen en besturen. 

    Verandering treft dus allerlei uiteenlopende beroepen: verpleegkundigen, sociaal werkers, accountants, communicatiedeskundigen, enzovoorts. Natuurlijk, een groot deel van de kennis en vaardigheden waren altijd al nodig en blijven belangrijk, maar er komt een element bij dat niet te negeren valt. Dat gaat om de vaardigheid om veranderingen te herkennen en ze mede vorm te kunnen geven, ook als de uitkomsten onzeker zijn. Bij gebrek aan een goede Nederlandse vertaling, zou het doel van de professionele master moeten zijn, om change agents op te leiden die future literate zijn. 

    Het gevaar van dit soort termen is dat ze voor alles en niets gebruikt worden en daarmee hun waarde verliezen. Daarom moeten we verkennen wat het betekent om zo’n change agent te zijn en deze begrippen laden, zodat duidelijk is waar het onderwijsprogramma van een professionele master aan moet voldoen. 

    Het gaat om professionals die een inschatting kunnen maken van hoe hun omgeving zich zal ontwikkelen én die een strategie kunnen bedenken en uitvoeren om dat proces te beïnvloeden en mede vorm te geven, om professionals die de toekomst gebruiken om in het heden te innoveren. Dat vraagt omgevingsbewustzijn, reflectie op de eigen waarden en aannames, een kritische blik op de verandering, en eigenaarschap van de verandering – het beste te vatten in het eveneens moeilijk te vertalen begrip agency

    Om veranderingen te kunnen beïnvloeden, moet deze professional in staat zijn de onzekerheid van de uitkomsten te kunnen accepteren en besluiten te nemen terwijl de omstandigheden veranderen. In plaats van problemen verder te theoretiseren, zoals aan de universiteit, moet deze professional in de praktijk met vallen en opstaan vooruitgang proberen te boeken. Dat kan alleen met een stevige professionele identiteit, een zekere emotionele volwassenheid en door bescheiden te zijn over wat te realiseren valt. 

    Dit type professional moet beschikken over vaardigheden die we kennen van de 21st century skills en de t-shaped professional – gelukkig maar, want daarmee ligt er al een goede basis voor de ontwikkeling van de professionele masters. Het gaat bijvoorbeeld om multidisciplinair kunnen werken. Een van de grootste opgaves bij veranderingen is de verwevenheid van verschillende disciplines en het samenwerken met mensen met verschillende professies.

    Ook moet de professionele master een onderzoekscomponent hebben: het is een belangrijke kwaliteit om de juiste vragen te kunnen stellen en daar een antwoord op te kunnen vinden. Alleen dan kan ook innovatie gerealiseerd worden door creativiteit, de vaardigheid om voorbij het bekende te durven denken en daarnaar toe te werken.

    De professionele master biedt daarmee ook een antwoord op de snelheid waarmee kennis en vaardigheden verouderen. Zo schat men dat de helft van de kennis in de gezondheidszorg binnen vijf jaar niet meer bij de tijd is. 

    Tegelijkertijd duurt het lang voordat nieuwe kennis in praktijk wordt toegepast, dat duurt in sommige sectoren gemiddeld meer dan vijftien jaar. Voor deze twee problemen bieden professional masters een oplossing door mensen op te leiden die in specifieke situaties en op basis van een kritische afweging van verschillende bronnen tot de beste mogelijke actie voor die situatie komen (evidence informed). 

    Een professionele master onderscheidt zich van andere masters doordat kennis samen met andere stakeholders direct in de praktijk ontwikkeld wordt (co-creatie). Daarmee ontwikkelen zij naast individuele kennis ook nieuwe en collectieve kennis, veelal in netwerken, en voorkomen ze implementatieproblematiek. 

    Sommige masters werken al volgens deze principes. Als ik kijk naar mijn eigen hogeschool, bieden we bijvoorbeeld de master Healthy Ageing Professional aan: een master voor studenten met een bachelor verpleegkunde en diverse gezondheidsstudies, zoals fysiotherapie en sportkunde, gericht op het omgaan met, aansporen van en kritisch reflecteren op de transities in de zorg en het sociale domein. Een master die professionals opleidt waar in het werkveld een grote behoefte aan is. Daarmee heeft deze master een propositie die enig is in zijn soort. 

    Een professionele master is daarmee veeleisend, voor studenten, docenten en hogescholen. Voor studenten geldt dat van hen de nodige volwassenheid gevraagd wordt, die van doorstroomstudenten mogelijk niet altijd verwacht mag worden. Het kan ook best zo zijn dat de professionele master voor een deel geschikter is voor mensen met werkervaring, als een onderdeel van Leven Lang Leren. 

    Dit is ook niet erg, sterker nog, misschien is het wel juist een logische uitkomst: een professionele master sluit immers aan bij de behoeften uit het werkveld. Wel is het daarmee onderscheidend ten opzichte van de bachelor, research masters en ten opzichte van cursussen of modules: de professionele master biedt diepgang, complexiteit, vraagt om het opbouwen van netwerken en het onderhouden van relaties. De master heeft daarmee ook daadwerkelijk een toegevoegde waarde op ervaring. 

