• A
  • A
  • 'Kwaliteitsafspraken komen er'

    (Foto: Arenda Oomen)

    (Foto: Arenda Oomen)

    - In een interview met ScienceGuide blikt demissionair-minister Bussemaker terug op haar ambtstermijn. Hoe kwam het leenstelsel tot stand, wat is de toekomst van de kwaliteitsafspraken en hoe was het om in het kabinet Rutte-II te zitten?

    Sinds kort is ze demissionair-minister maar naar eigen zeggen zijn de tassen die ze mee naar huis krijgt er niet lichter op geworden de laatste tijd. We spreken Jet Bussemaker op het ministerie OCW en kijken terug op haar ambtstermijn.

    Lees hier de analyse 'Heeft Bussemaker linkse belofte waargemaakt?'.

    Dit is een moment om terug te blikken op een volledig afgemaakte ambtstermijn, waarin de totstandkoming van het studievoorschot een hele grote rol gespeeld. Dat was een lange onderhandeling, hoe kijkt u daar op terug?

    “Ik herinner me vooral dat ik in die tijd heel vaak met de woordvoerders van de studievoorschotcoalitie om de tafel heb gezeten, met Thaise maaltijden met vlees en vis en vegetarisch, er zat voor iedereen iets bij. Dat verhoogde de feestvreugde en de wil om eruit te komen. Ik heb ook vooral met de Kamerleden onderhandeld.

    De VVD voelde zich wel alleen staan in de onderhandelingen. D66 trok meer naar GroenLinks en de PvdA, daardoor had de VVD het idee dat er overvraagd werd door GroenLinks, en die bewoog ook niet meer mee. Toen belandden we in een situatie waar de contouren stonden maar op twee punten, de aanvullende beurs en de aflossingsregeling, kwam men er niet uit.

    Het beeld dat weleens geschetst is, dat Pieter Duisenberg en Jesse Klaver eigenhandig dat studievoorschot uitonderhandeld hebben, klopt niet. Wel is het zo dat ze samen hebben gezeten om te onderhandelen over de wijze van aflossing, inkomensafhankelijk of annuïtair, en over de verhoging van de aanvullende beurs, maar dat was wel op mijn verzoek. Ik ben de enige minister die een akkoord heeft gesloten met GroenLinks in de afgelopen kabinetsperiode en niet met de gebruikelijke constructieve oppositie. De premier hebben we wel regelmatig geïnformeerd, maar die reageerde vooral met ‘goed’, ‘gaaf’ en ‘ga zo door’, zoals we Mark Rutte kennen.”

    Studenten maken zich er nu zorgen over dat het geld dat bij hen is weggehaald om in onderwijs te investeren via de kwaliteitsafspraken aan onderzoek uitgegeven gaat worden. Ze protesteren er vandaag nog over. Snapt u deze zorg?

    “De studenten weten natuurlijk beter, ze hebben er allemaal bovenop gezeten. Deze demonstratie is heel inventief van ze, maar het is wel bezijden de waarheid. Het is niet zo dat er minder geld gaat naar onderwijs er komt juist geld bij. Dat bedrag loopt langzaam op en dat komt doordat we het stelsel gelijkmatig invoeren en de huidige studentencohorten er nog niet mee wilden confronteren.

    Bijvoorbeeld bij het voorstel voor de langstudeerboete van de VVD en CDA was dat wel zo, maar dat vonden we te ver gaan. Dat betekent wel dat er vooral na 2018 belangrijke stappen worden gemaakt. Dan komt het geld vrij. Dat weten studenten ook heel goed. Dat ze daar tijdens de kabinetsformatie nog even aandacht voor vragen kan ik wel begrijpen.”

    Ook de VSNU zegt, net als de studenten, dat er geen extra geld bijkomt, maar zij weten dat dit wel zo is. De universiteiten zeggen dat het onderwijsgeld onder druk staat omdat ze het bedrag lumpsum krijgen van OCW. Het lijkt nu dat ze het mij kwalijk nemen dat ze zoveel ruimte krijgen, dat klinkt bijna of ze het niet aankunnen.

    Nu was er kort geleden nog kritiek op de manier waarop er omgegaan is met het ‘experiment prestatieafspraken’. De mogelijkheid tot het maken van kwaliteitsafspraken is de facto al opgenomen in het studievoorschot, dus die komen er dus sowieso?

    “Ja, maar daar kunnen we dus nog alle kanten mee op. Laten we er helder over zijn. Halbe Zijlstra heeft prestatieafspraken gemaakt en ik heb dat als experiment beschouwd. Dat experiment moet dan ook grondig geanalyseerd worden want wat de vormgeving betreft zijn er volgens mij nog flink wat vragen te stellen. Een voorwaarde van de VVD voor het studievoorschot was wel dat er een vorm van verantwoording zou komen.

