Geen taboes bij dubbele uitdaging
Deze week zijn de werkgroepen begonnen die het kabinet gaan
adviseren over de brede heroverwegingen van overheidstaken na de
crisis. Er is sprake van een dubbele uitdaging, zo stelt het
kabinet. Hoe zorgen we voor economisch herstel en hoe krijgen we de
overheidsfinanciën op orde. Geen taboes is daarbij het devies. Maar
onderwijs neemt een aparte positie in.
Het debat spitst zich toe op de opdracht om op twintig
beleidsterreinen tot een bezuiniging van 20% te komen. Onderbelicht
is gebleven is dat de Tweede Kamer hieraan wel degelijk richting
heeft gegeven. En wel in een motie die met algemene stemmen werd
aangenomen tijdens de Algemene Beschouwingen. In deze motie-Hamer
is vastgelegd dat met deze ingrijpende herordening van de begroting
gestreefd moet worden naar een mondiale top vijf positie op gebied
van onderwijs en innovatie. De motie-Hamer is daarmee op te vatten
als een algemene 'side letter' voor alle werkgroepen, zo valt ook
te lezen in de opdrachtbrief van het kabinet.
Dit was overigens de tweede motie-Hamer over dit onderwerp. Bij
het crisispakket van maart jl. vroeg de Kamer al om een lange
termijn investeringsplan voor kennis en innovatie. Het antwoord van
het kabinet beviel allerminst. Dat stelde dat het streven naar het
OESO-gemiddelde van onderwijsuitgaven voldoende was. De Kamer vond
van niet en vandaar deze nieuwe motie. De norm is omhoog
bijgesteld, aldus indiener Hamer tijdens het debat. Onderwijs lijkt
zo het enige beleidsterrein dat uitgezonderd blijft van de 'min
20%'.
Nu al 1% BBP boven Nederland
Want als je tot de top vijf wilt behoren, zijn extra
investeringen noodzakelijk. Zelfs om op het gemiddelde te blijven
moet dat al. De ons omringende landen doen dat namelijk volop. Zij
zien zowel de noodzaak als de kans die deze crisis biedt om de
omslag te maken naar een kennisintensieve economie. Zweden trekt
tijdens deze crisis alleen voor het hoger onderwijs al 1 miljard
kronen extra uit. Duitsland wil de komende jaren 18 miljard euro
extra investeren in onderwijs en onderzoek. In de VS stelt Obama
zich ten doel het nationale R&D-budget met 60 miljard dollar te
verhogen, waarvan een derde voor rekening van de overheid.
Wie de huidige top vijf landen bekijkt, ziet dat hun
onderwijsuitgaven gemiddeld zo'n 1% BBP hoger ligt dan Nederland.
Om dat nu in te halen zou al een extra structurele investering van
bijna 5 miljard per jaar betekenen. Wat na de crisis precies het
verschil zal zijn, is onbekend. Maar het hiervoor benodigde geld in
deze tijd vinden, vergt inderdaad een brede heroverweging van de
gehele overheidsfinanciën. De 'side letter' van de Kamer bij het
werk van de werkgroepen is dus bepaald niet overbodig.
Betekent dit dat er voor het onderwijs niet meer heroverwogen
hoeft te worden? Zo makkelijk kan het niet zijn. Laten we deze kans
pakken om te kijken hoe bestaande en extra overheidsinvesteringen
effectiever kunnen worden ingezet. Niet om 20% te bezuinigen, maar
wel om een aantal fundamentele keuzes te maken om die toppositie te
bereiken. Wat zijn daarbij de uitdagingen waar de drie
onderwijswerkgroepen zich op moeten richten?
Productiviteit onderwijs.
De grootste uitdaging voor het onderwijs is de
vergrijzing. De komende jaren verlaat naar schatting bijna
driekwart van de leraren het onderwijs. Als we niets doen, zal voor
de mensen die straks in het onderwijs werken de nu al hoge werkdruk
tot onaanvaardbare proporties toenemen. Gelukkig trekt dit kabinet
middelen uit om het beroep van leraar aantrekkelijker te maken.
Maar dat zal niet genoeg zijn. Zoveel vervangers zijn er
eenvoudigweg niet. En alleen extra geld maakt het beroep niet per
se aantrekkelijker.
We moeten niet harder maar slimmer gaan werken in het onderwijs.
Zodat met de straks beschikbare mensen goed onderwijs geboden kan
worden. Zodat leraren geen kostbare tijd verliezen met onnodige
bureaucratie en zich kunnen richten op hun primaire taak. Zodat we
meer uit leerlingen halen. Want het rendement moet omhoog. In
vergelijking met andere landen loopt Nederland wat betreft
opleidingsniveau van jonge generaties nog achter. Daarom kan en
moet het onderwijs in die zin best productiever.
Hoger onderwijs.
In een kennissamenleving is het van cruciaal belang dat grote
groepen mensen goed zijn opgeleid. Waar in de jaren vijftig 5% van
de bevolking doorstudeerde, loopt dat nu gestaag op naar 50%.
Gelukkig maar, en in vergelijking met de top vijf is dat nog aan de
lage kant. Maar de gevolgen laten zich voelen. Het hoger onderwijs
kraakt in zijn voegen, zo gaf Minister Plasterk onlangs al aan. De
kwaliteit staat onder druk. Om bij een hogere deelname de kwaliteit
te waarborgen, zijn keuzes nodig over de inrichting van het
stelsel. Meer variatie in aanbod, collegegeld, studiefinanciering,
alles ligt daarbij open. Want ook hier geldt: alleen extra geld
volstaat niet.
Innovatie.
Over innovatie wordt veel gesproken. Er is een wirwar aan
regelingen in het leven geroepen. Tijd voor een grote schoonmaak.
Want hoe kan het dat extra investeringen in andere landen beter
renderen dan bij ons? In de recente WEF-studie wordt aangehaald dat
Nederland weliswaar veel kennis bezit maar deze minder toepast dan
andere landen. Kan de manier waarop we stimuleren niet beter? Dat
kan niet zonder keuzes te maken. Bijvoorbeeld door echt te
gaan investeren in plaats van te subsidiëren. Of door echt te
kiezen voor een beperkt aantal excellente gebieden in plaats van
velen net genoeg te geven om gemiddeld tot goed te scoren.
Kortom, genoeg werk voor de werkgroepen. Er zullen de komende
maanden voldoende heilige huisjes omvallen. In alle scenario's
heeft onderwijs daarbij wel een andere opdracht dan bezuinigen. Die
uitzonderingspositie komt met verantwoordelijkheid. Om
geloofwaardig te zijn, moet de kennissector durven denken over de
moeilijke keuzes die gemaakt moeten worden. Zij moet daarbij ook
eerlijk naar zichzelf kijken, zonder taboes. Maar de blik is
daarbij dankzij de Tweede Kamer omhoog gericht, en niet zoals vaak
in de afgelopen twintig jaar naar beneden. Dat is de letterlijke
winst van deze motie.
Joeri van den Steenhoven, voorzitter Kennisland