• A
  • A
  • De Oorlog: kijken en herzien

    - Lector Ad van Liempt vertelt in een lezing voor het Verzetsmuseum over hoe hij en zijn collega's de televisieserie ' De Oorlog' hebben opgevat, aangepakt en gerealiseerd. "Op de een of andere manier stuiten de nieuwe, en vaak verrassende en verhelderende inzichten op een kleilaag tussen wetenschappelijke onderzoekers en het grote publiek. Het publieke debat wordt, waar het 1940-1945 betreft, nog altijd gedomineerd wordt door het klassieke goed-fout-schema, terwijl het wetenschappelijk onderzoek zich daar voor een belangrijk deel aan heeft onttrokken."

    Waarom zijn we er opnieuw aan begonnen? Wat gaan we doen en waarom en hoe? En wat kwamen we zoal tegen aan problemen, dilemma's en vooral: mooie dingen. 

    Eerst maar eens de uitgangspunten die we voor de serie hebben gekozen. Ik noem er zes.

    1] Het verhaal van de Tweede Wereldoorlog is belangrijk genoeg om opnieuw, en voor een aanzienlijk deel voor een nieuw publiek, te vertellen. Ondanks alle recente relativering en ondanks het verstrijken van bijna 65 jaar sinds het einde ervan, is de oorlog voor Nederland zonder twijfel de meest ingrijpende gebeurtenis uit de recente geschiedenis.

    Door z'n impact op talloze mensenlevens, door de enorme schaal van leed en verwoesting, vooral  door de uniciteit van de massamoord op de joden, en door de eindeloze doorwerking, tot op de dag van vandaag. Vandaar dat wij, de NPS en onze partners, vonden dat het weer eens moest gebeuren.

    2] Er is de afgelopen twintig jaar onvoorstelbaar veel onderzoek gedaan naar allerlei aspecten van de oorlog en de bezettingstijd. Vrijwel geen aspect is buiten beschouwing gebleven - en toch lijkt van al die nieuwe inzichten weinig te zijn doorgedrongen tot het collectieve geheugen, tot de algemene kennis van de doorsnee Nederlander. Niet dat er geen belangstelling voor is - dat zeker niet, dat merken we aan de kijkcijfers van Andere Tijden die vrijwel altijd hoog zijn als het over 40-45 gaat.

    Maar op de een of andere manier stuiten de nieuwe, en vaak verrassende en verhelderende inzichten op een kleilaag tussen wetenschappelijke onderzoekers en het grote publiek. Hans Blom stelde in zijn afscheidscollege voor de Universiteit van Amsterdam vast dat het publieke debat, waar het 1940-1945 betreft, nog altijd gedomineerd wordt door het klassieke goed-fout-schema, terwijl het wetenschappelijk onderzoek zich daar voor een belangrijk deel aan heeft onttrokken.

    De serie De Oorlog is een bescheiden poging om iets te doen aan allebei die verschijnselen - we willen de belangrijkste nieuwe inzichten onder de aandacht brengen van een hopelijk vrij groot publiek. En we gaan proberen ons in de presentatie van de feiten en de verhalen zoveel mogelijk te onttrekken aan de morele appreciaties (zoals Hans Blom dat noemt), die het oorlogsverhaal zolang hebben gedomineerd.

    3] Het derde uitgangspunt betreft de manier waarop we het verhaal willen vertellen. Dat is aan de ene kant modern, en misschien wel modieus: de centrale figuur is een presentator die de kijker door de oorlog gidst en daarvoor de plaatsen bezoekt waar het gebeurde - dat is een thans in bijna de hele wereld succesvolle methode om belangwekkende inhoud aan een groot publiek door te geven.

    Tegelijkertijd is de gekozen vorm uitermate klassiek en zelfs conservatief te noemen. Er zijn géén nagespeelde scènes, er wordt geen archieffilm nagemaakt, en de gereedschapskist van de speelfilmregisseur is bij dit project op slot gebleven. Dat laatste is op zichzelf opmerkelijk: ook bij de serieuze omroepen in de ons omringende landen is re-enactment in historische documentaires meer regel dan uitzondering en zijn nagenoeg alle trucs geoorloofd om het publiek te blijven boeien.

    Wij hebben daar niet voor gekozen. Wij denken ook dat het Nederlandse publiek dat niet op prijs stelt - het heeft op dit gebied sterke calvinistische trekjes. Het sleutelbegrip van de serie De Oorlog is daarom 'authenticiteit', in beeld en geschrift.

