• A
  • A
  • Taal is meer dan een instrument

    - Voor jonge afgestudeerden is het van belang dat zij het Engels goed beheersen, toch plaatst Avans-voorzitter Paul Rüpp kanttekeningen bij de verengelsing van het hoger onderwijs. “Het Nederlands is een deel van onze cultuur en identiteit.” Rüpp pleit er daarom voor dat de gehanteerde onderwijstaal Nederlands is tenzij.

    De discussie over de verengelsing van ons hoger onderwijs loopt al enige tijd. Alle argumenten zijn inmiddels wel uitgewisseld. Twee redenen om opleidingen volledig Engelstalig aan te bieden die vaak genoemd worden, wil ik hier uitlichten. Daarmee ga ik aan veel andere argumenten pro en contra (emancipatoire functie van het hoger onderwijs, instroom internationale studenten) voorbij. 

    Het eerste argument is dat onze afgestudeerden in een internationale – lees: Engelstalige - omgeving komen te werken, waardoor het noodzakelijk is dat zij die taal bijna tot op het niveau van een native speaker behoren te beheersen, zeker wat hun vakgebied aangaat. De tweede reden is dat het studiegebied waarin studenten zich begeven volledig door het Engels wordt gedomineerd, waardoor (wetenschappelijke) publicaties en andere relevante literatuur enkel nog in het Engels aanwezig is. 

    Kanttekeningen 

    Bij die argumenten passen wel een paar kanttekeningen. Daarnaast is het ook noodzakelijk om in ogenschouw te nemen wat dat met de ontwikkeling en het belang van onze eigen moedertaal doet.

    Ontegenzeggelijk is het waar, dat het Engels de Lingua Franca van onze tijd is. En het helpt de wederzijdse communicatie als je je daar goed in kunt uitdrukken en snapt wat je gesprekspartner bedoelt. 

    Toch spreken de meeste van onze afgestudeerden, en zeker zij die een hbo-opleiding hebben gevolgd, op de werkvloer het grootste deel van hun tijd hun moedertaal. Dat blijkt uit diverse onderzoeken in Nederland en Vlaanderen. Juist om die reden is het ook heel belangrijk , dat afgestudeerden het Nederlands op het niveau van hun opleiding beheersen. 

    Er is geen enkele aanwijzing, en dat blijkt ook uit de verkenning van de KNAW zoals opgeschreven in Nederlands en/of Engels? Taalkeuze met beleid in het Nederlands Hoger Onderwijs (2017) , dat het Nederlands in de samenleving vervangen wordt door het Engels, ook al word je in de Amsterdamse horeca en winkelnering steeds vaker eerst in het Engels aangesproken. Door van meet af aan bachelor-opleidingen voor 100% in het Engels aan te bieden verdwijnt het Nederlands langzaam als academische taal en ontwikkelt het zich ook niet verder. 

    Het was de grote wetenschapper Simon Stevin die daar begin 17e eeuw al nadrukkelijk aandacht voor vroeg en zijn wereldwijd befaamde wetenschappelijke artikelen, met name over de wiskunde, in het Nederlands publiceerde en zijn colleges ook in het Nederlands gaf en niet - wat gebruikelijk was - in het Latijn, de toenmalige Lingua Franca. Hoogleraar Wiep van Bunge verwees daarnaar in zijn lezing Over de toekomst van het Nederlands in de wetenschap (Presentatie uitreiking ABG VN Essayprijs 2012) 

    Van Bunge zei daar onder andere het volgende over: “(..) de gemeenschap van Nederlandstaligen is groot en rijk en zij beschikt in het Nederlands over een groot en rijk medium, met lange wortels, ook in de beoefening van de wetenschap. Ik noemde net Simon Stevin al, die zoals u weet het Nederlands verrijkte met allerlei wiskundige termen en die in het Nederlands een groot ingenieur en wetenschapper was. Wie de Nederlandse wetenschapsgeschiedenis overziet, kan niet anders dan getroffen worden door de continuïteit van het Nederlands in de wetenschap naast het Latijn, het Frans en – inmiddels – het Engels: Stevin stond aan de basis van de zeventiende-eeuwse school voor ‘Nederduytsche Mathematique’ in Leiden, waar in het Nederlands werd gedoceerd.

    Ik denk aan Antonie van Leeuwenhoek, die helemaal geen Latijn las, en aan Jan Swammerdam, aan de geleerde genootschappen van de achttiende eeuw, maar ook aan de zogenaamde Tweede Gouden Eeuw, rond 1900: in de jaren zeventig van de negentiende eeuw promoveerden achtereenvolgens Van der Waals, Lorentz en Kamerlingh Onnes allen op Nederlandstalige proefschriften.” 

