• A
  • A
  • Digitalisering activeert studenten

    (foto: Sergey Galyonkin)

    (foto: Sergey Galyonkin)

    - De VSNU start het academisch jaar met een impuls voor digitalisering in het onderwijs. Technologie moet niet achterblijven op het eiland van de technische universiteiten, maar door alle vakgebieden en universiteiten heen gedragen worden. Wat gebeurt er op dit punt al, en wat leren we daarvan?

    Farshida Zafar, LL.M., projectleider Online Onderwijs & innovatie bij de EUR, ziet met name kansen om met behulp van technologie studenten te activeren. Zafar is de bedenker van de virtual reality oefenrechtbank die vorig jaar nog een SURF Onderwijsaward won. Onlangs werd het prototype van de oefenrechtbank opgeleverd. De oefenrechtbank moet studenten vroeg inzicht geven in de werkrealiteit. Zafar: “Wat ik vaak hoor van nieuwe studenten is ‘O, ik ga rechten studeren, want dan word ik net zo’n coole gast als in Suits.’”. 

    Uit je comfortzone in Rotterdam

    Het Nederlandse rechtsysteem lijkt helemaal niet op de spannende Netflix-serie en door deze applicatie wordt dit al snel duidelijk voor jonge studenten. In een gesimuleerde rechtbank staan zij voor drie rechters en een officier van justitie een pleidooi te geven. Door middel van artificial intelligence, schudden de rechters echt met hun hoofd als jouw argument geen hout snijdt. Door studenten in een vroeg stadium kennis te laten maken met de togaberoepen, kunnen studenten zich veel beter voorbereiden op hun verdere carrière. 

    Studenten, docenten, van alle leeftijden, die mochten oefenen met de applicatie van de artificial courtroom zijn zeer enthousiast. Studenten ervaren opeens de stress van een rechtszaal en zijn onmiddellijk uit hun comfortzone. “Van zitten achter je boeken word je opeens in een wereld gedropt en daar moet je het maar zelf zien te doen”, aldus Zafar. De projectleider hoeft haar bestuurders niet meer aan boord te krijgen: “Ik heb een luxepositie, want mijn universiteit draagt innovatie een warm hart toe.”

    Zafar is blij met de stimulans vanuit de VSNU, onder leiding van Anka Mulder, maar ziet ook obstakels, met name voor de niet technische universiteiten: “Ik vind het geweldig dat Anka het voortouw neemt, zij is een lichtend voorbeeld, echt een pionier. Tegelijkertijd denk ik ook dat de stimulans voor meer innovatie en technologie wel haaks staat op allerlei prestatieafspraken en andere zaken.” Zafar vraagt zich af of er is nagedacht over de doorvertaling, wat gaat er concreet veranderen en waar komt de ruimte voor de innovatie en technologie dan? Er zijn ideeën genoeg voor Educational Technology, maar er moeten intern ook de middelen, mensen en capaciteiten zijn om te ontwikkelen.

    Zafar: “Sterker nog, ik denk dat er maar weinig universiteiten zijn die nu een volwaardig curriculum aanbieden waar informatica en alles wat te maken heeft met programmeren ook daadwerkelijk wordt verzorgd.” Wat dat betreft hebben de 4TU een voorsprong op de andere universiteiten. Zij kunnen beter inspelen op de wereld waarin de studenten digital native zijn, want die hebben de kennis, de expertise in huis, met name op het gebied van programmeren. Een oplossing voor de Erasmus Universiteit is snel regionaal gevonden: hoe zou het zijn om samen te werken met omliggende hbo-instellingen die dat soort vakken wel aanbieden. “Het juk van het is hier niet uitgevonden dus het is niet belangrijk, die moet eraf, zeker op het thema van technologie!”

    We zijn al op het kantelpunt!

    Ook binnen de technische universiteiten is de oproep van het VSNU gehoord. Al zijn zij al langere tijd actief met digitalisering in het onderwijs. De technische universiteiten houden projecten op het gebied van digitalisering in het onderwijs bij via de innovation map. Jan van der Veen, directeur van 4TU Centre for engineering Education (4TUCEE) licht een aantal voorbeelden toe.

    Steeds meer docenten passen in Twente Flipping the Classroom toe. Bij deze vorm gebruiken docenten Kennisclips; video’s die specifiek in gaan op bijvoorbeeld de T-toets van statistiek, om onderwijs op maat geven. “Docenten zien kansen om van het gevoel af te komen ‘ik bedien maar een paar mensen echt op maat en voor de rest zit ik net te hoog of te laag’. En zij hopen dat ze goed voorbereide studenten op de bijeenkomsten krijgen die daarna op een goed niveau verder kunnen gaan.” Bij de studenten ziet Van der Veen nog wel de noodzaak voor een cultuuromslag. Zij moeten nog wel in actie komen en zien colleges toch nog te veel als het aftrap moment van het onderwerp. Hierin ligt komend jaar voor Twente de uitdaging, spelen met verwachtingsmanagement en motivatie technieken om het een succes te maken.