    4] Nog een uitgangspunt: de oorlog houdt voor ons niet op bij de capitulatie van Duitsland en zelfs niet bij de capitulatie van Japan. Twee van de negen delen behandelen de periode daarna. Deel acht betreft de directe gevolgen van de oorlog, zoals de wederopbouw en de bijzondere rechtspleging in Nederland en de bersiap-periode en de militaire acties in Indonesië.

    In het negende deel gaan we nog verder van 1940-1945 af, en beschrijven we de gevolgen die die tijd had voor de naoorlogse samenleving en de verschillende fases in herinnering en herdenking. Dat alles om aan te geven dat de oorlog niet geïsoleerd moet worden bezien en nog altijd doorwerkt - het is, om met Chris van der Heijden te spreken, echt een 'oorlog zonder end.'

    5] Het vijfde uitgangspunt: de serie is niet voornamelijk gebaseerd op interviews met ooggetuigen, maar ze spelen er toch een rol in. We zullen een spaarzaam gebruik maken van mensen die er zelf bij waren. Ze zorgen weliswaar voor identificatie en voor authenticiteit, maar zeventig jaar na dato zijn er toch gevaren aan verbonden. Is wat ze zich herinneren niet vermengd geraakt met wat ze later gelezen en gehoord hebben?

    Vandaar dat we gekozen hebben voor een beperkte en specifieke inzet van ooggetuigen. We zullen ze meestal op een nogal terloopse manier zien en horen, vaak in de vorm van ontmoetingen met de presentator - vrijwel nooit in de klassieke vorm van een vraaggesprek voor een boekenkast.

    We zullen overigens ook bijna geen professoren en andere deskundigen in beeld zien, op een enkele uitzondering na. Ze hebben overigens wel een heel belangrijke rol gespeeld in de research en ze hebben onvermoeibaar hun inzichten met onze redacteuren willen delen.

    6] En dan het laatste uitgangspunt: we streven bij De Oorlog naar een maximale mate van multimedialiteit. Oftewel: naast de serie komt er een zeer uitvoerige website, die dezelfde indeling in hoofdstukken kent als het tv-programma. Die site moet zich vooral onderscheiden door een grote hoeveelheid bewegend beeld - dankzij ons partnerschap met het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid. Maar ook met heel veel foto's, dagboekfragmenten, dossiers en links.

    Vanzelfsprekend zal de serie op dvd worden uitgebracht, en daarnaast komt er een boek bij de serie. Ook dat zal de zelfde indeling in negen hoofdstukken kennen, maar het zal aanzienlijk uitvoeriger zijn en naar schatting wel vier keer zoveel informatie bevatten als het tv-programma.

    Zes uitgangspunten dus. Maar daar bouw je geen serie mee. Vandaar dat ik verder ga met een ruime handvol pijlers waar het programma op komt te rusten. Op die manier krijgen we de contouren van het bouwwerk hopelijk aardig in beeld.

    A. De serie De Oorlog moet vooral rusten op gedegen research. Vier onderzoekers, historici en ervaren journalisten, hebben een jaar tot anderhalf jaar fulltime aan de voorbereidingen gewerkt. Dat werk speelde zich voor een belangrijk deel in archieven af - vooral bij het NIOD en het Nationaal Archief waren ze kind aan huis, maar ook in allerlei regionale archieven, bedrijfsarchieven en op zolders van verzamelaars. Op zoek naar de grote lijnen, naar de details en naar het visuele materiaal waarmee dat allemaal zou moeten worden verbeeld.

    Van eminent belang waren de oriënterende gesprekken met experts op allerlei gebieden, militair en bestuurlijk, economisch en juridisch, kenners van de holocaust en van het distributiesysteem, van de Nederlandse Unie en de hongerwinter - geen gebied of dit land heeft er wel specialisten op. We hebben er vele tientallen geraadpleegd.

    Maar ook allerlei anderen. Ooggetuigen, kinderen van ooggetuigen, archivarissen, amateur-historici. Mevrouw Müller uit Neurenberg, die tijdens de partijdagen met haar vriendinnen een wedstrijdje deed wie het vaakst de Führer zag. Als het in de herfst in Neurenberg mooi weer is, noemt ze dat nog steeds Parteitagwetter. En mevrouw Martens-Starinks die voor haar vader, die slager was, distributiebonnen moest plakken, met van die stinkende lijm. En Jules Schelvis die in de trein naar Sobibor zijn gitaar had meegenomen omdat daar in Polen toch wel de gelegenheid zou bestaan om na het werk bij het kampvuur wat liedjes te zingen. En meneer Jonker  die in Duitse opdracht het interieur van de gloednieuwe bunker de Wassermann op Schiermonnikoog met de witkwast had opgefrist. Daarmee had zijn vader, die een schildersbedrijf had, kunnen voorkomen dat zijn zoon in Duitsland had moeten werken.