    En: ”de recente nadruk vanuit ‘Den Haag’ – en dan heb ik het over het Binnenhof én over NWO – op de noodzaak van ‘valorisatie’ van wetenschap wijst in dezelfde richting, en dit geldt zowel voor de alfa- als voor de gammawetenschappen, want valorisatie betekent onder andere: het informeren van een breed publiek en het entameren van debat. Niets wijst erop dat het Engels de taal wordt van het publieke domein in ons land.

    Wetenschap is steeds meertalig geweest. Driehonderd jaar geleden al betekende goed Latijn leren niet automatisch: en dus het Nederlands, Frans of Italiaans vaarwel zeggen. Vandaag de dag hoeft het Engels het Nederlands evenmin te verdringen, zolang onze bestuurders en onze collega’s maar zo verstandig blijven het Nederlands aan de universiteit desnoods maar te dulden.” 

    Het argument dat veel van de leerstof en onderzoekstof in het Engels wordt geschreven en ontwikkeld waardoor niet altijd adequate Nederlandse termen aanwezig zijn, gold driehonderd jaar geleden ook. Des te meer reden om Nederlandse equivalenten te vinden, zoals Simon Stevin deed, die daarmee de Nederlandse taal verrijkte met nu alledaagse woorden zoals bijvoorbeeld wiskunde, driehoek, loodlijn, worteltrekken, hoofdstuk, beginsel en neutraal. Juist dat maakt en houdt een taal levend. En zie hoe de in Nederland ontwikkelde wetenschap op het gebied van waterbouwkunde en landbouw vele talen heeft beïnvloed met woorden als polder, kanaal, dijk. 

    Nederlands als deel van onze cultuur en identiteit 

    Taal is immers meer dan een instrument waarmee je kennis overdraagt. Het Nederlands is een deel van onze cultuur en identiteit en kent vele gebruiksvarianten en nuances, waarbij humor, ironie en specifiek aan ons taalgebied gebonden uitdrukkingen een niet te onderschatten bijdrage leveren aan leren en kennis overdragen. Juist dat soort van subtiliteiten en narratieve verdieping dreigen het kind van de rekening (child of the bill?) te worden wanneer docent en student overstappen op een taal die niet hun moedertaal is. 

    Betekent dat dan dat er geen opleidingen in het Engels mogen of kunnen worden aangeboden? Wat ik vooral hier wil betogen, is dat je goed moet nadenken om welke reden je dat zou doen. Immers het doel is dat iemand zich binnen zijn vakgebied dan wel onderzoeksgebied internationaal kan verstaan met de voorhanden literatuur en vakbroeders cq. collega’s met wie hij of zij werkt. 

    Veelal volstaat dat een student tijdens zijn opleiding zijn Engels, want om die taal draait het wereldwijd vooral, op het vereiste niveau brengt. Er zijn voorbeelden van universiteiten en hogescholen die daar faciliteiten voor hebben en ook actief beleid daarvoor hebben ontwikkeld. En dan is het prima te verdedigen dat sommige onderdelen van de studie Engelstalig zijn, maar misschien ook wel in het Duits, Frans of Spaans worden aangeboden. 

    En ja er zijn ook studies denkbaar die vanwege hun aard volledig in het Engels worden aangeboden: International Business and Languages, internationale hotelopleidingen en andere opleidingen die een duidelijk internationaal profiel kennen dan wel opleiden voor de internationale markt. Maar die markt is veelal veel kleiner dan wij zelf denken. 

    Dirk uit Volkel die commerciële economie studeert in ’s-Hertogenbosch, gaat voor 95% zeker in een Nederlandstalige werkomgeving aan de slag en zal zeker zo af en toe ook Engels moeten spreken of iets in het Engels op zijn vakgebied moeten lezen. En dat moet het Nederlands onderwijs hem ook meegeven: van basisschool (inmiddels) tot universiteit, maar daarvoor hoeft zijn opleiding niet 100% Engelstalig te zijn. Hij moet immers ook zijn Nederlandse klanten adequaat en deskundig te woord kunnen staan. 

    Daarom vind ik dat universiteiten en hogescholen goed moeten motiveren waarom zij een bachelor of master volledig Engelstalig aanbieden en die argumenten moeten ook getoetst worden op hun validiteit. Studenten en docenten horen daar bij betrokken te zijn via de opleidingscommissies en dienen daar een stem in te krijgen. Uitgangspunt moet daarbij blijven dat de gehanteerde onderwijstaal Nederlands is tenzij. Toevallig de titel van een zeer lezenswaardig rapport van de KNAW uit 2003… 

    Paul Rüpp is neerlandicus, collegevoorzitter van Avans Hogeschool en lid van de KNAW-commissie Nederlands en/of Engels.

    Op 29 november organiseren Hogeschool Rotterdam en ScienceGuide een symposium over taal in het onderwijs, aanmelden kan hier.