23 november 2009 - Het leraarschap is fors in beweging. Nieuwste cijfers laten zien, dat vervroegd uittreden ‘uit’ is en docenten een beter onderbouwd en professioneler loopbaanbeleid veel hoger op de agenda willen zien. Het percentage docenten van boven de 60 dat stopt met werken is sinds 2000 dramatisch gedaald: van 83% naar 18%.
Langer actief, toch tekort
Een kwart van het personeel in de gehele arbeidsmarkt is
50 jaar of ouder. In het onderwijs ligt dat aandeel bijna op de
helft, in het mbo zelfs op 65%. De gemiddelde uittreedleeftijd is
in de afgelopen jaren duidelijk toegenomen. Het langer doorwerken
hangt samen met de omvorming van de collectieve VUT-regeling naar
de meer individuele FPU-regeling. Maatwerk stimuleert blijkbaar, zo
blijkt uit de nota Werken in het onderwijs 2010 en publicaties
van het SBO.
Ondanks deze ontwikkeling blijft op langere termijn nog altijd een
groot tekort aan leraren bestaan. Door het relatief oude
medewerkersbestand in het onderwijs - zeker in hbo en mbo - zal
pensionering van de oudere leraren leiden tot een blijvend hoge
vervangingsvraag. Bovendien bestaat de groep uittreders
hoofdzakelijk uit eerstegraads mannen met fulltime functies. Deze
uitstromende leraren zullen met name vervangen worden door in
deeltijd werkende jonge vrouwen, waardoor er in de praktijk meer
personen nodig zullen zijn om deze vacatures opnieuw te
vervullen.
Impuls voor upgrading
De meer professionele benadering van het leraarschap bij
de docenten is ook merkbaar in de jongste cijfers over het
bijblijven, upgraden en loopbaanbeleid. Zo hebben in een jaar tijd
ruim 17.000 leraren een bijscholingsbeurs uit het Rinnooy Kan
convenant aangevraagd. Ruim 13.000 duizend werden daarop
toegekend.
De hogescholen hebben hier direct profijt van, want deze extra
impuls voor professionalisering werkt door in een fikse toename in
de instroom van de hbo-masters. De helft van de nieuwe
masterstudenten in de educatieve sector zijn docenten van 40 jaar
en ouder.
Over het perspectief en beleid van hun loopbaan zijn docenten niet
erg positief. OECD-onderzoek concludeert dat leraren in Nederland
hun loopbaanmogelijkheden als nogal beperkt ervaren. Ook is het
onderwijzend personeel minder tevreden is over de primaire
arbeidsvoorwaarden. Belangrijker factor in het geheel
is echter hoe zij gestimuleerd worden in hun vak en hun
intrinsieke motivatie via extra accent op de secundaire
voorwaarden.
Zo blijkt uit nieuw onderzoek van SEO dat de promotiekans in het
onderwijs afneemt naarmate men langer in de sector werkt. De
promotiekans neemt wel toe op havo/vwo-scholen, met name in de
bovenbouw. Dit geldt ook voor die docenten die meer tijd kunnen
besteden aan niet-lesgebonden taken.
Gebrekkig beleid
Veel leraren hebben het gevoel dat procedures rondom
schaalpromotie oneerlijk verlopen en eventuele promotie vooral
afhangt van 'goede relaties met de directie'. Een duidelijk beleid
en heldere criteria voor promotie zijn in dat verband van belang
voor een professioneel HRM-beleid. Promotie- en beloningsbeleid
wordt daarbij met name toegespitst op de functiemix binnen scholen
en instellingen en op functionerings- en
beoordelingsgesprekken.
Hierdoor kunnen beloningsverschillen ontstaan tussen docenten en
het blijkt dat dit nogal een cultuuromslag vereist. Besturen
beslissen zelf over de invulling van het promotiebeleid en
schoolleiders zien daar ook een belangrijke taak weggelegd voor de
medezeggenschap. Beleid hiervoor ontbreekt nog op de meeste
scholen. Met name in het primair onderwijs blijkt er
nog gering ontwikkeld HRM te zijn op terreien als deze voor de
kwaliteit op langere termijn.