• A
  • A
  • Leenstelsel treft het hart van de middenklasse

    - “De middenklasse legt zich toe op de toekomst van de kinderen, men ziet op tegen het maken van schulden en wil dat niet al op jonge leeftijd stimuleren.” De Wetenschappelijke Raad voor het regeringsbeleid schrijft dat de afschaffing van de basisbeurs vooral de middenklasse treft.

    Deze week verscheen het WRR-rapport ‘De val van de middenklasse? Het stabiele en kwetsbare midden.’ In dit rapport schrijft de WRR dat de middenklasse in Nederland het steeds moeilijker krijgt. Zij hebben vaker twee inkomens nodig, moeten rekening houden met de flexibiliteit en tijdelijkheid van werk, dienen werk en zorgtaken te combineren, en meer zelfredzaamheid aan de dag te leggen om risico’s het hoofd te bieden.

    Verminderen van onzekerheden

    De door de WRR genoemde werkzaamheden gaan gepaard met toenemende gevoelens van onzekerheid. Bij de middenklasse leeft dan ook het gevoel dat de overheid te weinig voor hen doet. Om de kwetsbaarheid van middengroepen te verkleinen en de stabiliteit van de middengroepen te ondersteunen is het van belang dat de overheid zich richt op het verminderen van onzekerheid, zo schrijft de WRR. Terwijl de hoger opgeleiden zichzelf wel kunnen redden en de lager opgeleiden een beroep kunnen doen op ‘allerlei potjes’, krijgen zij steeds minder. De afschaffing van de studiefinanciering is voor de middenklasse een belangrijk symbool.”

    De middenklasse is vooral kwetsbaar omdat deze bij inkomensdaling steeds minder kunnen terugvallen op een buffer.  “Bij de onderkant van de samenleving voor het overgrote deel en de middenklasse in belangrijke mate beschikt niet over voldoende eigen vermogen dat als buffer kan functioneren wanneer het inkomen terug- of wegvalt of als steeds meer eigen middelen moeten worden ingezet zoals bijvoorbeeld na de afschaffing van de studiefinanciering.”

    Steeds minder zekerheid

    Voor dit advies heeft de WRR ook met focusgroepen gesproken die tot de middenklasse behoren. Daar komt ook het beeld naar boven dat de afschaffing van de studiefinanciering negatieve gevolgen heeft voor deze groep.  “Deze groep heeft de indruk dat zekerheden die vroeger vrij onwrikbaar waren nu op losse schroeven zijn komen te staan. Ze wijzen op het langer moeten doorwerken voor je aow, minder rechten op pensioen, hogere zorgkosten en het vervangen van de studiefinanciering door een leenstelsel. Er is op allerlei vlakken steeds minder zekerheid, zeggen de deelnemers.”

    Wat voor de deelnemers een belangrijk symbool is van de middenklasse die geen aanspraak meer kan maken op de verzorgingsstaat, is het afschaffen van de studie- financiering volgens de WRR. “ Dat raakt het hart van het ‘middenklasseleven’ omdat de middenklasse zich toelegt op de toekomst van de kinderen, en uitdraagt dat het niet verstandig is om risico’s te nemen. Men ziet op tegen het maken van schulden en wil dat niet al op jonge leeftijd stimuleren. Volgens vooral laag- en middelbaar opgeleiden, heeft dit ertoe geleid dat er voor hun kinderen een drempel is opgeworpen voor het volgen van vervolgonderwijs.”

    Diploma-inflatie

    Een andere dreiging voor de niet hoogopgeleide middenklasse is diploma-inflatie. “Er is sprake van verdringing van middelbaar opgeleiden door hoger opgeleiden die geen functie op hun eigen niveau kunnen krijgen. Dit verschijnsel wordt ‘diploma-inflatie’ genoemd, dat wil zeggen dat je ‘minder beroep’ krijgt voor je opleiding. Behalve door een tekort aan hogere functies kan dit ook komen doordat werkgevers steeds hogere eisen aan hun personeel stellen en dus meer diploma’s vragen voor dezelfde functies.”

    Tegelijkertijd vindt een aantal middelbaar- en hoogopgeleide deelnemers de investering in het onderwijs van de kinderen wel enigszins terecht omdat deze zich meestal wel terug zal betalen, zo blijkt uit de gesprekken die de WRR heeft gevoerd: “‘een opleiding die leidt tot een betere baan, daar mag je best zelf in investeren’. Maar, ze erkennen ook dat deze investering door de eerder genoemde diploma-inflatie wel minder zeker is geworden. Daarom heeft de afschaffing van de studiefinanciering waarschijnlijk zo’n belangrijke symbolische waarde voor de middengroepen. Nu de baten van een opleiding voor de middenklasse niet altijd meer helder zijn worden ze geacht zonder hulp van de overheid risico’s te nemen die niet passen bij hun middenklasselevensstijl.