• A
  • A
  • Bètatechnische studies weinig populair in Nederland

    - Het percentage leerlingen dat in Nederland een studie kiest in de bétatechnische hoek is een van de laagste van alle OECD-landen. Duitsland weet zelfs twee keer zoveel studenten in deze richtingen te trekken, zo blijkt uit onderzoek van de OECD.

    De OECD concludeert in Education at a Glance, een onderzoek dat iedere twee jaar uitgevoerd wordt, dat de Nederlandse bevolking internationaal gezien hoogopgeleid is en dat in het opleidingsniveau een stijging te zien is. Ook heeft Nederland weinig jongeren die niet aan onderwijs of werk deelnemen en is de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt ten opzichte van andere landen goed.

    Studierichting centraal

    Education at a Glance heeft een aantal vaste onderwerpen zoals de deelname aan het onderwijs, opleidingsniveau van de bevolking, uitgaven aan onderwijs, salarissen van leraren en internationale mobiliteit, maar het centrale thema dit jaar is de studierichting van leerlingen. Dit rapport vergelijkt 35 OECD-landen met elkaar, waaronder 22 EU-landen. 

    Gemiddeld is in de OECD-landen 43% van de 25-34 jarigen hoogopgeleid. Nederland zit hier met 45% net boven. Finland en Duitsland zitten onder het OECD-gemiddelde. In Nederland is het percentage werkenden voor alle opleidingsniveaus hoger dan het OECD-gemiddelde. Verder heeft Nederland een sterk systeem van middelbaar beroepsonderwijs. Het opleidingsaanbod hiervan wordt afgestemd op de vraag en het aanbod van de arbeidsmarkt.

    De studiekeuze van studenten verschilt sterk per land, zo laat het OECD-rapport zien. Kiest in Duitsland ruim 37% van de leerlingen voor een studie in wis- natuurkunde, informatica, techniek, industrie of bouwkunde, in Nederland is dat slechts 18%. Alleen Luxemburg en Turkije scoren op dit punt slechter dan Nederland. Met name op het gebied van de techniekopleidingen voor bouw en industrie presteert Nederland zwak, hoewel het aandeel bétatechnische eerstejaars studenten de afgelopen jaren is toegenomen.

    Salarissen voor docenten onder de loep 

    Een ander belangrijk onderwerp uit Education at a Glance, is momenteel ook onderdeel van debat tijdens de formatiebesprekingen. De OECD legt namelijk ook de salarissen voor leraren naast elkaar. In het primair onderwijs liggen die in Nederland ruim boven het OECD-gemiddelde, dit geldt voor alle leeftijdsklassen. 

    De OECD plaatst daarbij wel een kanttekening. Het salaris van leraren in vergelijking met andere werknemers met soortgelijk opleidingsniveau in Nederland ligt gemiddeld lager dan in de rest van de 26 OECD-landen waar dit van bekend is. Nederland scoort op die lijst plek 21. In het primair onderwijs ligt dat salarisverschil na vijftien jaar werken 30 procent lager dan bij iemand met hetzelfde opleidingsniveau elders op de arbeidsmarkt, terwijl in het voortgezet onderwijs 12 procent minder wordt verdiend.