• A
  • A
  • Voer het debat over de Nederlandse taal!

    (foto: Hogeschool Rotterdam)

    (foto: Hogeschool Rotterdam)

    - Twee weken geleden leidde een uitspraak over docenten en taalbeheersing bij een bijeenkomst tot politiek debat in zowel Den Haag en Rotterdam. Volgens Ron Bormans (Hogeschool Rotterdam) is het tijd voor een breder debat over Nederlandse taal. “Ik denk dat we te lang te slordig zijn geweest met onze taal.”

    Bij een gezamenlijke meet-up van de NVAO en de Vereniging Hogescholen vertelde Marja Paulussen van de Hogeschool Rotterdam over haar ervaringen met de taalbeheersing van docenten in Rotterdam-Zuid. Nadat deze opmerkingen door andere media werden opgepikt, leidde dit zowel in de Tweede Kamer als in de Rotterdamse gemeenteraad tot discussie.

    Verbazing over commotie

    De Vereniging Hogescholen reageerde door te stellen dat er op gebied van taalbeheersing ‘geen water bij de wijn’ wordt gedaan. “Uiteraard blijft het belangrijk dat we in het hbo geen water bij de wijn doen als het gaat om de kwaliteitseisen. Wel willen we de discussie over diversiteit graag verbreden naar andere factoren dan uitsluitend taalbeheersing.”

    Voor Ron Bormans, voorzitter van de grootste hogeschool in Rotterdam, zijn de ontwikkelingen reden om in zijn weekblog uitgebreid stil te staan bij het belang van de Nederlandse taal. Bormans zegt zich te hebben verbaasd over de commotie die ontstond nadat onder meer GeenStijl berichtte over de kwestie.

    “Tegenwoordig zijn mensen zo snel ‘woedend en gechoqueerd’ dat dat de moderne varianten geworden lijken te zijn van ‘geïrriteerd en verbaasd’. Of zoekt men hiermee politiek gewin? Of nog erger: claimt men de Nederlandse taal en dreigt de Nederlandse taal onderdeel te worden van een steeds verstikkender normatief kader van wat Nederlands nu precies zou moeten zijn? Dreigt het politiek incorrect te worden om taal te bespreken in combinatie met het vraagstuk rond inclusiviteit?”

    Een legitieme inbreng in het debat

    Bormans stelt dat het maken van spelfouten door docenten niet goed valt te praten. “Maar als we iedereen uitsluiten die zich daar wel eens schuldig aan maakt, wordt het stil in ons land. Zou onze grote held Johan Cruyff, wiens taalgebruik terecht rijk en uniek genoemd wordt, zijn diploma gekregen hebben als we op een puristische manier naar zijn taal gekeken hadden?”

    “Dus als iemand in het debat uitspreekt dat het in de discussie over het Nederlands niet alleen mag gaan over de ‘d’s en de t’s’, maar ook over hoe we de Nederlandse taal zo kunnen doceren dat zij dient als ondergrond voor integratie, dat zij mensen verbindt in plaats van uitsluit, dan is dat een legitieme inbreng in het debat”, vervolgt Bormans.

    “Wat mij betreft mag een onderzoeker omwille van het debat zelfs inbrengen dat het niet moet gaan over de ‘d’s en de t’s’, ook als deze onderzoeker werkt bij Hogeschool Rotterdam”, verdedigt Bormans zijn Rotterdamse college. “Hoewel ik dan zou markeren dat ik die opvatting niet deel, wat we als Hogeschool Rotterdam deze week ook duidelijk hebben gemaakt in de vorm van een verklaring.”

    Bormans gaat nog uitgebreider in op hetgeen zijn collega Marja Paulussen tijdens het debat in Utrecht gezegd had. “Tijdens de bijeenkomst heb ik erop willen wijzen dat, naast het belang van taaltechniek – bijvoorbeeld het gebruik van d's en t's –, er ook ruimte moet zijn voor meer activerende werkvormen in het onderwijs. Dat meer aandacht besteed moet worden aan het oefenen van taalvaardigheid en taalrijkheid en dat het opdoen van kennis en begrip van de materie minstens zo belangrijk zijn”, verduidelijkt Marja Paulussen haar woorden.

    Slordigheid ten aanzien van de eigen taal

    Hoewel Bormans de ontstane tumult in zijn reactie nuanceert, grijpt de collegevoorzitter het moment ook aan om een lans te breken voor een breder debat over de Nederlandse taal in het onderwijs.

    “Ik heb zelf met enige regelmaat mijn zorg uitgesproken over hoe we onze taal bejegenen: te vaak met een zekere onverschilligheid. Ik denk dat we wat kunnen leren van de Vlamingen die de taal veel meer omarmen en veel meer ‘taalfierheid’ etaleren (waarbij overigens niet gezegd is dat zij de taal aantoonbaar beter beheersen). Natuurlijk heeft dat alles te maken met de politiek-culturele context van België, maar toch.”

    Volgens Bormans is er in Nederland al langere tijd sprake van slordigheid ten aanzien van de eigen taal. “ik durf de stelling aan dat we een te weinig te geprofileerd, positief normatief kader hebben van wat dat Nederlands nou eigenlijk is en betekent, om voldoende krachtig sturing te geven aan de inrichting van ons onderwijs. En eerlijkheid gebiedt het te zeggen: het in mijn ogen vermaledijde cultuurrelativisme heeft zeker bijgedragen aan een zekere slordigheid en een te grote tolerantie ten aanzien van foutief taalgebruik.”

    Debat vanuit twee waarden

    En dus is het tijd voor debat vanuit twee naast elkaar staande waarden. “De ene waarde is dat we het Nederlands op een hoog niveau moeten willen spreken en doceren. Daarbij moeten we dan wel  proberen te komen tot een betere duiding van dat niveau dan ‘het juiste gebruik van d’s en de t’s’. De d’s en de t’s goed kunnen plaatsen is een indicatie van taalbeheersing, zeker, maar die indicering moet rijker en beter kunnen.”

    “De waarde die daarnaast staat, is dat we moeten nadenken over hoe we mensen met verschillende uitgangsposities voor wat de beheersing van de Nederlandse taal betreft, tot een hoog niveau kunnen brengen. Dat is niet alleen een vraagstuk van etniciteit, het gaat ook om de taalbeheersing van mensen die tweetalig opgevoed worden. Kortom: het gaat om de taalbeheersing van mensen uit verschillende sociaal-culturele groepen.”

    Bormans eindigt zijn verhaal met een oproep aan zijn collega’s om zich in het debat te mengen over hoe het gewenste taalniveau bereikt kan worden. “Een belangrijke en essentiële waarde in de Nederlandse samenleving is dat wij ons vrij uiten, zeker waar het het hoger onderwijs betreft en het wetenschappelijke onderzoek; een belangrijke waarde zou moeten zijn dat we daar respectvol en zonder gemakkelijk politiek winstbejag het gesprek over voeren.”

    U leest het volledige blog van Ron Bormans hier op de site van de Hogeschool Rotterdam