• A
  • A
  • Basisbeurs ten koste van lerarensalaris?

    - De Telegraaf meldt vandaag dat de basisbeurs weer wordt ingevoerd. Dit zou wel eens ten koste kunnen gaan van de wens van leraren in het primair onderwijs om 1,8 miljard extra uit te trekken voor de verhoging van de lerarensalarissen.

    De herinvoering van de basisbeurs ligt op de tafel van de onderhandelende partijen voor een nieuw kabinet, dat meldde de Telegraaf vanochtend. Behalve het feit dat deze informatie gelekt is uit de onderhandelingen mag dit nieuws geen verrassing genoemd worden. De ChristenUnie en het CDA hebben altijd al fel geageerd tegen het leenstelsel. Bovendien hebben beide partijen het herinvoeren van de basisbeurs al door laten rekenen door het CPB toen zij hun verkiezingsprogramma presenteerden. De herinvoering van de basisbeurs zou een tegemoetkoming zijn aan de middeninkomens, die dit nieuwe kabinet financieel tegemoet wil komen.

    Leraren of studenten?

    Herinvoering van de studiebeurs in de bachelorfase zou een kostenpost met zich meebrengen van ruwweg 0,8 miljard op jaarbasis. Kortom, een forse investering van het nieuwe nog te vormen kabinet. Dit maakt het verhogen van de lerarensalarissen ook niet eenvoudiger, want de wensenlijst voor het departement OCW is groot voor de formerende partijen.

    Naast de roep om een hoger salarissen voor leraren in het primair onderwijs spreken de formerende partijen waarschijnlijk ook over kleinere klassen, een speerpunt van D66 en het CDA. Omdat er 80.000 docenten in het primair onderwijs werken is iedere ingreep in de lerarensalarissen een majeure financiële operatie.

    Toch zal de druk op de formerende partijen groot zijn omdat de basisschool leraren op 5 oktober, de Dag van de Leraar, een landelijke demonstratie organiseren voor de verhoging van de salarissen. Het zou voor onderwijspartij D66 een hard gelag zijn als het nieuwe kabinet dan niet tenminste voor een deel aan de eis van €1,8 miljard van de leraren in het primair onderwijs tegemoetkomt.

    Begrotingsgat

    Daarnaast is er voor de lopende begroting van 2018 een gat van €450 miljoen dat gedicht moet worden. Dit komt deels door de toegenomen studentenaantallen in het wetenschappelijk onderwijs. Minister Dijsselbloem beloofde bij de behandeling van de voorjaarsnota dat hij dit gat zou dichten, maar een financiële onderbouwing is er nog niet.

    Toch zijn er tal van mogelijkheden om de basisbeurs weer in te voeren. Zo kunnen de leenvoorwaarden voor de studieschuld flink versoberd worden, bijvoorbeeld door de terugbetalingstermijn van 35 jaar flink terug te schroeven. Ook zou de rente niet meer gekoppeld kunnen worden aan de vijfjaars-rente op staatsleningen maar aan de hogere tienjaars-rente. Daarnaast kan de OV-kaart versoberd of zelfs afgeschaft worden. Allemaal opties uit de verkiezingsprogramma’s van de ChristenUnie en CDA die door het CPB zijn doorgerekend zijn.

    Een laatste optie tot bezuiniging hangt nog als het zwaard van Damocles boven de kunstopleidingen. Daar willen VVD en ChristenUnie een derde van de middelen weghalen, zo bleek uit de doorrekening van het CPB. Deze plannen, die de instroom in de kunstopleidingen zouden moeten beperken, zouden ook aansluiten op de plannen van het CDA om te bezuinigen bij de kleine opleidingen in het hoger onderwijs.