• A
  • A
  • Vlaamse onrust over Nederlandse studenteninstroom

    - Vanwege de numerus fixus op diergeneeskunde in Utrecht wijken veel Nederlandse studenten uit naar Vlaanderen. Dit leidt tot irritaties in het Vlaamse parlement. Daarom komt er een onderzoek en gaat de Vlaamse minister in gesprek met haar collega Ingrid Van Engelshoven.

    In 2016 is er tussen Nederland en Vlaanderen een ‘Damesakkoord’ gesloten over de wederkerigheid van de gezamenlijke financiering van het onderwijs en daarmee samenhangend de studentenuitwisseling tussen beide landen. De afgelopen drie jaar is het aantal studenten dat in Nederland woont en in Vlaanderen studeert met 20% gestegen. Het Damesakkoord was bedoeld ter vervanging van het het Herenakkoord dat dateerde uit begin jaren negentig en werd gesloten door de toenmalige ministers van onderwijs. De Vlaamse minister van onderwijs Hilde Crevits heeft aangeven dit jaar nog om tafel te gaan met haar nieuwe Nederlandse collega, om dit te bepreken.

    In het Damesakkoord is afgesproken om de mobiliteitsstromen per opleidingsdiscipline in kaart te brengen tussen beide landen. Daarbij zou gekeken kunnen worden naar eventuele instroombeperkingen voor bepaalde opleidingen. Daarnaast zijn er afspraken gemaakt over de financiering van de NVAO en de toegang van Nederlandstalige leerlingen tot Nederlands onderwijs in het buitenland dat door beide landen bekostigd wordt. Er is toen afgesproken  dat de analyse van de studentenstromen jaarlijks zou worden gemaakt en worden besproken tussen beide minister.

    Instroom zet druk op de ketel

    Het Damesakkoord is onder grote politieke druk tot stand gekomen. Toen de onderhandelingen tussen beide landen in een impasse waren geraakt in 2016 is er op het niveau van de premiers van beide landen extra druk gezet op minister Bussemaker. Geert Bourgeois (N-VA) de Vlaamse Minister-President heeft hierover meermalen met Mark Rutte overleg gevoerd. Ook tijdens verschillende Europese toppen is dit in bilaterale overleggen tussen beide bewindslieden aan de orde gebracht door Bourgeois. Mark Rutte heeft vervolgens Jet Bussemaker aangespoord om hier vaart achter te zetten, om een akkoord te sluiten met de Vlamingen. 

    Dit akkoord was voor de Vlaamse overheid niet zonder reden, want er is een aantal opleidingen buitengewoon populair onder Nederlandse studenten. Zoals de opleiding voor diergeneeskunde. Bij de Universiteit Gent schommelde het percentage Nederlandse studenten de afgelopen jaren tussen de 18% en 28% en in Antwerpen komt dit zelfs in de buurt van de 50%. Dit is overigens geen nieuwe ontwikkeling in de jaren negentig had ongeveer 30% van de studenten dierengeneeskunde de Nederlandse nationaliteit. 

    Diergeneeskunde

    Dat het percentage Nederlandse studenten zo hoog ligt bij dierengeneeskunde komt door de numerus fixus bij dierengeneeskunde aan de Universiteit Utrecht. Dit studiejaar is in Utrecht de fixus vastgesteld op 225 studenten. In het kader van de  van het hoger onderwijs is het in Vlaanderen niet toegestaan om een numerus fixi in te stellen. Vlaanderen denkt ook dat het lagere collegegeld onder de Moerdijk hierbij een rol speelt (€906 in Vlaanderen versus € 2006 in Nederland). 

    Dit alles heeft tot gevolg dat de toestroom naar deze opleidingen vanuit Nederland hoog is . Dit brengt hoge kosten met zich mee voor deze dure opleidingen en ook worden de opleidingen met grote organisatorische problemen opgezadeld waardoor er zorgen ontstaan over de kwaliteit van de opleidingen. Bovendien blijkt dat de uitval op deze opleidingen zeer hoog is tot 50% in het eerste jaar.

    Drastische voorstellen in Vlaams parlement

    In het Vlaamse parlement zijn er al eerder een aantal voorstellen gedaan om de instroom vanuit Nederland tegen te gaan. Zo is voorgesteld om het collegegeld voor Dierengeneeskunde dat nu rond de €900 ligt te vertienvoudigen, een voorstel dat het niet haalde.

    Wel is er meer overeenstemming om iets te doen aan de hoge internationale instroom bij Dierengeneeskunde. Juist omdat de numerus fixus in Nederland direct effect heeft op de instroom in Vlaanderen. Daarom wordt nu de Vlaamse regering gevraagd om te onderzoeken wat de beweegredenen zijn van Nederlandse studenten om in Vlaanderen te komen studeren en moet er gekeken worden of het toch mogelijk is om een numerus fixus in te stellen. 

    Onlangs vroeg het Vlaamse parlement aan minister Crevits van Onderwijs om deze wederkerigheid snel op de agenda te zetten met haar nieuwe Nederlandse ambtgenoot. Koen Daniels van de Vlaamse Nationalisten N-VA vroeg dit in een vragenuur in het Vlaamse Parlement met minister Crevits. “Minister, ik maak me zorgen over de wederkerigheid die in het akkoord stond: wij doen iets en zij doen iets in de plaats. Dat hield in dat wij hen toelieten in ons kleuter- ,lager, secundair en hoger onderwijs. Minister, ik denk dat de tijd rijp is om met uw toekomstige collega in gesprek te gaan.”

    Minister Crevits die toen nog niet wist wie de opvolger zou worden van Bussemaker kwam in haar beantwoording niet verder dan dat ze beloofde om met de opvolger van Bussemaker en de wederkerigheid tussen beide landen op de agenda te zetten. Minister Crevits zal dit jaar nog proberen om tijdens een regulier overleg over de Nederlandse Taalunie ook dit onderwerp aan de orde te brengen.