    En meneer Karsam uit Etetan Kulon op Java, die nog precies weet waar de Japanners in maart 1942 massaal aan wal kwamen. Ze zijn allemaal gevonden, gesproken en uiteindelijk gefilmd - en hun microbelevenissen zijn in het macroverhaal gepast.

    B. Die research, en eigenlijk alles waarmee we de afgelopen anderhalf jaar bezig zijn geweest stond onder de inhoudelijke aansturing van een man die ik speciaal wil noemen - Hans Blom. Hem te vragen als vaste adviseur, we noemden hem senior advisor,  was mijn beste beslissing van de laatste twee jaar. Ik heb je gered van het zwarte gat, zei ik steeds tegen hem, maar dat klopt niet.

    Hij is nog altijd de meest gevraagde promotor en meelezer van Nederland, denk ik. Maar hij was de afgelopen periode opnieuw goud waard. Hij weet namelijk alles: wie met welk onderzoek bezig is, waar wat staat, wie waar verstand van heeft, wat er in welke gemeenschap gevoelig ligt en waarom, wie lange tenen heeft en wie niet - en dat is allemaal heel nuttig als je een tv-serie over de oorlog maakt. Hans Blom wees en wijst ons de weg, de researchers, de regisseurs en vooral mij.

    C. Ik noemde de volgende pijler al even: Rob Trip, presentator. Het was een zware klus voor hem. Extreem lange dagen, en vooral in het begin: een nieuw vak. Interviewen voor een nieuwsprogramma is een totaal andere tak van sport dan empathische gesprekken voeren met mensen over dingen van zeventig jaar geleden.

    En presenteren in een studio is totaal anders dan het historische verhaal vertellen in Mauthausen of Linggadjati. Van belang was vooral zijn toon en zijn rol. Rob Trip is geen Loe de Jong, en moet dat ook niet proberen te zijn. Hij moest niet moraliseren, hij moest vooral enige verwondering uitstralen en nieuwsgierigheid. Een verwonderde verteller, een gids die zelf ook voor het eerst op de plaats van bestemming komt - dat is een rol waar veel gevoel en subtiliteit voor nodig is. Of hij erin geslaagd is moeten anderen maar bepalen. Voor mij staat vast dat Rob voortreffelijk past bij de wat complexe rol die we voor hem geconstrueerd  hadden.

    D. Een belangrijke pijler van de tv-serie is, vanzelfsprekend, het archiefmateriaal. Er is al zo ongelooflijk veel boven water gekomen, de laatste 25 jaar, maar we zullen opnieuw film gebruiken die niet eerder in Nederland te zien was. Onze eminente filmresearcher Gerard Nijssen is weer voluit gegaan en heeft uit nationale en internationale archieven, van zolders en uit stoffige laden weer beelden tevoorschijn gehaald die zullen meehelpen het verhaal van de oorlog duidelijker te maken, authentieker.

    Je wilt als programmamaker de werkelijkheid zo dicht mogelijk benaderen. Film  helpt daarbij. Of het nu het alledaagse straatbeeld is, van Duitse soldaten die in Nederland inkopen doen, of het is nooit vertoond beeld van dwangarbeiders-kampen in Duitsland waar de slaven in leven gehouden worden met minimale voedselrantsoenen.

    Bijzonder beeld is er ook gevonden van het zware werk bij de bouw van een Duitse fabriek voor onderzeeërs - in kleur zelfs. En beelden van de massale belangstelling voor Hitlers zegetochten in Neurenberg, tijdens de partijdagen. Archieffilm uit de oorlog vertelt soms het verhaal beter dan duizend woorden kunnen doen.

    E. Dat geldt natuurlijk ook voor foto's. Met behulp van de beeldbank, en vooral ook van de eminente fotospecialist van het NIOD René Kok, hebben we de beschikking over tal van zelden of nooit vertoonde foto's. Het is opvallend hoeveel foto's er de laatste jaren via internet zijn opgedoken. Archieven  kopen via E-bay steeds meer bijzondere privé-foto's op, en dat betekent dat de keuze steeds ruimer wordt.

