• A
  • A
  • Begroten gebeurt vooral bij koffieautomaat

    - Hoe werkt het echt in besturen? Tijdens onderhandelingen over de begroting laten managers en bestuurders in eerste instantie hun eigen belangen prevaleren. Pas daarna stellen ze zich coöperatief op. En de beste deals worden nog altijd buiten de vergaderingen gesloten, zo blijkt uit onderzoek van INHolland-lector Rick Anderson.

    Rick Anderson heeft een onderzoek uitgevoerd naar het gedrag van overheidsfunctionarissen tijdens de totstandkoming van een begroting. Het onderzoek kende de vorm van een spelsimulatie die tussen 2000 en 2008 68 keer is uitgevoerd en waar 612 overheidsmanagers en controllers aan hebben meegedaan.

    Tijdens de spelsimulatie moest een gemeentelijke begroting worden opgesteld en had iedere speler een eigen rol en eigen doelstellingen. Deze doelstellingen waren niet bekend bij de andere participanten (met uitzondering van de controller). De beschikbare middelen waren niet toereikend om alle doelstellingen te realiseren, zodat keuzen gemaakt moesten worden om de begroting te laten sluiten.

    De spelsimulatie wees uit dat managers en bestuurders in eerste instantie hun eigen doelstellingen lieten prevaleren boven het organisatiebrede belang. Pas als er een kans bestond geïsoleerd te raken en de budgetten te verliezen, bleek men bereid om individuele belangen ondergeschikt te maken aan het belang van de organisatie.

    Aangezien de rol die iemand kreeg niet bepalend bleek voor het individuele onderhandelingsresultaat, is achteraf geanalyseerd welke factoren dit resultaat nu wel beïnvloeden. Het onderzoek wees uit, dat het succesvol inzetten van strategisch gedrag van doorslaggevend belang is voor het uiteindelijke begrotingsresultaat. Het gaat hier dan om het maken van bilaterale en informele afspraken, het inzetten van strategisch budgettair gedrag en het gericht beïnvloeden van de besluitvormingsprocedure.

    Verder blijkt de inhoudelijke onderbouwing van doelstellingen niet relevant voor het uiteindelijke onderhandelingsresultaat. Ook de tijd die men voor de besluitvorming krijgt is niet bepalend voor de inhoud en de kwaliteit van de uiteindelijke begroting.

    Rick Anderson, Begroten in de praktijk van het openbaar bestuur