    De professionele master is ook didactisch veeleisend. Docenten hebben significant andere vaardigheden nodig dan voor onderwijs in het bachelorprogramma. En voor hogescholen geldt dat zij wendbaar genoeg moeten zijn om hun onderwijsprogramma’s zo te kunnen inrichten dat ze zelf ook meebewegen met veranderingen. Daarmee geldt voor docenten en hogescholen dat zij moeten voorleven wat ze van de student vragen, zij moeten dus zelf ook als change agents opereren. 

    Propositie 2: Dicht bij de praktijk (close to industry)

    Een tweede element waarmee de professionele masters zich kunnen onderscheiden, wordt nog te weinig benadrukt en vooral onvoldoende benut. Het gaat om de relatie met de praktijk, de wijze waarop we onderwijsprogramma’s inrichten en verbinden aan de praktijk Hier zit het verschil met de wetenschappelijke masters: professionele zijn masters gericht op directe ervaring in en directe impact op de praktijk. Juist de kennis en kunde op masterniveau zijn hiervoor nodig, waarbij de meerwaarde en het onderscheidende vermogen zit in het toepassingsgerichte element: kennisontwikkeling en innovatie van binnenuit de dagelijkse praktijk.

    Per definitie moeten professionele masters worden ontwikkeld in samenspraak met het afnemende veld, dat kan bestaan uit overheden, instellingen, bedrijven, enzovoorts. Die vervlechting zou zo nauw moeten zijn, dat een student die een professionele master doet eigenlijk tijdens zijn masteropleiding in de praktijk terecht komt, daar tegelijkertijd leert en impact heeft, en vrijwel geruisloos van opleiding naar werk gaat. 

    Dat betekent dat het afnemende veld niet alleen betrokken is in de vorm van gastcolleges en stages, maar ook dat afstudeerprojecten gevaloriseerd worden en dat iemand na het afstuderen een traineeship kan doen, onder langzaam afnemende begeleiding van de alma mater. 

    Zo heeft de Hanzehogeschool Groningen bijvoorbeeld het programma International Business Talent. Binnen dit programma doen studenten een afstudeeropdracht bij een bedrijf dat een internationaliseringsopgave heeft, bijvoorbeeld het betreden van internationale markten. Als de student is afgestudeerd, gaat dit project over in een traineeship. Closer to industry is nauwelijks denkbaar en daarmee is dit programma prototypisch voor masters die close to industry willen zijn. 

    Zoals anticiperend vermogen een noodzakelijke vaardigheid is voor de change agent, is ondernemerschap een noodzakelijke vaardigheid voor elke professionele master(student). Dit kan op vele manieren vorm krijgen en moet zowel ondernemende studenten als studenten met een (beginnende) onderneming ondersteunen. Juist in stages en traineeships kunnen deze vaardigheden verdiept en versterkt worden. Je kunt bijvoorbeeld stellen dat een masterscriptie in het hbo nooit en te nimmer op een zolderkamer geschreven kan worden – dat moet in en met de praktijk gebeuren.

    Zeker ook in internationaal perspectief is dit een interessante propositie: een hbo-master in Nederland zit zo dicht op de praktijk, dat de kans dat je een baan vindt groot is. Op die manieren kunnen we internationaal talent werven en binden aan onze omgeving.

    Slot

    Voorgaande is een korte verkenning van de kansen voor het hoger beroepsonderwijs om met professionele masters een onderscheidende positie in te nemen. Nu de titulatuur en een deel van de bekostiging voor het hbo gelijkgesteld zijn met de universiteit, is het zaak om onze beroepsgerichte positie in dit veld op te eisen. Het opleiden van change agents in een nauwe samenwerking met de praktijk, biedt een goede kans op een volwaardig, onderscheidend en te rechtvaardigen hbo-master aanbod.

    Uitdagingen zijn er ook. Net als in de hbo-bachelor, zal ook de instroom in de professionele master divers zijn. Het gaat om studenten die doorstromen en professionals die na een paar jaar werken kiezen voor een master, bijvoorbeeld in deeltijd. Deze doelgroepen hebben verschillende wensen, eisen en ervaring, waarop we in het onderwijsprogramma in zullen moeten spelen. Dat is moeilijk, maar niet onmogelijk, zoals ook de master Healthy Ageing Professional laat zien.

    Een dringende vraag is wel of we deze programma’s in 60 ECTS kunnen en moeten vormgeven. Om de kwaliteit te kunnen bieden die gevraagd wordt, moeten we verder kijken dan alleen de formele Dublin-descriptoren. Het opleiden van die professionals vraagt in sommige gevallen misschien wel professionele masters van 90 of 120 ECTS.

    Als we er van overtuigd zijn dat deze professionals in de samenleving nodig zijn, dat deze professionals dicht op het beroepenveld maatschappelijke uitdagingen helpen oplossen, dan moeten we deze masters ook navenant bekostigen. Dat is een noodzakelijke volgende stap in de gelijkschakeling van de professionele en de academische master.

    Rob Verhofstad is bestuurslid van het College van Bestuur van de Hanzehogeschool