    F. Volgende pijler, een van de belangrijkste: egodocumenten; brieven dus en vooral dagboeken. We gaan in De Oorlog op ruime schaal putten uit de honderden, misschien wel duizenden dagboeken die bewaard zijn gebleven uit die periode. Het lijkt soms wel of op 10 mei 1940 heel Nederland in zijn dagboek begon te schrijven.

    Al in een heel vroeg stadium hebben we besloten om uitvoerig gebruik te maken van deze bronnen. Het idee kwam eigenlijk uit een soort brainstormsessie met de redactieraad die we bij dit project geregeld bijeengeroepen hebben. Bij zijn eerste vergadering kwam die raad met dit idee: hang het verhaal op aan fragmenten uit egodocumenten. Dat hebben we gedaan, en met veel genoegen. En met veel hulp van allerlei mensen die die dagboeken hebben bestudeerd, vooral Bart van der Boom, historicus van de Universiteit Leiden, die een unieke hoeveelheid dagboekfragmenten in een database heeft verzameld.

    Dagboeken en brieven hebben het grote voordeel dat ze geschreven zijn op het moment zelf, waardoor ze een grotere inhoudelijke authenticiteit hebben dan interviews van 65 jaar na dato. Bovendien zijn er zo onwaarschijnlijk veel facetten van het leven in de oorlog op de een of andere manier beschreven in bewaard gebleven dagboeken, dat er op elk punt wel een toepasselijk fragment te vinden is.

    Het is overigens nog niet zo eenvoudig om die fragmenten voor televisie adequaat te illustreren. Alleen maar voorlezen is bij dit medium maar zelden voldoende. De regisseurs hebben de volle vrijheid om de dagboekcitaten een geschikt beeld mee te geven. Dat kan archieffilm zijn, of een foto, maar ook een grafische voorstelling of  wat een creatieve regisseur maar kan bedenken.

    Ik geef u lukraak een paar voorbeelden, om aan te tonen waarom we zo graag met fragmenten uit egodocumenten hebben gewerkt bij De Oorlog. Hier is een fragment uit een brief naar huis van een Duitse soldaat, een Feldwebel, Willy Punk genaamd, hij is in 1942 zojuist in Nederland aangekomen waar hij zijn dienst mag voortzetten. Willy Punk is uitgelaten:

    'Ik kan alleen maar zeggen: gewoon heerlijk! Holland wordt toch algemeen al beschouwd als het schoonste land ter wereld, en het is ook ongelooflijk mooi. Het is zo schoon en opgeruimd, dat is bijna niet voor te stellen.'

    En hier een stukje uit een brief van Ernst Kossmann, de latere hoogleraar geschiedenis. Kossmann is als dwangarbeider in de Elzas terecht gekomen, waar hij zich aanvankelijk flink staande houdt, maar gaandeweg toch behoorlijk uitgeput raakt. Hij schrijft in zijn dagboek:

    'Ik ben erg down en moe zonder veel veerkracht. Bij iedere stap die je doet, word je bedreigd met einsperren en verhaften, met Erziehungslager en erschossen worden. Dat is natuurlijk voor het grootste deel maar waanzin, maar het typeert de sfeer waarin we hier leven overduidelijk. Ik moet er eigenlijk altijd hartelijk om lachen, tot ontsteltenis van mijn baas.'

    En dan is er het dagboek van Hans Ertl, een Duitse cameraman, werkzaam voor de Wehrmacht, uit september 1944. Hij was er getuige van hoe geallieerde parachutisten bij Arnhem uit de hemel kwamen vallen en hij  noteerde:

    'Als bijen die uit hun korven komen, stromen gewapende soldaten uit de vliegtuigen en formeren zich, alsof het een oefening is, onder het commando van hun officieren. Uit een ander zweefvliegtuig rijden soldaten met jeeps en motoren naar buiten. Verderop worden kanonnen en andere wapens uitgeladen. Ik sta er verbijsterd naar te kijken.'

    Ik zou ze gemakkelijk met tientallen kunnen aanvullen, met honderden zelfs, want vooral het begeleidende boek zal vele honderden dagboekcitaten bevatten - ze vormen met raamwerk van het oorlogsverhaal.

