• A
  • A
  • Docent werkt door en wil serieuze loopbaan

    - Het leraarschap is fors in beweging. Nieuwste cijfers laten zien, dat vervroegd uittreden ‘uit’ is en docenten een beter onderbouwd en professioneler loopbaanbeleid veel hoger op de agenda willen zien. Het percentage docenten van boven de 60 dat stopt met werken is sinds 2000 dramatisch gedaald: van 83% naar 18%.

    Langer actief, toch tekort

    Een kwart van het personeel in de gehele arbeidsmarkt is 50 jaar of ouder. In het onderwijs ligt dat aandeel bijna op de helft, in het mbo zelfs op 65%. De gemiddelde uittreedleeftijd is in de afgelopen jaren duidelijk toegenomen. Het langer doorwerken hangt samen met de omvorming van de collectieve VUT-regeling naar de meer individuele FPU-regeling. Maatwerk stimuleert blijkbaar, zo blijkt uit de nota Werken in het onderwijs 2010 en publicaties van het SBO.

    Ondanks deze ontwikkeling blijft op langere termijn nog altijd een groot tekort aan leraren bestaan. Door het relatief oude medewerkersbestand in het onderwijs - zeker in hbo en mbo - zal pensionering van de oudere leraren leiden tot een blijvend hoge vervangingsvraag. Bovendien bestaat de groep uittreders hoofdzakelijk uit eerstegraads mannen met fulltime functies. Deze uitstromende leraren zullen met name vervangen worden door in deeltijd werkende jonge vrouwen, waardoor er in de praktijk meer personen nodig zullen zijn om deze vacatures opnieuw te vervullen.

    Impuls voor upgrading

    De meer professionele benadering van het leraarschap bij de docenten is ook merkbaar in de jongste cijfers over het bijblijven, upgraden en loopbaanbeleid. Zo hebben in een jaar tijd ruim 17.000 leraren een bijscholingsbeurs uit het Rinnooy Kan convenant aangevraagd. Ruim 13.000 duizend werden daarop toegekend.

    De hogescholen hebben hier direct profijt van, want deze extra impuls voor professionalisering werkt door in een fikse toename in de instroom van de hbo-masters. De helft van de nieuwe masterstudenten in de educatieve sector zijn docenten van 40 jaar en ouder.

    Over het perspectief en beleid van hun loopbaan zijn docenten niet erg positief. OECD-onderzoek concludeert dat leraren in Nederland hun loopbaanmogelijkheden als nogal beperkt ervaren. Ook is het onderwijzend personeel minder tevreden is over de primaire arbeidsvoorwaarden. Belangrijker factor in het geheel is echter hoe zij gestimuleerd worden in hun vak en hun intrinsieke motivatie via extra accent op de secundaire voorwaarden.

    Zo blijkt uit nieuw onderzoek van SEO dat de promotiekans in het onderwijs afneemt naarmate men langer in de sector werkt. De promotiekans neemt wel toe op havo/vwo-scholen, met name in de bovenbouw. Dit geldt ook voor die docenten die meer tijd kunnen besteden aan niet-lesgebonden taken.

    Gebrekkig beleid

    Veel leraren hebben het gevoel dat procedures rondom schaalpromotie oneerlijk verlopen en eventuele promotie vooral afhangt van 'goede relaties met de directie'. Een duidelijk beleid en heldere criteria voor promotie zijn in dat verband van belang voor een professioneel HRM-beleid. Promotie- en beloningsbeleid wordt daarbij met name toegespitst op de functiemix binnen scholen en instellingen en op functionerings- en beoordelingsgesprekken.

    Hierdoor kunnen beloningsverschillen ontstaan tussen docenten en het blijkt dat dit nogal een cultuuromslag vereist. Besturen beslissen zelf over de invulling van het promotiebeleid en schoolleiders zien daar ook een belangrijke taak weggelegd voor de medezeggenschap. Beleid hiervoor ontbreekt nog op de meeste scholen. Met name in het primair onderwijs blijkt er nog gering ontwikkeld HRM te zijn op terreien als deze voor de kwaliteit op langere termijn.