• A
  • A
  • Het volgsysteem? In Vlaanderen al 10 jaar

    - Gepromoveerden vinden in Nederland maar zelden een baan in de academie. Om in te kunnen spelen op dit gegeven groeit de roep om meer inzicht. In Vlaanderen volgt men al ruim tien jaar het carrièreverloop van wetenschappelijk personeel middels een volgsysteem.

    In Nederland experimenteren enkele universiteiten met een volgsysteem voor wetenschappelijk personeel. Zo heeft de Rijksuniversiteit Groningen een volgsysteem voor alle promovendi en ook op andere plaatsen zijn er lokale initiatieven. Er is in Nederland echter geen overkoepelend systeem, niet bij het ministerie of bij de VSNU.In Vlaanderen maken de vijf universiteiten wel gebruik van een volgsysteem, en met succes. Deze aanpak, geïnitieerd door de Vlaamse overheid, werd opgestart in 2007. ScienceGuide sprak met Noëmi Debacker, beheerder van het Human Resources in Research Flanders (HRRF) en werkzaam voor instituut ECOOM.

    Noëmi, als onze informatie klopt, dan is het volgsysteem in Vlaanderen een combinatie van data uit verschillende bronnen. Welke bronnen zijn dit en waar is het systeem ondergebracht?

    “In Vlaanderen hebben we inderdaad een systeem waarbij we alle onderzoekers die een doctoraat starten opvolgen zolang zij aanwezig zijn aan één van de Vlaamse universiteiten. In de HRRF zijn de gegevens, afkomstig van de databanken van de vijf Vlaamse universiteiten samengebracht in een databank. Dit traject is in 2007 gestart, maar de HRRF bevat data sinds het academiejaar 1990-1991.

    Het beheer van het systeem ligt bij de universiteit Gent (UGent). De universiteiten leveren elke twee jaar, dus aan het begin van een nieuwe cyclus, de gegevens aan. Hierbij gaat het over verschillende gegevens. Ten eerste alle aanstellingen van al het wetenschappelijk personeel verbonden aan de universiteit: en daarbij de begin- en einddatum van de aanstelling, de financieringsbron, het statuut (bijvoorbeeld doctoraatsbursaal, of wetenschappelijk medewerker, hoogleraar), aanstellingspercentage, faculteit en ten slotte de vakgroep.

    Daarnaast zijn ook de demografische gegevens opgenomen, de nationaliteit, het geslacht, geboortedatum. Tenslotte zijn ook alle inschrijvingen voor het doctoraat (domein en datum) en alle doctoraatverdedigingen (diplomadomein en datum) opgenomen in het systeem.”

    Naast de registratie van wetenschappelijk personeel willen jullie daadwerkelijk de carrière van een wetenschapper volgen, hoe wordt het wetenschappelijk personeel op langere termijn gevolgd?

    “Om de koppeling tussen gegevens te kunnen maken, en daarmee personen in hun wetenschappelijke carrière te kunnen volgen, zijn ook de volgende zaken in de databanken opgenomen: personeels en studentennummer, rijksregisternummer (in Nederland het burgerservicenummer), naam en voornaam. Door de koppeling van een rijksregisternummer kunnen wij een onderzoeker die start aan universiteit A en vervolgens het onderzoek verderzet aan universiteit B en afsluit aan universiteit C als dezelfde onderzoeker herkennen.

    Het gaat hier dan om gecodeerde gegevens: immers, bij volgende updates moeten de nieuwe gegevens verder gekoppeld worden aan de vroegere gegevens. Op die manier hebben we dus een overzicht van de carrière van alle onderzoekers verbonden aan een Vlaamse universiteit, zo lang zij verbonden blijven aan een Vlaamse universiteit. Wanneer ze Vlaanderen verlaten, of terecht komen op de niet-academische arbeidsmarkt zitten ze niet langer in onze databank.”

    Deze informatie is vrij persoonlijk, hoe kunnen jullie bij het HRRF toch de anonimiteit waarborgen?

    “Wij maken de koppeling niet zelf, de koppeling wordt gemaakt door de Algemene Directie Statistiek – Statistics Belgium (ADS). Dit is een overheidsorgaan, die toegang heeft tot het rijksregister en ook tot andere administratieve databanken. Daarnaast is de ADS gemachtigd om bepaalde taken, waarbij gebruik van het rijksregisternummer nodig is, uit te voeren. Er zijn in België maar enkele instanties die dit mogen doen.

    Zodra de koppeling [die dus nodig is om personen echt te kunnen volgen] is uitgevoerd worden de persoonsgegevens verwijderd, dus de naam, dag van geboorte, personeels- en studentennummer, rijksregisternummer, en worden de databanken doorgestuurd naar de UGent die verantwoordelijk is voor het verdere beheer van de databank.

    Tenslotte bewaken wij de anonimiteit door bij het rapporteren van de data de gegevens op voldoende hoog niveau te aggregeren, zodanig dat personen niet herkend kunnen worden. Tot de ruwe gecodeerde data heeft enkel de UGent toegang. Indien dat nodig mocht zijn, kunnen wij databanken voorbereiden voor de partners, maar het is geen platte databank, dus dat vereist wel voldoende kennis om er de juiste informatie uit te halen. Als de universiteiten specifieke vragen hebben voert de UGent doorgaans de analyse uit.”

    Welke verdere stappen wil men in Vlaanderen nog nemen rondom dit volgsysteem?

    “We hopen in de toekomst deze HRRF-data te kunnen koppelen aan andere administratieve databanken waar de ADS toegang toe heeft. Hiermee kunnen wij in de toekomst als eerste in kaart brengen waar promovendi terecht komen, na hun wetenschappelijke carrière en als tweede krijgen wij meer inzicht in de internationale bewegingen van promovendi. Zowel van de Vlaamse promovendi die naar het buitenland bewegen, als van de internationale promovendi die in Vlaanderen doctoreren. Dit is technisch perfect haalbaar, maar we moeten de toestemming krijgen van de bevoegde instanties om dat te mogen doen.”