• A
  • A
  • Minister: promovendi werken niet onder dubieuze contracten

    - Minister Bussemaker is van mening dat de arbeidsvoorwaarden van promovendi niet zijn verslechterd, zoals het Promovendi Netwerk Nederland onlangs aangaf. De minister geeft aan dat hun onderzoek onvoldoende aanleiding geeft om deze conclusies te trekken.

    Onlangs kwam het Promovendi Netwerk Nederland met hun jaarlijkse monitor en daaruit bleek dat de arbeidsvoorwaarden van promovendi dit jaar weer zijn verslechterd. Uit onderzoek van PNN blijkt dat de aanstellingsduur van aangeboden vacatures vaak korter is dan de gebruikelijke vier jaar. Ook moeten veel promovendi langer doorwerken, bijvoorbeeld in de WW omdat hun arbeidscontract is verlopen.

    Voor GroenLinks Kamerlid Zihni Özdil was dit aanleiding om Kamervragen te stellen over wat de minister vindt van deze monitor en of zij ook de aanbevelingen van PNN overneemt om iets te doen aan de arbeidsvoorwaarden van promovendi.

    Minister: onderzoek niet toereikend

    In haar beantwoording laat de minister weten dat zij zich niet herkent in de monitor van PNN. “De monitor waaraan u refereert betreft alleen de contractvorm en de aanstellingsduur. Andere arbeidsvoorwaarden worden daarin niet genoemd.”

    Volgens de minister geeft het PNN-onderzoek onvoldoende aanleiding om aan te nemen dat de arbeidsvoorwaarden ook daadwerkelijk zijn verslechterd. “De gegevens voor het onderzoek zijn afkomstig uit de vacatureteksten van Academic Transfer. Dit is de belangrijkste en grootste Nederlandse vacaturebank voor posities bij universiteiten, universitair medische centra en andere kennisinstellingen. Onduidelijk is of dit alle vacatures betreft.” Volgens de minister is dit niet genoeg basis om iets te kunnen zeggen over de afspraken die daadwerkelijk tussen een werknemer en een werkgever worden gemaakt.”

    Als er al kortere contracten worden aangeboden dan drie jaar dan heeft dat volgens Bussemaker te maken met een vervolg op een researchmaster waarin al onderzoek werd gedaan voor het promotietraject. “Universiteiten en hogescholen bieden arbeidsovereenkomsten of aanstellingen aan die in overeenstemming zijn met de wet en de universitaire collectieve arbeidsovereenkomst. Er is geen sprake van ‘dubieuze’ contracten. De dienstverbanden van drie jaar zijn over het algemeen een vervolg op een (tweejarige) research master of een masterthesis die de basis biedt voor een verdere promotie. Daarnaast zijn er promovendi die het promotietraject combineren met andere werkzaamheden.”

    Promoveren niet in eigen tijd

    Op de vraag of de minister de aanbevelingen van PNN gaat overnemen geeft zij wel aan dat vacatureteksten voor promovendi duidelijk moeten zijn. “Ik ben van mening dat promotieonderzoek plaats moet vinden binnen de overeengekomen duur van het dienstverband. Het kan niet zo zijn dat met promovendi met een dienstverband een promotietraject wordt afgesproken dat alleen gerealiseerd kan worden met een forse tijdsinvestering van promovendi buiten de reguliere arbeidstijden. Ik ben het met het PNN eens dat werving, selectie en vacaturevervulling transparant moeten zijn. Medezeggenschap en het sociaal jaarverslag vervullen hierbij een belangrijke rol en op de sites van DUO en de VSNU zijn cijfers beschikbaar."

    Volgens de demissionaire minister staat ook in het rapport ‘Promoveren werkt’ van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen dat er naast de gewone promotietrajecten behoefte bestaat aan andere vormen. "De norm moet zijn dat promotietrajecten van promovendi in dienst van een universiteit binnen de reguliere werktijd afgerond kunnen worden. Over het algemeen is dat binnen vier jaar. Ik vind in aanvulling daarop ook maatwerk van belang.”

    Het laatste verzoek van het GroenLinks Kamerlid is om om tafel te gaan zitten met de VSNU en PNN: “Zoals eerder aangegeven ben ik niet van mening dat sprake is van slechte of verslechterende arbeidsomstandigheden. Ik ben altijd bereid om met betrokkenen van gedachten te wisselen over de loopbaanperspectieven van promovendi.”