    Werkwijze

    Een enkel woord over de werkwijze bij de serie De Oorlog. Voor elke aflevering hebben we eerst de uitgangspunten geformuleerd, in een bespreking waarin vooral Hans Blom de lijnen uitzette. Met het verslag van die bespreking gingen de researchers aan het werk. Ze schreven uiteindelijk een dikke map vol stukken - gespreksverslagen en dossiers over de verschillende elementen die in die aflevering aan bod dienden te komen. De samenvatting daarvan werd aan de redactieraad voorgelegd en daarmee ging de scenarioschrijver aan de slag om een ruw scenario te schrijven. Dat werd vervolgens kritisch bezien door alle betrokkenen en dus kwamen er verschillende versies van. De laatste versie ging uiteindelijk naar de regisseur die de vrijheid had om er weer heel veel aan te veranderen, te verbeteren.

    Hij bekeek de inmiddels opgespoorde archiefbeelden, de foto's, de dagboekfragmenten en stelde op grond daarvan een definitief scenario samen.

    Dat kwam in handen van de afdeling produktie die een planning maakte, zodat in ongeveer tien draaidagen de presentaties van Rob Trip en de interviews konden worden afgewerkt. 

    Voor omvangrijke series als deze bestaan geen organisatorische blauwdrukken. U weet het, in de jaren zestig schreef Loe de Jong een scenario voor een nieuw deel, belde naar omroepbaas Rengelink met de mededeling dat er weer een aflevering gereed was en dan planden ze samen een geschikte uitzendavond. Vervolgens ging er een ploeg onder leiding van regisseur Milo Anstadt en producer Ben Klokman aan de slag om in de toegemeten tijd de illustraties te verzamelen. De uitzending was live - dat kon toen moeilijk anders.

    Die tijden zijn voorbij. Onze werkwijze vertoont enige overeenkomsten met die van Verleden van Nederland, de serie van acht delen die een jaar eerder is uitgezonden. Het grote verschil zit 'm in de taak van de regisseurs. Die hadden bij Verleden van Nederland voor het merendeel van de afleveringen geen archiefmateriaal tot hun beschikking en moesten dus andere, meer kunstzinnige vormen van verbeelding zoeken. Daar waren ze ook op uitgekozen, het waren documentairemakers.

    Bij ons zijn de regisseurs afkomstig uit de school van Andere Tijden, en dus gewend om een verhaal te vertellen met archieffilm en foto's. Nieuw was voor hen het werken met de presentator op lokatie, en ook zij hadden het idee een ander vak te moeten leren.

    Zoals Rob Trip het een keer zei: we leren iets nieuws tijdens ons werk, en pas als het klaar is, hebben we het idee dat we het kunstje een beetje onder de knie hebben.

    Maar goed, tot nu toe loopt het allemaal redelijk gesmeerd, al hebben vrijwel alle medewerkers - researchers, producers en regisseurs - wel momenten gehad dat ze het niet meer zagen zitten - ik zal daar niet dieper op ingaan.

    En dan nog iets meer over de inhoud. In welk opzicht wijkt De Oorlog nu af van de twee versies van De Bezetting van Loe de Jong?

    Op de eerste plaats heeft De Oorlog niet naar volledigheid gestreefd. Waar De Jong 21 afleveringen aan de oorlog besteedde, hebben wij er zeven ter beschikking. Dat noopt tot keuzes. We hebben dus nogal wat aspecten van de oorlog moeten laten liggen. Daar zal zeker kritiek op komen, want over elke keuze is discussie mogelijk.

    In het algemeen denk ik dat we geprobeerd hebben aandacht te besteden aan de ervaringen en belevenissen van gewone mensen. Daarbij is de aandacht voor de militaire aspecten van de oorlog enigszins op de achtergrond gekomen.

    Een belangrijk verschil is dat we ook mensen aan het woord laten komen die bij De Jong op de zwarte lijst stonden: voormalige NSB'ers, mensen die in Duitse dienst getreden zijn. De overwegingen van De Jong delen wij niet - motieven van wat we tegenwoordig daders en omstanders noemen zijn zeker zo interessant als de overwegingen van verzetsmensen of de ervaringen van overlevenden en nabestaanden.

    Verder hebben we gekozen voor een combinatie van een chronologische en een thematische aanpak. Zo hebben we een gehele aflevering gewijd aan economische aspecten van de tweede wereldoorlog, van de ongekende economische groei in het begin, tot de rol van de bunkerbouwers en het lot van de tewerkgestelden in Duitsland. Dat zijn zeker andere accenten dan we bij De Bezetting vinden.

