• A
  • A
  • Uitnodigen tot ontwikkeling

    - “Starten vanuit de ervaring, de vraag, de zorg van de student en niet vanuit het geprogrammeerde aanbod.” Lerarenopleider Maaike Nap (HAN) bespreekt aan de hand van haar ervaringen hoe een docent betrokkenheid creëert.

    U leest de bijdrage van Maaike Nap hieronder

    De kwaliteit van de interactie tussen de lerarenopleider en de student is van grote waarde voor het leerproces van aankomend leerkrachten. Nergens wordt het belang van teach how you preach zo onderstreept als binnen de opleiding tot leerkracht. Het is dus van belang om na te denken over kenmerken van de kwaliteit van die interactie en hier taal aan te geven. Dit artikel is een eerste verkenning, gevoed vanuit ervaringen als lerarenopleider op HAN Pabo Nijmegen.

    Doet deze les er toe?

    Aandacht voor de kwaliteit van de interactie tussen lerarenopleiders en hun studenten vraagt om het perspectief van de student te kunnen innemen. Om dit te kunnen moet je op de hoogte zijn van de manier waarop de student zijn opleiding (en zichzelf) ervaart. Je moet weten welke ervaringen hij opdoet (in de praktijk) en vanuit welk perspectief hij hier naar kijkt. En vervolgens in staat zijn om echt aan te sluiten bij wat de student (aan ervaringen) met zich meebrengt.

    Het vraagt moed om de student met zijn eigen perceptie en beleving van de werkelijkheid echt ons uitgangspunt te laten zijn. Moed, omdat je niet precies weet waar het toe leidt en je de zekerheid van een vastgelegd programma loslaat. Als we het belangrijk vinden dat (aankomend) leerkrachten leerlingen met hun ervaring, beleving en perceptie van de werkelijkheid als vanzelfsprekend uitgangspunt van onderwijs zien, is het nodig dat wij als lerarenopleiders hierin model staan.

    Om hier ruimte voor te creëren is het nodig om studenten serieus te nemen en de dialoog met hen aan te gaan. En om hen te stimuleren die dialoog met zichzelf en hun omgeving aan te gaan. Studenten komen met allerlei emoties en ervaringen het onderwijs binnen. Vaak gaan die over ervaringen over het hier en nu. Zo trof ik laatst een klas die informeerde wat we die les zouden gaan doen, en of het alsjeblieft wel zinvol voor hen kon zijn, want ze moesten nog zoveel anders doen. En daar was het, het pedagogische moment, de vraag die er voor hen echt toe deed. En die mij hielp richting te geven aan hun leerproces.

    Wanneer is onderwijs zinvol?

    Om echt aan te sluiten bij de beleving en perceptie van deze groep was het nodig om ruimte te maken voor hun beleving. Wanneer hier ruimte voor is, voelen studenten zich serieus genomen in hun denken, in wie ze zijn, en in wat ze mee- en inbrengen. Door uitnodigend te zijn, verhelderingsvragen te stellen over de behoeftes, intenties en verlangens van de studenten verbreed en verdiept de vraag zich. En krijgt zowel de docent als de student meer inzicht in de vraag achter de vraag. En in de persoon achter de vraag.

    Het gesprek met studenten over zinvolheid van onderwijs en hun behoefte hieraan gaf veel stof tot nadenken voor zowel de groep als de docent. Mede door de koppeling te maken naar de leerlingen uit hun stagepraktijk. Het is waardevol je af te vragen of leerlingen in je klas dezelfde behoeftes hebben aan in hoeverre je hieraan, als aankomend, leerkracht al bijdraagt. Wanneer een dergelijke gesprek plaats vindt is er een dubbele les te leren en is je onderwijs als het ware “een doosje in een doosje”.

    Ruimte voor kwetsbaarheid

    Om de student als uitgangspunt voor het leerproces te nemen moet je als lerarenopleider dus in staat zijn om het perspectief in te kunnen nemen van de student (of de groep). Opdat zij; op hun beurt dit bij leerlingen kunnen. Starten vanuit de ervaring, de vraag, de zorg van de student en niet vanuit het geprogrammeerde aanbod of de leerstof biedt ruimte aan zowel student als docent. Ruimte om beiden helemaal aanwezig te kunnen/moeten zijn, ruimte voor dialoog en reflectie, ruimte om samen op zoek te gaan in de richting van het antwoord, ruimte voor niet-weten en twijfels, ruimte voor onzekerheid en falen. En ruimte voor kwetsbaarheid omdat de gemaakte keuzes altijd betwist kunnen en moeten worden. Dit kenmerkt het beroep van leraar. Er is immers niet een enkele waarheid.

    Als lerarenopleider sta je hierin dus model voor studenten en is jouw gedrag voortdurend onderwerp van gesprek bij dat leren. En dat is mooi; want als docent ben je zelf ook voortdurend onderweg en lerend. Dit biedt stof tot dialoog en reflectie en kost geen enkele voorbereiding. Je voelt aan, bent alert op wat zich in de werkelijkheid aandient. Je bewust zijn van je eigen gedrag, van de interactie, en dit onderwerp van gesprek maken.

