• A
  • A
  • Stap voor stap naar echt open leermaterialen

    - Een stappenplan gelanceerd door SURF moet besturen van onderwijsinstellingen gaan helpen bij het implementeren van beleid voor het open delen en benutten van leermaterialen. “We moeten de rol van bestuurders niet overschatten, maar wat we wel kunnen doen is docenten ondersteunen in tijd en middelen”, zegt Anka Mulder.

    Op de Onderwijsdagen 2017 presenteert SURF een stappenplan voor beleidsmakers om het ontwikkelen, delen en hergebruiken van open leermaterialen echt gemeengoed te laten worden in instellingen. Samen met experts van hogescholen en universiteiten werd geschreven aan een reeks tips variërend het formuleren van een visie en doelstellingen, tot het maken van een planning. Op de conferentie in Rotterdam blijkt dat er nog wel wat hobbels te nemen zijn in de weg hier naar toe.

    Ideële motivatie

    Anka Mulder is als vicevoorzitter van de TU Delft altijd één van de grote voorvechters van open onderwijs geweest, op het podium in Rotterdam licht zij toe waarom. “Voor mij is het altijd een idealistische motivatie geweest. Ik vind dat in de universiteiten het bieden van onderwijs net zo veel gewaardeerd moet worden als het doen van onderzoek. Je ziet dat sommige wetenschappers dat echt zijn, terwijl dat bij onderwijs niet vanzelfsprekend is. Ik denk dat de docenten die bij ons MOOCs gingen doceren daar wel verandering in hebben gebracht.”

    Eind dit jaar begint Mulder aan een nieuwe baan als collegevoorzitter bij Saxion. Ook daar zal ze verder gaan met het stimuleren van het open delen van leermaterialen door docenten in het hoger onderwijs. “Het is niet normaal om tegen docenten te zeggen dat open de standaard moet zijn. Daar is meer voor nodig. Je moet docenten ondersteunen. Je moet ze helpen bij juridische kwesties, maar bovenal moet je docenten er tijd voor geven.”

    Er zijn verschillende manieren om het online delen van leermaterialen een plek te geven in opleidingen. Om te laten zien wat er mogelijk is, zijn door het ministerie van OCW vorig jaar twee boegbeeldprojecten aangewezen. Zo werken de wiskundeopleidingen van de 4TU samen in het delen van hun onderwijsmateriaal en gebeurt in het hbo hetzelfde bij de zeventien verpleegkunde-opleidingen die Nederland kent.

    Niet delen om het delen

    Een belangrijke rol bij het doen slagen daarvan is weggelegd voor de ‘community’, de gemeenschap van docenten, studenten, professionals en onderzoekers die samen in discussie gaan over welke onderwijsmaterialen waardevol zijn om te delen. “Het belangrijke is dat op zo’n platform, zowel digitaal als in real life, echt het gesprek aangegaan wordt over welke nieuwe onderwijsvormen en technieken er beschikbaar zijn”, vertelt Marja Versantvoort die namens Fontys bij het verpleegkunde-project betrokken is.

    Wat Versantvoort merkt is dat actieve participanten in het project echt onderkennen dat het niet gaat om het delen om het delen. “Er is echt het besef dat het gaat om een verbetering van de kwaliteit. “ Dat besef ontstaat niet zomaar, merkt Versantvoort die spreekt van een cultuuromslag die nodig is. Daarbij kunnen beleidsmakers helpen. “Ik denk dat er in de vorm van beloning of in ieder geval bekendmaking en erkenning wel een duw in de goede richting gegeven kan worden.”

    Jan-Bart de Vrede van Kennisnet benadrukt daarbij wat een bevoorrechte positie Nederland heeft bij de implementatie van open leermaterialen. “Als je het vergelijkt met veel andere landen is onze infrastructuur waarin we gedeelde standaarden hebben voor het delen van data en materiaal echt heel goed. Dat stelt ons in staat om al een stap verder te denken over hoe we die gedeelde data ook echt het onderwijs laten verbeteren. Het nadenken over het benutten is denk ik die volgende stap.”