    In algemene zin proberen we ook oog te hebben voor de normaliteit van de oorlog, voor het gegeven dat voor veel mensen het leven gewoon doorging en dat in sommige delen van het land de oorlog lange tijd nauwelijks voelbaar was.

    Voorts hebben we geprobeerd weg te blijven uit de klassieke goed-fout-oordelen en uit het geijkte schema van collaboratie en verzet. Dat valt niet mee - het zit ons in de genen, maar we hebben geprobeerd ons zoveel mogelijk van morele appreciaties te onthouden en die over te laten aan de kijker. Daar horen ze thuis.

    In de aflevering over de oorlog in voormalig Nederlands Indië ligt een duidelijk accent op de betekenis van die periode voor de versnelling in het dekolonisatieproces. We proberen duidelijk te maken dat de oorlogssituatie daar niet los gezien kan worden van de geopolitieke ontwikkelingen in dat deel van de wereld in die periode - de verschuiving van het machtsevenwicht ten koste van de oude koloniale machten.

    Tot slot

    We voelen ons zeer bevoorrecht dat we zo'n groot project mogen uitvoeren. Dat is tegenwoordig heel bijzonder. Van alleen de bedragen die de publieke omroep voor dit soort projecten ter beschikking stelt zou dat volstrekt onmogelijk zijn geweest. We hadden het geluk dat de productie samenviel met de periode waarin het programma Erfgoed van de Tweede Wereldoorlog, van de gelijknamige afdeling van VWS, zijn activiteiten ontplooit. Onze doelstellingen lopen parallel, en vandaar het partnerschap dat we zijn overeengekomen. Ook het V-fonds heeft meegeholpen, waardoor we in staat waren te doen wat we vonden dat gedaan moest worden.

    En daardoor konden we ook nog een ander project tot stand brengen. De redacties van Andere Tijden en Klokhuis hebben hun expertise bijeengebracht om een tv-serie over de tweede wereldoorlog te maken voor kinderen. We mikken op de hoogste klassen van de basisschool, maar het zou ook voor de laagste klassen van het voortgezet onderwijs geschikt kunnen zijn.

    In 13 afleveringen van 20 minuten zal de serie "Dertien in de Oorlog" proberen de hoofdlijnen van 40-45 voor kinderen uiteen te zetten. Dat gaat aanzienlijk anders dan wat ik u eerder zei. Zo zullen we hier WEL de combinatie van documentaire en drama toepassen. We denken dat we daar een geschikte vorm voor gevonden hebben. Het komt er op neer dat een presentator, in dit geval Klokhuis-presentatrice Lisa Wade, het verhaal vertelt op macro-schaal, terwijl dramascenes de microgeschiedenissen van kinderen in de oorlog zullen verbeelden. Die twee worden zo soepel mogelijk in elkaar geschoven.

    De eerste proeven zijn zowel door kinderen als volwassenen gunstig ontvangen. De serie loopt ongeveer parallel met die van De Oorlog. Het project is een idee van Andere Tijden-regisseur Hein Hoffmann, die de scenario's schreef en ook ongeveer de helft van de afleveringen zelf maakt. Het is de bedoeling dat de serie een tweede en derde leven krijgt, op dvd, en in april volgend jaar bij de schooltelevisie.

    Nog even terug naar de volwassenenserie, althans naar een van de multimediale aspecten ervan.Uitgeverij Balans zal tijdens de serie het boek op de markt brengen. Er is al een folder voor in omloop, terwijl de tekst nog lang niet klaar is. Dat geeft een nerveus gevoel, zoals kleinkunstenaars dat moeten hebben als ze twee jaar tevoren al de titel van hun nieuwe programma aan de schouwburgen moeten doorgeven, zonder dat ze een letter op papier hebben.

    Ik schrijf dat boek met behulp van Hans Blom, die er nauw bij betrokken is en er richting en diepte aan geeft. Het zal wel rond de 500 bladzijden gaan tellen. Het is niet bedoeld als een samenvatting van het werk van Loe de Jong - daarvoor is het te weinig compleet, maar het zal de televisiekijker wel extra context, extra diepgang, extra details en extra dagboekfragmenten bieden, net zoals trouwens de website dat zal moeten doen.

    Want dat is een van de voornaamste gedachten achter De Oorlog: via het concept van de multimedialiteit proberen het verhaal van de tweede wereldoorlog in verschillende vormen aan een zo groot mogelijk publiek aan te bieden.