    In de tijd van Zijlstra was ik rector van de Hogeschool van Amsterdam, en in die functie was ik eigenlijk ook niet tegen een vorm van verticale verantwoording afleggen. Zeker omdat hogescholen dat hele gedoe van Inholland net achter de rug hadden, dan kun je niet weglopen van je verantwoordelijkheid en dan moet je ook uit kunnen leggen aan het parlement wat je met die middelen doet. Je moet je legitimeren, het is geld dat door iedereen wordt opgebracht ook van mensen die nooit gestudeerd hebben, ook die mensen heb je wat uit te leggen.”

    Dat er een vorm van verticale verantwoording moet komen komt inderdaad terug in veel van de evaluaties, maar hoe ziet deze er dan uit?

    “Waar ik mijn twijfels bij heb is het ex ante en ex post afrekenen van instellingen. Daardoor zit je investeringen misschien toch in de weg. Bijvoorbeeld als instellingen te ambitieuze doelen stellen en halverwege concluderen dat ze het toch niet gaan halen. Dan weet je dat je achteraf gestraft wordt en dan ga je misschien eerder op je geld zitten, in plaats van dat het naar het onderwijs gaat stoppen ze het in een oude sok.

    Ik vind echt dat universiteiten en hogescholen een compliment verdienen voor hoe zij de voorinvesteringen van het studievoorschot hebben gedaan. Dat hielp ook mee om na te denken over langdurige contracten van docenten. Ik wilde bijvoorbeeld ook minder tijdelijke contracten, het is moeilijk om dat te doen als je weet dat je geld van de prestatieafspraken misschien terug moet betalen.

    Wat betreft verantwoording en institutionele vormgeving moeten we nu niet beginnen met praten over een nieuwe centrale commissie zoals Commissie van der Donk voorstelt. Dan is iedereen het direct oneens met elkaar. Er zitten ook nadelen aan zo’n centrale commissie (KIHOS) want dat kan er voor zorgen dat er een soort schaduwminister ontstaat. Wel moet er een borging zijn dat instellingen zich verantwoorden, ook aan de regio.”

    We hebben de PvdA minister van onderwijs nog niet gehoord over de verkiezingsuitslag, hoe komt dat? Denk je niet bij jezelf: had ik dat sociaaldemocratische verhaal maar beter verkocht?

    “Ik stond deze keer, net als vorige keer, niet op de lijst. Daarom heb ik me ook een beetje buiten die discussie gehouden. Deze uitslag komt natuurlijk aan als een mokerslag. Dat het zou liggen aan het verkopen van dat verhaal vind ik een te simpele analyse, en het is ook niet alsof ik dat allemaal heel precies zou weten. Het feit dat in het begin al heel veel mensen niet begrepen dat we met de VVD gingen regeren was sowieso al lastig.”

    En dat terwijl het naar buiten toe altijd overkwam alsof het een prettige samenwerking was…

    “Ik heb altijd zeer gewaardeerd dat we met de meningsverschillen om konden gaan. Het ging op de inhoud en de omgangsvormen waren prettig. Je kunt in de politiek van mening verschillen maar wel heel goed met elkaar omgaan.

    Zo zijn Henk Kamp en ik jaren samen woordvoerder in de Kamer geweest op sociale zaken, en politiek konden we elkaar af en toe de tent wel uitvechten. Maar als persoon heb ik hem altijd heel erg gemogen, en als minister ook. Hij is fair, straight, je hebt niet het gevoel dat hij het ene zegt en ondertussen aan je stoelpoten zit te zagen. Maar je vormt geen regering voor de prettige interne samenwerking, maar om het goede te doen voor de samenleving. ”

    Begrepen we uw reactie in de Kamer goed dat u geen uitvoering wilt gaan geven aan de motie van Pieter Duisenberg om de politieke voorkeur van wetenschappers te laten onderzoeken door de KNAW?

    “Die inbreng vond ik nogal ‘geëxtrapoleerd’. Het ging in dat debat over een voorstel van mij om naar meer vrouwelijke hoogleraren te werken en hij trok het hierdoor ineens veel meer naar politieke correctheid en politieke diversiteit. De indruk werd gewekt dat er veel te veel linkse types aan de universiteit werken. Tegelijkertijd hebben we bijvoorbeeld aan de Leiden universiteit weer onderzoekers van een hele andere stempel.

    Ik ben er helemaal niet op tegen gesprekken te voeren over dit onderwerp maar ik vind een onderzoek op dit punt nog echt niet nodig. De KNAW is al heel actief in allerlei discussies rond dit onderwerp en dat laat zien dat wetenschap ook een maatschappelijke engagement heeft. Dat is juist een heel essentieel onderdeel van het wetenschapsbedrijf. Geen valorisatie in de economische zin maar meer in de maatschappelijke zin.”

    Frans van Heest en Sicco de Knecht