• A
  • A
  • "Bij mij willen ze gewoon een vak leren"

    - Wie in Nederland op eigen houtje een opleiding erkend wil krijgen, komt een hoop obstakels tegen. Maar wat betekent dat voor iemand die een losse opleiding van de grond wil krijgen? “Ik wil gewoon laten zien dat we een volwaardige vakopleiding zijn,” vertelt Elso Post van de Floral Academy.

    In juni 2016 stopte de VBW, de brancheorganisatie voor bloemisten, met het volwassenonderwijs. Tot dan toe had Elso Post via Stoas – nu Aeres Hogeschool – in Wageningen een vakopleiding tot bloemist verzorgd. “Die samenwerking werd opeens stopgezet omdat ze geen brood meer zagen in de avondopleiding en dus moest ik zelf iets gaan opzetten.” Post wil er voor zorgen dat de kennis die er binnen Nederland is binnen het bloemistenvak niet verloren gaat.

    Die nieuwe opzet werd de Floral Academy, een opleidingsinstituut voor de bloemisterij, dat inmiddels vakscholen kent in Gelderland, Overijssel en Limburg. “Goed vakonderwijs is van levensbelang voor de sector, die toch al onder druk staat. Daarom mag dat niet verloren gaan,” zegt Post die wijst op de enorme brain drain richting Azië. Hij richt zich met name op mensen die zich willen bijscholen of hun carrière een andere wending willen geven.

    Geen beschermd beroep

    Bloemist is geen beschermd beroep in Nederland wat betekent dat iedereen die een bloemenwinkel wil openen dat in principe kan doen. Dat neemt niet weg dat er een bepaalde standaard is waaraan Post met zijn opleiding wil voldoen. “Het is goed als er mensen over onze schouders meekijken om te waarborgen dat we kwaliteit leveren. Je levert kwaliteit en dat wil je aantonen. Met dit soort vormen van erkenning dek ik me in, laat ik zien dat we een volwaardige opleiding zijn.” Met de stichting die achter de Floral Academy zit, zorgt Post er dan ook voor dat er mensen die op hun beurt gecertificeerd zijn om examens af te nemen.”

    Dat keurmerk vond Post bij het Centraal Register Kort Beroepsonderwijs (CRBKO), een stichting die kleine opleiders van een keurmerk voorziet, en bij de Nederlandse Raad voor Training en Opleiding (NRTO). Het CRBKO doet om de vier jaar een audit. Daar wordt onder meer gekeken of de opleiding aan de kwaliteitscode voldoet, of de rechtszekerheid van de opleiding gewaarborgd is en of er aan de betalings- en leveringsvoorwaarden wordt voldaan.

     Voor veel van dit soort zaken is het als kleine ondernemer niet makkelijk ze te regelen. “Het is heel erg zelf het wiel uitvinden. Ik heb veel ondersteuning gekregen van NRTO, maar zij weten natuurlijk ook niet alles. Toen ik een stichting wilde opzetten voor de examencommissie van mijn opleiding, moest ik ook statuten opstellen. Daar kon de NRTO mij toen niet bij helpen, dus dat heb ik zelf moeten ontdekken.”

    Civiele waarde of civiel effect

    Voor Post was het geen optie om als mbo-opleiding in het huidige bestel te werken, wat ligt in de doelstelling van het bekostigde hoger onderwijs om het civiele effect na te streven. “Als je een mbo-opleiding bent, moet je ook onderwijzen in taal en levensbeschouwing bijvoorbeeld, maar dat willen de mensen die kiezen voor mijn opleiding helemaal niet, of ze hebben dat in hun vooropleiding al gehad. Bij mij willen ze gewoon een vak leren.”

    Niet-bekostigd onderwijs wordt niet gesubsidieerd door de ministeries van OCW en EZ. De kosten van de opleiding komen voor rekening van de persoon die de opleiding volgt, van de werkgever of van de uitkeringsinstantie. Bij niet-bekostigd onderwijs kan worden gedacht aan mondelinge deeltijdopleidingen aan een particulier instituut, schriftelijke cursussen of bedrijfsopleidingen.

    Hoewel er geen bekostiging is, is het voor private opleiders wel mogelijk om via NVAO en Onderwijsinspectie een erkenning van kwaliteit te krijgen voor opleidingen. Bij NCOI doen ze dat wel, maar dat is geen sinecure. “Wij hebben een team kwaliteit en innovatie dat daar fulltime mee bezig is,” vertelt Eric Verduyn, directeur onderwijs van NCOI. “Dat zijn tien mensen en het is niet alsof die te weinig te doen hebben. Het is niet iets wat je er even bij doet.”

    Opleidingsaanbieders die jaarlijks door NVAO worden ge-audit komen makkelijker aan een keurmerk van de NRTO, legt Verduyn uit. “De erkenning van de NVAO is voor ons met afstand het belangrijkst. Die heeft ook echt civiele waarde.”

    Die forse eisen aan kwaliteitszorg die NVAO en de Onderwijsinspectie stellen, maken het voor nieuwkomers op de markt van opleiders niet makkelijk. “De toetredingsdrempel is inderdaad hoog,” zegt Verduyn. “Het lijkt me goed dat er strenge eisen worden gesteld, maar je kunt je wel afvragen wat dit voor de innovatie betekent.”

    In het geval van de Floral Academy is het dus waarschijnlijk niet lonend om ook bij de NVAO en de Onderwijsinspectie. Het is ook de vraag of het voor dergelijk specialistische opleiding wel nodig, denkt Verduyn. “Ik zag laatst dat er iets van 17.000 niet-bekostigde opleiders in Nederland zijn. Die zijn echt niet allemaal geaccrediteerd door de NVAO of hebben een keurmerk van NRTO. Ik denk ook dat als het echt om een concrete vaardigheid gaat, er niet altijd een zwaar keurmerk nodig is. Met uitzondering natuurlijk van beroepen en vaardigheden die een wettelijk of veiligheidskader kennen. Daar is het natuurlijk juist van belang.”