    Een tweede voorbeeld vanuit Twente richt zich op het lezen van literatuur, dat voor studenten soms best wel een eenzame bezigheid is. Er zijn nu allerlei mogelijkheden om samen met je medestudenten te lezen: “Dus dan zeggen docenten, dit moet je voor volgend college lezen en dan staan er ook een paar vragen in de kantlijn waar ze op kunnen reageren, of ze kunnen zelf aangeven ‘Dit stuk is onduidelijk’ en dan kan de docent daar in het volgend college op ingaan.”, zegt Van der Veen.

    De Twentse onderwijsvernieuwer is positief over de doorvertaling van de digitale ambities naar de niet-technische vakgebieden: “Ik ben er wel positief over dat we nu over een kantelpunt heen zijn dat je een brede inzet kan verwachten. Als we veel delen met elkaar, veel universiteiten proberen namelijk al veel, dan is er veel mogelijk.”

    Enige beperking, de miljoenen die nodig zijn om het er zo mooi uit te laten als een game zijn er niet. Universiteiten moeten slimme keuzes maken over bedragen in verhouding met het aantal gebruikers. Van der Veen ziet, net als de VSNU, mogelijkheden in samenwerking met ondernemers op het gebied van Ed Tech om financieringslast te delen. Zo gebruiken de planologen in opleiding al dezelfde 3D-software als de planoloog gebruikt om een wijk in te richten.

    Je eigen enkel bekijken

    Aan de Universiteit Leiden zijn er ook ontwikkeling op het gebied van virtual reality, vergelijkbaar met Rotterdam. Thomas Hurkxkens van het Centre for Innovation aan de Universiteit Leiden deelt de ervaringen aan zijn universiteit. Hij heeft een achtergrond als filmmaker en verkent nu de mogelijkheden van virtual reality met het New Media Lab van de universiteit.

    Samen met docent anatomie en embryologie Berend Hierck van het LUMC, ontwikkelde het Centre for Innovation een applicatie voor de HoloLens. Deze applicatie is een antwoord op een onderwijs vraag: Hoe maken we de bewegingen in het onderbeen en de enkel direct begrijpelijk. (Extra informatie in deze video). Snijden in een lichaam dat niet meer beweegt laat nog niet de complexe bewegingsmogelijkheden zien. Door het interactieve hologram, een 3D anatomisch model in de HoloLens, kunnen studenten bestuderen wat er met de spieren gebeurd als deze daadwerkelijk bewegen.

    “We zijn er in geslaagd om de voet van de student te koppelen aan het hologram. Dus dan is het zo dat als de student zijn eigen voet beweegt, het hologram meebeweegt. Hier komt een nieuwe manier van leren in zicht, actief, in samenwerking met elkaar en leren van je eigen lichaamsbewegingen.”, legt Hurkxkens uit. De Hololens app (Dynamic Anatomy) wordt het komend collegejaar toegepast in het anatomie onderwijs.

    Het innovatiecentrum van in Leiden vraagt alle faculteiten om na te denken over technologie in onderwijs, en wil komend jaar per faculteit een project te starten. Het centre is op zoek naar de echte onderwijsproblemen, waar technologie een oplossing voor kan bieden. Veel moeite hoeft het innovatiecentrum niet te doen om docenten in beweging te krijgen. Hurkxkens: “Wij merken veel enthousiasme om met deze techniek aan de slag te gaan, en docenten zijn er vaak zelf al mee bezig, of ze zien de mogelijkheden maar missen dan nog de middelen om het daadwerkelijk toe te passen.” Leidse docenten zijn enthousiast en hebben zelf veel ideeën. Hurkxkens en collega’s zijn op hun verkenningstocht al een visuele antropologie docent tegengekomen die de ambitie heeft om met een 360 camera filmmateriaal voor onderzoek te gaan maken.

    Hurkxkens ziet de infrastructuur als volgende uitdaging die de niet-technische universiteiten moeten nemen om aan de oproep van het VSNU gehoor te geven: “Er is voor virtual reality nog niet of nauwelijks een infrastructuur. En wij hebben als innovatiecentrum de rol om na te denken over ‘Hoe implementeer je dit daadwerkelijk in het onderwijs?’”

    Projecten gaan in fases, of je levert aan 35 studenten of aan 300, dat maakt net als in Twente ook in Leiden een groot verschil. In Leiden is de steun voor digitalisering groot, met een innovatiebudget van vier jaar en enthousiasme bij het CvB. “Het beeld dat Leiden een behoudende universiteit is, daar merk ik in de praktijk van mijn werk helemaal niks van. Docenten zijn enthousiast, en we krijgen de mogelijkheid en de financiering om dit te doen.”

    De agenda voor digitalisering in het onderwijs van de VSNU leest u hier