    Het is aan de lerarenopleider zijn kwetsbaarheid te tonen en de door hem gemaakte twijfels en keuzes hardop te delen. De lerarenopleider is doordat hij zichzelf volledig als heel persoon inbrengt, bezig de aankomend leraar in zijn totaliteit te vormen als mens.  Zo heb ik studenten eens gevraagd om iedere vijf minuten te scoren hoe betrokken ze gedurende mijn “les” over betrokkenheid waren.

    Het gesprek achteraf

    Natuurlijk had ik gezorgd voor variatie in werkvormen, filmpjes, plaspauzes om de leerlingen maar niet af te laten haken en uit te komen op een constante, hoge betrokkenheid. Een opmerkelijk gesprek volgde. Regelmatig was de betrokkenheid laag, maar, gaven ze aan: dit lag geenszins aan mij. Ik had het echt heel goed gedaan met alles wat ik hen had laten zien. Ze benoemden de sterke punten van mijn les maar de roep van hun telefoon was soms nou eenmaal sterker dan zijzelf en dat had echt niks te maken met mijn activiteit. Dat riep tal van vragen bij mij op. Vragen over hoe zij de activiteit beleefd hadden, wanneer de betrokkenheid lager werd, waar dit volgens hen aan lag.

    En toen volgde een gesprek over wie eigenlijk verantwoordelijk is voor “het leerproces”. Wat betrokkenheid eigenlijk is (en of dat ook kan met tussenpozen van niet-betrokken zijn), wat concentratie vergt, en hoe belangrijk het voor hen is voortdurend contact te hebben met anderen. En wat ik vooral leerde van hen, is hoe goed zij in staat zijn aan te wijzen wat voor hen betrokkenheid verhoogt (en wat niet).

    Als ware het ervaringsdeskundigen, collega’s eigenlijk, gaven zij mij feedback op mijn les. En natuurlijk legden we direct de link naar de leerlingen in hun klas. De kracht van de bijeenkomst lag dus in het gesprek dat erna plaats vond. De activiteit was pas echt betekenisvol toen we onze ervaringen deelden vanuit een sfeer van openheid en aanvaarding. We verkenden de theoretische concepten dieper doordat ze gebruikt werden om de werkelijkheid van onze gezamenlijke ervaring te duiden.

    Schep ruimte voor de dialoog

    Deze leerzame verkenning van de werkelijkheid van de student is niet zonder richting en gaat wel degelijk gepaard met “sturing”. Je “wandelt” mee, staat stil, wijst aan of confronteert, stelt vragen of roept nieuwe vragen op. Je schept ruimte voor studenten om de dialoog aan te gaan met zichzelf, elkaar en hun omgeving. Studenten zijn betrokken als het aansluit bij hun beleving, als ze kritische vragen mogen stellen, als ze zichzelf mogen inbrengen. Want pas als je gegrepen wordt door wat je leert, het je raakt en emotioneert, komt het bij je binnen en krijgt het betekenis.

    De lerarenopleider kan ruimte maken voor ervaringen van studenten maar ook ervaringen oproepen. Door gebruik van taal, symbolen, beelden en kunst kan er betekenis gegeven worden aan deze ervaringen en kunnen ze gedeeld worden. Zo is het vak drama bij uitstek geschikt om ervaringen in het hier en nu te laten ontstaan. Dit vraagt om geïntegreerd onderwijs waarin verschillende vak of leergebieden ondersteunend zijn aan het leerproces van de student. En om lerarenopleiders die vanuit openheid, respect en oprechte interesse dit proces een centrale plek kunnen laten innemen.

    Je moet als het ware het onderwijs kunnen en durven oprapen dat zich via studenten aan je aandient. Onderwijs is niet iets wat men organiseert, maar wat gebeurd of plaats vindt. Als je goed kijkt en luistert brengen zij het prachtigste onderwijs in en geven zij hiermee richting aan een (wederkerig) leerproces.

    Oprechte interesse in de ander, van moeten naar ont-moeten

    Op een diepere laag van het contact tussen docent en student gaat het over ‘er helemaal mogen zijn’. Herkend en erkend worden in wie je bent en wat je meebrengt. Dit vanuit een diepe overtuiging dat zij ons veel kunnen laten zien. Dat er van hen veel te leren valt. Dat zij voor ons een wereld kunnen openen die enkel en alleen te betreden is als er oprechte interesse is in de beleving van de ander. Alleen dan kun je verbinden en betekenis geven.

    Wanneer het eigen ritme, de eigen interesses en de ervaringen van studenten en docenten leidraad mogen zijn voor ontwikkeling is er dus, bij beiden, een verkenning nodig van binnenuit. Zoals beschreven is dit een situationeel proces dat op de eerste plaats vraagt om openheid en aanvaarding. Dit kan alleen als er geen oordeel is in de vorm van een opgelegde uniforme prestatie of toets.

    Als er geen obsessie is voor “de waarheid” of “het goede antwoord”, maar aandacht en waardering voor het proces van leren. Controle belemmert diepgaand leren. Diepgaand leren is pas mogelijk als de student zelf het initiatief heeft genomen een theoretisch concept tot zich te nemen. Lerarenopleiders kunnen aan dit proces bijdragen door erop te vertrouwen op wat een student in potentie met zich meebrengt.

    Drs. Maaike Nap is lerarenopleider op de HAN PABO Nijmegen