• A
  • A
  • ‘Onderwijs2032 is een ideologie’

    - Tijdens de hoorzitting in de Tweede Kamer over Onderwijs2032 was de kritiek niet van de lucht. Experts wezen erop dat de onderwijsvernieuwing in het VO en PO te snel gaat en men vond dat de lerarenopleidingen en het vervolgonderwijs een nadrukkelijkere rol moeten krijgen.

    Donderdag wordt in de Kamer het vervolgtraject besproken voor Onderwijs2032. De curriculumwijziging die in opdracht van staatssecretaris Sander Dekker is opgesteld. Voordat de Kamer met de staatssecretaris in debat gaat wilden de Kamerleden eerst nog in gesprek met experts over de voorgestelde curriculumherziening die nu door het onderwijsveld verder wordt vormgegeven.

    Tegenstanders van Onderwijs2032 waren ook uitgenodigd. Beter Onderwijs Nederland (BON) had de voorzitter Ad Verbrugge afgevaardigd. BON die recent uit de Onderwijscoöperatie(OC) is gestapt omdat de OC de onderwijsvernieuwing van Dekker bleef steunen. Volgens Verbrugge is het noodzakelijk dat het hele onderwijsgebouw van PO tot WO betrokken wordt bij wijzigingen in het curriculum. 

    Op het hart drukken

    “Neem de tijd voor curriculumherziening, faseer het, het gaat nu veel te snel. Daarnaast wil ik de vaste Kamercommissie onderwijs ook echt op het hart drukken: curriculumherziening is niet het speeltje van één onderwijssector, dat is precies wat er fout is gegaan in het mbo en het hbo, waardoor sectoren voortdurend naar elkaar wijzen bij de overgangen. Curriculumherziening hangt samen met de organisatie van het hele onderwijsgebouw. Het is dus ook niet een zaak van leraren alleen. Hier hadden dus ook de universiteiten moeten zitten.”

    Verbrugge wees expliciet naar de instroom bij het vervolgonderwijs. “Nodig vooral het vervolgonderwijs uit bij deze discussie. Kijk waar technische universiteiten tegenaan lopen en kijk waar het hbo tegenaan loopt als het gaat om de instroom. Dus ga met het vervolgonderwijs aan de slag en kijk welke problemen er nu zijn en ga dat eerst inventariseren en besluit dan om van daaruit - en niet alleen met de leraren - maar met die disciplines aan tafel te gaan, dan ben je op een empirisch verantwoorde manier bezig.”

    Dit is geen didactiek 

    Paul Kirschner, universiteitshoogleraar onderwijspsychologie aan de Open Universiteit verbaasde het dat er bij Onderwijs2032 wordt ingezet op het leren om kritische vragen te stellen om vervolgens met die opgedane kennis verbanden te leggen en tot nieuwe inzichten te komen. “Dit is geen didactiek, geen onderwijspsychologie, dit is geen cognitieve psychologie, maar een ideologie. Het is eigenlijk andersom. Zonder de relevante kennis te hebben, is het onmogelijk om kritische vragen te beantwoorden, kritische vragen te stellen en verbanden te leggen en tot nieuwe inzichten te komen.”

    Deze pedagogische veronderstelling van Onderwijs2032 was dan ook helemaal verkeerd volgens Kirschner. “Het is niet zo dat een leerling op basis van vragen stellen tot kennis komt, het gaat andersom. Mijn uitgangspunt is dat een goede gedegen kennisonderbouwing de basis is en de rest volgt. Zonder kennis van schaken kan ik moeilijk creatieve schaakoplossingen bedenken en kan ik moeilijk kritische vragen stellen waarom iemand een bepaalde zet heeft gedaan. Dit lijkt vanzelfsprekend, maar zodra het over het onderwijs gaat dan heeft men ineens het idee dat het andersom is en dat men er wel komt met kritische vragen stellen en discussiëren.”

    Schrikbarend laag

    Op de vraag vanuit de Kamer wat men nu moest doen met Onderwijs2032 was de onderwijspsycholoog helder. “Ik zou Onderwijs2032 even terzijde schuiven, omdat het is geschreven uit een ideologische optiek. De wetenschappelijke waarde van het stuk vind ik ook zeer gering. Ik heb de literatuurlijst geturfd en u zou schrikken hoeveel wetenschappelijke verantwoording in het stuk zit. Dat is namelijk schrikbarend laag, het zijn allemaal meningen van mensen. Dus ik zou dit opnieuw doen met een masterplan dat over een x aantal regeerperiodes strekt. Ik verwacht namelijk dat zodra er een nieuwe staatssecretaris is het weer anders wordt.”

    Ook had Kirschner een uitgesproken mening over de docenten die de onderwijsvernieuwingen moeten invoeren. “De kwaliteit van lerarenopleidingen is sinds 1980 alleen maar achteruitgegaan. Als men nu kijkt dat pabostudenten drie kansen krijgen bij de reken- en taaltoetsen. Dan denk ik: wat voor docenten hebben wij die taal en rekenen moeten bijbrengen bij leerlingen? Dit is niet alleen het geval bij de pabo’s, maar ook bij de lerarenopleidingen voor het voorgezet onderwijs. Zij hebben ook te maken met de aanwas van nieuwe studenten. Het is bijna een afgrijselijke keten en een neerwaartse spiraal.”

    Badinerend over docenten

    Joke Voogt, bijzonder hoogleraar curriculum en ICT aan de UvA vond dat er wel erg kritisch werd gesproken over leraren. “Ik vind eigenlijk dat wij hier soms wel heel badinerend hebben gesproken over de kwaliteit van docenten, dat zou ik toch wel willen tegenspreken. Natuurlijk kan het altijd beter, maar we kunnen toch niet zeggen dat onze docenten geen kwaliteiten hebben? Professionalisering en blijven leren is gewenst en als curricula anders worden dan betekent dat ook dat docenten zich moeten blijven professionaliseren.”

    Bij het vervolgproces van Onderwijs2032 hebben de lerarenopleidingen formeel geen rol en dat is jammer volgens Carla van Boxtel, hoogleraar Vakdidactiek aan de UvA. “Het mes zou heel mooi aan twee kanten snijden als men lerarenopleidingen betrekt bij dit ontwerpproces. Zodat je tegelijkertijd in die lerarenopleidingen ook dat eigenaarschap hebt voor dat nieuwe curriculum. Heel veel zaken die men nu in het onderwijs wil, daarvan weten wij in de lerarenopleidingen nog helemaal niet zo goed hoe we dat moeten onderwijzen. Hoe onderwijzen wij kritisch denken, hoe onderwijzen we creativiteit? Door de lerarenopleiders in het hart van dat ontwikkelproces te plaatsen krijg je die spin-off naar de lerarenopleidingen.”

    Donderdag aanstaande vergadert de Tweede Kamer met Sander Dekker over hoe het vervolgproces van de curriculumherziening eruit moet zien.