• A
  • A
  • Almere of Haarlem?

    - Wat hebben Haarlem, Groningen en Maastricht gemeen? Als steden met de hoogste attractiewaarde kunnen zij de bevolkingskrimp het beste keren. Almere en Spijkenisse staan er veel minder goed voor. Gerard Marlet (UU) onderzocht het perspectief van plaatsen en de missers in het demografiebeleid.

    In steden waar mensen graag willen wonen neemt ook de werkgelegenheid toe. Aan de aantrekkelijkste woonsteden van Nederland gaat niet alleen de bevolkingskrimp voorbij, ze doen het ook economisch beter. Uiteindelijk maakt een gunstige ligging in combinatie met goede stedelijke voorzieningen een stad aantrekkelijk.

    Om de aantrekkelijkheid van steden te meten, ontwikkelde Marlet een index. Daarin zijn factoren opgenomen zoals cultuur, bereikbaarheid, veiligheid, kwaliteit woonvoorraad en horeca. Met behulp van die index kunnen beleidsmakers berekenen wat hun stad aan (toekomstige) inwoners te bieden heeft en waar zij in zouden moeten investeren.

    Sombere toekomst voor 'nieuwe steden'

    Amsterdam, Haarlem, Utrecht, Groningen en Maastricht zijn in Nederland de steden met de hoogste attractiewaarde, zo blijkt uit Marlets onderzoek. Veel 'nieuwe steden', zoals Spijkenisse, hebben hun inwoners het minst te bieden.

    Dat voorspelt niet veel goeds voor de toekomst van deze nieuwe steden, aldus Marlet. Die attractiewaarde voorspelt namelijk de aantrekkingskracht van een stad, en dus ook (het uitblijven van) bevolkingskrimp en economische rampspoed.

    Groei geen voorspeller 

    'Waar het in de hele bevolkingskrimpdiscussie fout gaat is dat men geneigd is de bevolkingsontwikkeling uit het verleden door te trekken naar de toekomst. Bijvoorbeeld Almere: die groei uit de afgelopen 20 jaar is te verklaren uit het ruime woningaanbod. Maar het is een trend die zich niet voortzet.

    Er komen elders namelijk meer woningen beschikbaar in verband met de krimp, waardoor mensen meer keuze hebben. En dan gaan mensen kiezen voor aantrekkelijker steden'.

    Gecombineerde inzichten

    Steden die een gunstige ligging, ten opzichte van grote concentraties werk én natuur, combineren met een gevarieerd aanbod aan stedelijke voorzieningen, zoals theaters, blijken de grootste aantrekkingskracht te hebben op verhuizende huishoudens, zo blijkt uit Marlets onderzoek.

    Daartoe combineerde hij inzichten uit de stedelijke economie met inzichten uit de geografische economie en in het bijzonder de New Economic Geography van Nobelprijswinnaar Paul Krugman. Die combinatie stelde hem in staat om zowel het belang van de kenmerken van de stad zelf, als dat van de ligging van die stad aan te tonen.

    Hij promoveert op dit onderzoek op vrijdag 4 december om 10.30 uur in het Academiegebouw, Domplein 29 in Utrecht.