• A
  • A
  • Koploper blijven in nanotechnologie

    Lab-on-a-chip (foto: National Institute of Standards and Technology)

    Lab-on-a-chip (foto: National Institute of Standards and Technology)

    - Nederland heeft een mondiale koppositie op het gebied van nanotechnologie. Maar die positie is kwetsbaar, ziet Guus Rijnders, voorzitter van NanoLabNL. “Als je voorop wilt blijven lopen, zul je continu de apparatuur moeten vernieuwen.”

    De afgelopen jaren werd NanoLabNL bekostigd uit grote landelijke programma’s zoals NanoNed, een groot initiatief rondom nanotechnologie. Het leverde de onderzoeksinfrastructuur het afgelopen decennium een half miljard aan investeringen op en dat heeft het onderzoek naar kwantumcomputers, organs-on-a-chip en datacommunicatie geen windeieren gelegd. Denk aan betere computers, die sneller en energiezuiniger zijn en chips die vroegtijdige diagnoses mogelijk maken.

    Lees verder over de lab-on-a-chip technologie

    Binnen NanoLabNL werken de nanolaboratoria van de Rijksuniversiteit Groningen, TU Delft, TU Eindhoven, UTwente en AMOLF aan nieuwe toepassingen van nanotechnologie. “We zijn nu bezig met atomaire controle,” vertelt Guus Rijnders. “Dat houdt in dat we op een gecategoriseerde manier atomen stapelen. We bouwen atoomlaag voor atoomlaag iets op dus.”

    Dat proces is heel complex en daar is hele nauwkeurige apparatuur voor nodig. “De afgelopen jaren is vanuit de aardgasbaten – de FES-gelden – geïnvesteerd, eerst in NanoNed en daarna in NanoNextNL. Maar dat is nu opgehouden. Terwijl als je in de nanotechnologie voorop wilt blijven lopen, zul je continu je apparatuur moeten vernieuwen.”

    Afgelopen jaar werd NanoLabNL door NWO in de roadmap gezet als één van de grootschalige onderzoeksfaciliteiten die de grootste prioriteit heeft in de Nederlandse wetenschap. “Nanotechnologie geldt als een sleuteltechnologie die in uiteenlopende gebieden een belangrijke rol speelt en gaat spelen,” schreef NWO toen.

    Aderlating voor de kenniseconomie 

    Volgens Rijnders is juist de samenwerking tussen bedrijfsleven en wetenschap wat met name NanoNextNL zo succesvol heeft gemaakt. “Je bent daarin echt samen verantwoordelijk voor het resultaat.”  Het heeft er voor gezorgd dat er een onderzoeksinfrastructuur in Nederland is ontstaan die zowel fundamenteel onderzoek doet als werkt aan de ontwikkeling en het testen van prototypes.

    Guus Rijnders vreest dat met het wegvallen van de structurele financiering voor NanoLabNL zoals deze de voorbije jaren plaatsvond, de koppositie in gevaar komt en dat wetenschappers daardoor Nederland zullen verlaten. “Dat is een aderlating voor de Nederlandse kenniseconomie en de bedrijven die veelvuldig gebruik maken van deze sleuteltechnologie”

    Deze week hield Rijnders ook in het Financieel Dagblad een pleidooi voor structurele financiering van het onderzoek naar nanotechnologie in Nederland. “Ik doe een oproep aan de overheid om structureel te blijven investeren in deze faciliteiten en er voor te zorgen dat dat Nederland een grote rol blijft vervullen in de wereld van het extreem kleine.”