• A
  • A
  • Hanze vindt samenwerking in Rusland

    foto: Yaroslava Kulchenko

    foto: Yaroslava Kulchenko

    - De Hanze verwelkomt haar eerste internationale promovendus, uit Belgorod, Rusland. “Als je als instelling een ambitie hebt, dan hoort daar ook bij dat je als instelling de ambitie hebt om internationaal herkend en erkend te worden.”, aldus Rob Verhofstad.

    De aanstelling van promovendus Yaroslava Kulchenko is een eerste joint-PhD constructie met een internationale partner van de Hanzehogeschool Groningen, namelijk de Belgorod State National Research University (BelSU) in Rusland. Een mooie aanleiding om ook met Rob Verhofstad, lid van het college van bestuur, te praten over internationalisering in Groningen en in het hoger onderwijs.

    “Dit is een stap, waar ik heel erg trots op ben. Hij komt voort uit constructieve en strategische samenwerking die verder gaat dan alleen heen en weer mooie bezoeken brengen.”, legt Verhofstad uit. De twee instellingen vullen elkaar aan. Belgorod richt zich met name op het fundamenteel life-sciences onderzoek, en in Groningen is er veel ervaring met het toegepast onderzoek op dit gebied. Toegepast onderzoek is in Rusland minder aanwezig.

    Promoveren aan de universiteit

    Yaroslava is 24 jaar en geboren in de Oekraïne. De promovendus startte een paar weken geleden aan de Hanzehogeschool, met haar onderzoek naar de “anthocyanen uit tulpen”. Anthocyanen zijn kleurstoffen in rood-blauwe planten die de kleur van de bloembladen van de tulp bepalen. Het contact met de Groningse instelling is gelegd tijdens een werkbezoek van de Groningers aan de Universiteit van Belgorod.

    Als masterstudent stond zij in het lab toen de delegatie langskwam. Geïntrigeerd door het werk dat zij daar deed met tulpen raakten de bestuurders in gesprek met Yaroslava. Tijdens dit gesprek werden de uitwisselingsmogelijkheden met de Hanzehogeschool benoemd. En nu maakt de biologe haar promotieonderzoek compleet door in Groningen een praktisch element toe te voegen. Yaroslava richt zich op het maken van zeer efficiënte zonnecellen met natuurlijke kleurstoffen, geïsoleerd uit tulpen.

    Dit onderzoek is niet alleen een internationale samenwerking, maar ook een nationale samenwerking. Naast de samenwerking tussen Groningen en Belgorod, is er ook een samenwerking met Delft en Leiden. Haar begeleider in Groningen is Lector circulaire bio-economie Rob van Haren. Promoveren doet Yaroslava in Belgorod en aan de universiteit van Leiden. Hogescholen hebben immers het promotierecht niet, bij de herziening van het Ius Promovendi dit jaar is de wens van de Vereniging Hogescholen om ook lectoren dit recht te geven niet overgenomen.  

    Yaroslava waardeert vooral de vrijheid die zij in Groningen krijgt: “In Belgorod was mijn supervisor erg inspirerend en hij kwam met veel ideeën. Maar het is hier voor mij een mooie kans om mijn eigen droom te ontwikkelen. Hier kan ik ook mijn eigen ideeën ontwikkelen en echt mijn eigen onderzoek doen, zonder hulp.”

    Huisvesten van studenten

    Rob Verhofstad, die naast bestuurder van de Hanze ook lid is van de adviesraad van Nuffic, vindt de start van het onderzoek van Yaroslava een mooi voorbeeld van kwaliteitsverbetering door middel van internationalisering. Een aspect dat in de discussie rondom de impact van internationale studenten voor het Nederlandse onderwijs onderbelicht is. “Ja, wij moeten het huisvestingsprobleem oplossen. Maar wat fantastisch dat wij kennelijk zo aantrekkelijk zijn voor hele slimme en kundige studenten, dat zij hun studie in Nederland willen doorbrengen.”

    Hij heeft sterk het gevoel dat er in de discussie geen zicht meer is op het grote verhaal. Er ligt volgens hem te veel nadruk op de punten waar internationalisering geld kost en waar het pijn doet. Het is van belang dat internationalisering wordt gezien als een weg naar kwaliteit en niet als marketingtool, volgens Verhofstad. “We willen als Nederland een kenniseconomie zijn. Nu komen die mensen hier om onze kenniseconomie te versterken. En dan gaan wij het erover hebben dat het zo lastig is dat wij niet weten hoeveel flats wij moeten bouwen.”

    Volgens Verhofstad levert een toestroom van studenten altijd huisvestingsproblemen op. “En dan zeggen dat als we stoppen met het toelaten van internationale studenten het capaciteitsprobleem oplost is ook niet juist”. Een grotere toestroom van bachelorstudenten levert bijvoorbeeld hetzelfde huisvestingsprobleem in Groningen op, zo stelt hij.

    Internationale toppositie bewaken

    Capaciteitsproblemen moeten opgelost worden door lokale samenwerking van betrokken. Zo zijn de woningproblemen voor dit collegejaar ook in overleg met gemeente en huisvesters opgelost “Iedereen in Groningen, moet op een goede manier kunnen wonen. En als je hier komt om te studeren, dan moet je niet de eerste weken bezig zijn te zoeken naar een woning.”

    Deze stelling komt overeen met de reactie van minister Bussemaker tijdens haar laatste Kamerdebat dat ging over internationale studenten en huisvesting. “De regie voor de voorlichting en het voorbereiden van studenten om te komen ligt bij de onderwijsinstellingen. De regie voor het bouwen ligt bij de lokale wethouder die een bouwplan moet maken. Die twee moeten op lokaal niveau met elkaar overleggen.”

    Lees meer over dit debat in het artikel “Internationalisering op volle kracht vooruit

    Verhofstad voegt hier aan toe dat als onderwijsinstellingen de volledige verantwoordelijkheid zouden pakken, dit zou leiden tot scheve gezichten: “Stel je nu eens voor als er krantenkoppen zouden zijn ‘Wij gaan zoveel miljoenen investeren in studentencomplexen.’ Dan zegt iedereen ‘Ik dacht dat jullie geld kregen om onderwijs aan te bieden en niet om te bouwen.”

    In een debat waarin politici en bestuurders de grenzen van internationalisering verkennen, wil Verhofstad het liever hebben over het behouden van Nederland’s internationale toppositie: “Ik zie eerlijk gezegd meer de uitdaging dat wij moeten voorkomen dat wij als land afzakken in die positie, dan dat het zo onstuimig groeit dat wij het niet meer kunnen faciliteren. En dat eerste vind ik nog spannender.”