• A
  • A
  • Het einde van formatief 'toetsen'

    (foto: Pierre-Yves Beaudouin)

    (foto: Pierre-Yves Beaudouin)

    - Met welk doel nemen we toetsen af in het onderwijs? Dat was de vraag die centraal stond bij het vierde symposium van het Platform Leren van Toetsen in Rotterdam. “Formatief ‘toetsen’ moet een verboden woord worden,” zegt lector Dominique Sluijsmans (Hogeschool Zuyd). “Het werkt heel lastig in de praktijk.”

    “Bij summatief toetsen gaat het om presteren, bij formatief toetsen om het leren.” Dominique Sluijsmans, lector Professioneel Beoordelen op Hogeschool Zuyd, heeft daarom wat moeite de naam formatief toetsen. Toetsing veronderstelt een afrekenmoment, terwijl het daar bij formatief toetsen nu juist niet om zou moeten gaan.

    Leren is een proces

    “Never grade students while they are still learning”, stelt de Amerikaanse onderwijsdenker Alfie Kohn. Deze gedachte wordt beaamd door Sluijsmans, maar toch zit het volgens haar nog sterk in het DNA van het onderwijs. “Het traditionele beeld van toetsing die losstaat van het onderwijs zelf heeft te lang het onderwijs en daarmee het gedrag van studenten geconditioneerd.”

    Sluijsmans schreef samen met docent René Kneyber het boek Toetsrevolutie, waarin de drie kerndoelen van formatief toetsen worden uitgewerkt: het communiceren van leerdoelen, het voor de leraar zichtbaar maken van de voortgang van studenten, en het geven van feedback die leidt tot doelgericht handelen.

    Als het aan Sluijsmans ligt wordt het werken met cijfers en het summatief toetsen in het onderwijs tot een minimum beperkt. “Ik zou zeggen maximaal drie keer summatief toetsen gedurende de opleiding.” Desiree Joosten-ten Brinke, lector Kwaliteit van Toetsen op Fontys, benadrukt in haar keynote speech op het symposium ook het belang van het op een andere manier kijken naar toetsing.

    “Toetsing gaat om het verzamelen van informatie over welke stof studenten en leerlingen beheersen. Het gaat om het leren leren. Docenten gaan daar inmiddels veel bewuster mee om,” vertelt Joosten-ten Brinke. Vanuit die visie krijgt toetsing in het onderwijs een heel andere rol, dan het in de voorbije jaren heeft gehad. Niet langer een moment waarop leerlingen worden afgerekend op wat zij presteren, maar instrument om kennis te vergaren over wat studenten kunnen, willen en doen.

    Kijken naar de rol van toetsen

    Die nieuwe manier van het gebruiken van en kijken naar toetsing is een belangrijke drijfveer geweest voor het opzetten van het Platform Leren van Toetsen. Toen het platform in 2013 van start ging, lag toetsing onder een vergrootglas. “We kwamen net uit alle perikelen rond Inholland en het rapport ‘Vreemde ogen dwingen’ van de commissie-Bruijn over de validiteit van toetsen dat heel veel impact heeft gehad,” vertelt Simone Kooij, één van de initiatiefnemers van het platform.

    “Het idee van het platform was om ook weer op een andere manier naar de rol van het toetsen te kijken,” zegt Kooij. “We wilden weer wat meer naar de kwaliteitskant kijken, een ander perspectief bieden en echt leren van toetsen. Daarom was het ook belangrijk dat hogescholen echt onderzoek gingen doen naar toetsing.”

    Het waren de Hogeschool Rotterdam en Hogeschool Zeeland die daarom de aanzet deden tot een platform, vertelt Martijn Leenknecht van Hogeschool Zeeland. “We wilden dit met meerdere hogescholen samen doen, zodat je ook echt bij elkaar in de keuken kijkt. Dat was namelijk ook één van de adviezen uit ‘Vreemde ogen dwingen’.”

    Als het aan Leenknecht ligt gaat de discussie over toetsing zich de komende jaren als een olievlek verspreiden. “Allereerst met hogescholen, want ik denk dat het goed is om dit per sector te organiseren, maar ik juich het heel erg toe als er in het mbo en voortgezet en primair onderwijs vergelijkbare platforms opgezet gaan worden.”