• A
  • A
  • KNAW wil meer academische leraren

    (Foto: US Air Force)

    (Foto: US Air Force)

    - Volgens de KNAW is het van belang dat er meer academische eerstegraads leraren bij komen. "Ook wij moeten ons steentje bijdragen om het tekort te lijf te gaan.", aldus Wim van Saarloos (KNAW).

    Binnen nu en tien jaar gaat een groot aandeel van de leraren met een voltijdsaanstelling met pensioen. Deze groep bestaat voor een groot gedeelte uit (mannelijke) academisch geschoolde eerstegraad leraren en het lijkt dat er voor deze groep geen vervanging is. Momenteel komt slechts 17% van de afgestudeerde leraren in het voortgezet onderwijs van de universitaire lerarenopleiding (bron: OCW).

    Volgens de KNAW-commissie is dit verloop een aderlating voor het academisch gehalte van het voortgezet onderwijs. Als het aan haar ligt, moet er de aankomende jaren dan ook flink geïnvesteerd worden in doorgroeimogelijkheden voor studenten en zij-instromers die eerstegraads bevoegdheid willen halen. “Wij willen ons als KNAW uitspreken voor het belang van academisch geschoolde docenten.”, zegt de vicepresident van de KNAW, Wim van Saarloos tegen ScienceGuide.

    Belang academische achtergrond

    De KNAW hecht er belang aan dat er meer academisch geschoolde leraren bijkomen. Zij zouden, met name in het vwo, hun wetenschappelijke attitude beter kunnen overbrengen op hun leerlingen. ‘Dit vergt leraren die zelf een academische basis hebben en van daaruit in staat zijn hun leerlingen bij hun intellectuele ontwikkeling te begeleiden [cursivering van KNAW].’, zo schrijft de commissie en vervolgt: ‘Bovendien kunnen leraren die zelf een universitaire studie hebben afgerond hun vwo-leerlingen beter adviseren bij hun studiekeuze.’

    Lees hier het position paper van de KNAW.

    Volgens Van Saarloos is er een duidelijk attitudeverschil tussen eerstegraads leraren van het wo en het hbo. “Grosso modo is het in het hbo meer van ‘dit is hoe het zit’, en in een onderzoekje is het meer uitzoeken wat er in de literatuur staat of hoe iets toegepast kan worden. In het wetenschappelijk onderwijs zit het meer in de genen om kritisch door te vragen en worden theorieën niet als eindpunt gezien, maar als iets om door te ontwikkelen.”

    In 2014 kwamen er in totaal rond de 2200 eerstegraders bij, waarvan de commissie de 667 gediplomeerden lichamelijke opvoeding (alleen hbo) niet meerekent. De rest van de eerstegraders kwam voor 37% van het hbo en 63% kwam van de ULO. Over het algemeen nam het totale aantal nieuwe gediplomeerde leraren af, ook het aantal academische eerstegraders nam af.

    Hand in eigen boezem

    De KNAW spitst zich in haar advies toe op de vraag wat universiteiten kunnen doen om hun aanbod te verbeteren en de routes richting de ULO makkelijker te maken. Als deze route een groter aandeel zou moeten vormen van het totale aantal (eerstegraads) leraren, dan moet er volgens Van Saarloos iets veranderen in de cultuur. “Het is op sommige faculteiten, met name bij de bèta’s, nog steeds heel erg de sfeer om de beroep van leraar te zien als tweede keus.”

    “Ik vind het fout dat je een houding hebt van: ‘die anderen zijn minder waard’. Leraar zijn is juist een eervol beroep, daar wil ik mij namens de KNAW hardop voor uitspreken.” Volgens de vicepresident van de KNAW is dat een geluid waar door velen binnen de academie met enthousiasme op wordt gereageerd. “Je moet gewoon genoeg academische eerstegraads leraren hebben.” Volgens hem gaat het er niet om dat iedereen via de universiteit een eerstegraadsbevoegdheid behaalt. “Ook wij moeten ons steentje bijdragen om het tekort te lijf te gaan.”

    Salaris of bekostiging?

    In een beter salaris voor eerstegraads docenten ziet de commissie geen heil. ‘Het maximumsalaris in de LD-Schaal van de cao voor het voortgezet onderwijs – waarin ongeveer 27 procent van de leraren zit – bedraagt 5.279 euro. Dit is vergelijkbaar met bijvoorbeeld het salaris van een universitair docent of een senior beleidsmedewerker bij de overheid.’ De commissie constateert daarbij dat voor hbo-geschoolde eerstegraadsleraren de kans op een hoog uurloon zelfs groter is in het onderwijs.

    Volgens Van Saarloos is het salaris, zelfs in de bètatechnische hoek, niet de doorslaggevende factor. “Dat heb ik zelf nooit gemerkt. Wat veel zwaarder weegt is de zorg van mensen is dat ze ergens veertig jaar aan vastzitten en ze ondertussen zijn afgesneden van wat er in het vakgebied gebeurt.” Hier ziet de KNAW een belangrijke rol voor initiatieven die leraren weer op de hoogte brengen van de laatste ontwikkelingen in hun vakgebied.

    Praktische voorstellen

    Om de doorstroom te verbeteren moeten volgens de commissie ook inhoudelijke barrières worden doorbroken. Een daarvan is de, volgens de commissie té didactische, inhoud van de educatieve master, een van de meest gevolgde routes naar het leraarschap op de universiteit. ‘Door veel studenten, zeker uit de exacte wetenschappen, wordt dit als weinig motiverend ervaren.’ De oplossing ligt volgens de commissie in de lijn van het Actieplan van de VSNU: tweejarige lerarenopleidingen waarin de vakkennis en de voorbereiding op het lerarenberoep zijn geïntegreerd.

    Wat betreft het vergroten van de instroom noemt de commissie specifiek programma’s als ‘Eerst De Klas’ en het ‘Onderwijstraineeship’, die erop gericht zijn recent afgestudeerden met goede studieresultaten te trekken. Alhoewel deze programma’s de afgelopen jaren veel geprezen werden, heeft het afnemend veld op enige uitzonderingen na de handschoen nog niet opgepakt. Van Saarloos betreurt het dat deze initiatieven geen vervolg krijgen.

    In het verlengde daarvan ziet de commissie dat sommige goedbedoelde investeringen, zoals de subsidies en lerarenbeurzen spaak lopen. “Scholen kunnen niet altijd de formatie garanderen voor een aanstelling, en een beginnende leraar kan niet van school wisselen als het niet bevalt”, zegt Van Saarloos. Zelf ziet hij meer in een persoonlijke beurs, zodat iemand de opleiding tot leraar kan gaan doen zonder dat een school alvast een formatieplaats moet hebben, zoals nu het geval is. Die eis maakt het lastiger voor scholen van dat programma gebruik te maken. Met een regeling voor individuen kan dat volgens de KNAW worden ondervangen.