• A
  • A
  • Internationalisering op volle kracht vooruit

    (foto: Martijn van Exel)

    (foto: Martijn van Exel)

    - Tijdens het laatste Kamerdebat van ministers Bussemaker en Plasterk, over huisvesting van internationale studenten, bleek dat de ministeries niet van een ingezette koers afwijken: “We blijven internationaliseren, en ontkennen niet dat er problemen zijn”, aldus Bussemaker.

    In de afgelopen 10 jaar is het aandeel van internationale studenten toegenomen van zes procent naar tien procent. De voorspelde groei van drie procent van het totaal aantal studenten in Nederland wordt in stand gehouden door een prognose van internationale studenten. Deze groei gaat gepaard met een huisvestingsprobleem. SP-Kamerlid Futselaar geeft aan dat het nu gaat om een tekort van 47.000 woningen, met name in de Randstad.

    VVD geeft niet thuis

     “Laat ik beginnen met de constatering dat we, met name in het hoger onderwijs, leven in een internationale wereld. Het is van groot belang om de internationale attitude vast te houden” zo opende Bussemaker haar spreektijd. Naast het culturele belang van een internationale ervaring voor zowel de Nederlandse als de internationale studenten, wijzen beide ministers op het economisch belang.

    Bussemaker gaf aan dat zij de balans zoekt op dit vraagstuk en wijst de Kamer ook op eigen ambitie: “Onder aanvoering van het voormalig lid Duisenberg zijn ook Kamerleden die mij hebben gevraagd om tot hele ambitieuze scenario’s te komen voor instroom en uitstroom van studenten.” De kritiek op de internationalisering van het Hoger Onderwijs kwam duidelijk uit de hoek van de oppositie. Kamerlid Özdil en Futselaar namen dan ook de gelegenheid om de coalitiepartijen alvast een spiegel voor te houden. Zo citeerde het Groenlinks Kamerlid het nieuwe regeerakkoord, waarin de internationale ambitie in klare taal verwoord is. Kamerlid Ronnes (CDA) reageerde: “We zien de studenten inderdaad graag komen, maar we kunnen ze nu niet huisvesten. En dit moet worden opgelost door degene die hier het beste toe in staat is.”

    De VVD-fractie wilde het debat nu niet aangaan en ziet geen heil in actieplannen totdat een nieuw kabinet geformeerd is. Ook vroeg de formerende partij zich af of er een probleem is op dit moment, omdat onderwijsinstellingen al genoeg doen om passende woonruimte te vinden voor studenten. Daarbij zijn juridische maatregelen niet meer nodig, want speciale flexibele campuscontracten zorgen al voor een soepele doorstroom. Kamerlid Koerhuis (VVD): “Uit de uitspraak van de Kantonrechter blijkt bovendien dat het binnen het huurrecht al mogelijk is om tijdelijke huurcontracten voor internationale studenten aan te bieden.”

    Kwestie van verantwoordelijkheid

    Op de Kamervragen aangaande de onduidelijkheid over de verantwoordelijkheid op dit onderwerp gaf Bussemaker aan: “Soms is het niet altijd beter als de regie in één hand ligt. De regie voor de voorlichting en het voorbereiden van studenten om te komen ligt bij de onderwijsinstellingen. De regie voor het bouwen ligt bij de lokale wethouder die een bouwplan moet maken. Die twee moeten op lokaal niveau met elkaar overleggen.”

    De problemen die deze gedeelde verantwoordelijkheid lokaal met zich meebrengt illustreerde de Amsterdamse SP-wethouder Laurens Ivens vorige maand in een interview: “Ik kan niet in een paar maanden tijd honderden nieuwe studentenkamers uit de grond stampen. Ik wil samen met de onderwijsinstellingen en studentenhuisvesters een goed meerjarenplan maken. En in de toekomst weer bouwen.” Amsterdam gaat het geplande aantal van 8.000 studentenwoningen voor 2018 behalen, dit aantal is echter inmiddels niet meer voldoende om de stroom van studenten op te vangen.

    Onder andere Kamerlid Ronnes riep de minister van OCW op om de prognoses te verbeteren: “Er zijn immers nu al universiteiten die niet meer zonder [internationale studenten] zouden kunnen en die hele grote ambitie hebben. Wil de minister het rapport [red: Landelijke monitor Kences] aanvullen met de huidige ambities van de universiteiten?”. Op deze vraag zijn beide ministers tijdens het debat niet in gegaan. De vraag blijft in hoeverre een willekeurige universiteit bij een plan voor een nieuwe Engelstalige opleiding eerst bij de wethouder en woningbouwcorporatie na gaat of dit plan past in de stad, alvorens de opleiding te starten.

    Diep, diep demissionair

    Minister Plasterk, verantwoordelijk voor het thema wonen, vindt dat studenten zelf de verantwoordelijkheid hebben om zich van tevoren te oriënteren op woonruimte. “In mijn borst zit ook een liberaal die soms eruit probeert te worstelen, en als een klein monstertje mij heel liberale dingen influistert. Ik heb aan het lijstje van verantwoordelijken toegevoegd in eerste plaats de betrokkenen.”

    Kamerlid Futselaar wijst erop dat studenten deze verantwoordelijkheid alleen kunnen nemen als zij voldoende geïnformeerd zijn en zou het liefste een wettelijke verplichting opnemen voor de wervingsboodschap van universiteiten. Volgens de Europese afdeling van het Erasmus Student Network (ESN) zijn internationale studenten onvoldoende op de hoogte van de huisvestingssituatie in het land en plaats van bestemming. Minister Bussemaker vindt echter dat de passage die is opgenomen in de gedragscode Internationale student gewichtig genoeg is om universiteiten aan te spreken op hun verantwoordelijkheid.

    Bussemaker haalde de uitspraak van haar collega Edith Schippers aan om aan te geven dat dit kabinet echt geen uitspraken meer doet over nieuw beleid: “We zijn diep, diep demissionair.” Hierdoor bleven duidelijke uitspraken over vervolgstappen uit. Bussemaker en Plasterk ronden met dit duodebat een ministerschap af van respectievelijk vijf jaar. Het dossier krijgt in de opvolging waarschijnlijk ook met meer ministers te maken, op het dossier onderwijs wil Mark Rutte twee ministers benoemen.