• A
  • A
  • Innovatie, het nieuwe wondermiddel

    (Windmolenpark Amalia, foto: Ad Meskens)

    (Windmolenpark Amalia, foto: Ad Meskens)

    - Het lijkt de wonderlijke oplossing te zijn om de onderhandelende partijen in de Stadhouderszaal bij elkaar te brengen: innovatie. Promovendus Jorrit Smit heeft slecht nieuws voor de onderhandelaars: innovatie is niks.

    U leest hier de bijdrage van Jorrit Smit:

    Een nieuwe drogreden bedreigt de Nederlandse samenleving: het innovatie-argument vervuilt politieke discussies en uiteindelijk het wereldwijde milieu. Een snelle CTRL+F operatie in de verkiezingsprogramma’s van de formerende partijen leert dat de redenering ad innovationem vooral bij de economisch liberale partijen in zwang is: de teller staat bij D66 en VVD nabij de honderd, bij CDA en GroenLinks rondom de twintig.

    Ongetwijfeld zal een verwijzing naar nationale innovatiekracht in de Stadhouderszaal geregeld over tafel vliegen. Zeker nu ‘klimaat en duurzaamheid’ een belangrijke rol gaan spelen in de onderhandelingen, is het van het grootste belang deze linguïstische innovatie tegen het licht te houden.

    Ad innovationem

    De ad innovationem redenering is logisch verwant aan de ad antiquitatem en de ad novitatem. Deze eeuwenoude drogredeneringen stippen aan dat men niet geldig argumenteert met een conservatieve verwijzing naar het verleden – ‘het is altijd al zo!’ – noch met een progressieve omarming van het heden – ‘het is goed want we gaan met de tijd mee!’.

    Het is logisch vals het oude of het nieuwe te gebruiken als rechtvaardiging van een bepaalde positie. Na het verleden en het heden steekt nu de verwijzing naar de toekomst de kop op. De ad innovationem redenering schrijft het aanstormende onbekende argumentatieve kracht toe, zonder dat de logica daartoe reden geeft.

    Daarnaast is de ad innovationem verwant aan het autoriteitsargument (ad verecundiam). In het laatste verkiezingsdebat verwees Mark Rutte naar de autoriteit van innovatie om de discussie met Gert-Jan Segers (CU) af te kappen: de ‘nationale innovatiekracht’ zou de macht hebben om het klimaatprobleem op te lossen. De daadwerkelijke aard van het probleem en de oplossing schuift hij zo vooruit. Een klimaatkabinet zou onder de bannier van innovatie elkaar op de schouders kunnen kloppen, om er later achter te komen dat de werkelijke meningsverschillen over rechtvaardige oplossingen genegeerd zijn.

    Ad nauseam

    De autoriteit van innovatie neemt nog verder toe door de eindeloze, misselijkmakende herhaling (ad nauseam). D66 en de VVD menen werkelijk alles er mee op te kunnen lossen: naast duurzaamheid gaat innovatie ons helpen aan een democratischer Europa, een groeiende economie, betere zorg, slagvaardige én goedkope defensie, en een bloeiend MKB. Ook de arbeidsmarkt, landbouw, mobiliteit, onderwijs en de publieke omroep zullen de geïnnoveerde vruchten plukken. Zo strooit men zand in de ogen van de mogelijke coalitiegenoten, maar vooral ook van de kiezers die wel eens hele zure vruchten op hun bord zouden kunnen krijgen.

    Innovatie is namelijk niks. Het is een hol begrip dat hoogstens verandering opmerkt. Maar wat de aard van deze verandering is blijft onopgehelderd. Waar bestaat innovatie bijvoorbeeld uit? Het is niet simpelweg een geniale inval, kennistoename of technische verbetering. Bovenal dient het een oud of nieuw probleem op voorheen onbekende wijze op te lossen.

    Maar oplossingen kunnen we op tal van manieren bedenken. En elke oplossing heeft andere gevolgen, en dus ook andere profiteurs, belanghebbenden en slachtoffers. Daarnaast berust niet elke innovatie of oplossing op een toename in kennis. Ook het succesvol implementeren van eeuwenoude kennis op een nieuw probleem biedt hulp, en soms bestaat de oplossing al maar is het enkel beleid of de markt dat succesvol gebruik verhindert.

    Ad infinitum

    Bij een wicked problem als het klimaat is dit bij uitstek het geval: het is een oorzakelijk complex en lastig te definiëren probleem, zodat er niet één duidelijke oplossing is die objectief de beste gevolgen heeft. Zie de recente discussie over duurzame energiesystemen bijvoorbeeld. Er moeten zoveel touwtjes opnieuw worden geknoopt, losgeknipt of vastgetrokken dat er ingewikkelde antwoorden nodig zijn.

    Het gebruik van de ad innovationem stopt de discussies die er werkelijk toe doen. Allereerst is onduidelijk welke praktijk men precies bedoelt met innovatie: wie moeten er geld gaan krijgen, waarvoor en hoe? Daarnaast, en nog veel belangrijker, is innovatie geen apolitieke oplossing voor een duidelijk probleem.

    Zowel over wat het probleem is – bijvoorbeeld op de arbeidsmarkt of in het vervoer – als wat een rechtvaardige en gewenste oplossing is – meer of minder nivellering, meer of minder asfalt – verschillen de politieke partijen van mening. Het is mijn angst dat innovatie, als de deus ex machina van D66 en VVD, de basis onder een ‘klimaatkabinet’ gaat vormen: met name Klaver zal dan binnen de korste keren het deksel op de neus krijgen.

    Jorrit Smit is promovendus bij Universiteit Leiden en verblijft momenteel bij University College Londen. Hij doet historisch en filosofisch onderzoek naar de herkomst, uitwerking en betekenis van wetenschapsbeleid, het begrip valorisatie in het bijzonder.