Wat heb jij met
internationalisering?
Ik kom uit een internationaal georiënteerde familie. Kort na mijn
afstuderen woonde ik een tijdje in Afrika. Daarna ging ik werken
voor de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) in Genève. Wonen en
werken in een andere cultuur kan ik iedereen aanbevelen: het
verruimt je referentiekader en je opvattingen. Je leert dat dingen
ook - en net zo goed - op een andere manier kunnen dan thuis. De
confrontatie met de soms bittere armoede in ontwikkelingslanden is
moeilijk. Het doet je realiseren hoe bevoorrecht we in het Westen
zijn en hoe weinig reden tot klagen we eigenlijk hebben.
Wat vind je in jouw rol als portefeuillehouder belangrijk
om uit te dragen?
Bij modern en eigentijds beroepsonderwijs hoort een bepaalde mate
van internationalisering. Nederland heeft altijd een open economie
gehad, met veel internationaal verkeer. Overigens geldt dat niet
alleen voor grote bedrijven, maar ook voor het MKB. Onze studenten
moeten daar op voorbereid zijn en daar een rol in kunnen
spelen.
De diversiteit op de werkvloer neemt toe. Klanten en collega´s
zullen steeds vaker een (deels) andere culturele achtergrond hebben
of internationaal werkzaam zijn. Dat vraagt om interculturele
vaardigheden, ook omdat het werken in teams steeds belangrijker
wordt. De grote problemen van onze samenleving, of het nu gaat om
energievoorziening, voedselvoorziening of financieel toezicht, zijn
in toenemende mate mondiale vraagstukken, die alleen opgelost raken
door mensen die over de grenzen heen kunnen denken en
samenwerken.
Onze ambitie als hogeschool is om afgestudeerden die kennis en
vaardigheden mee te geven. De vorm en de mate waarin zal
afhankelijk zijn van het specifieke beroepenveld. Daarom gaan we de
onderwijsinternationalisering niet van boven af voorschrijven, maar
krijgen opleidingen de ruimte om het zelf in te vullen.
Kun je voorbeelden noemen van good practices als het gaat
om de organisatie en uitvoering van het internationaliseringbeleid
in de onderwijspraktijk?
Moeilijk kiezen, maar hier wat tips. De Faculteit Educatie heeft
mooie voorbeelden van curriculuminternationalisering, zowel bij ILS
als bij de Pabo´s. FEM heeft interessante formules ontwikkeld rond
buitenlandse stages en bezit veel praktijkervaring met Engelstalige
bacheloropleidingen. IBMS is bijvoorbeeld al jaren de beste in
Nederland. GGM heeft een lange traditie in het aanbieden van
onderwijs aan Duitse studenten en in internationale
(ontwikkelings-)projecten.
Techniekstudenten worden enorm gestimuleerd om deel te nemen aan
internationale competities, waarbij ze regelmatig in de prijzen
vallen en de (inter)nationale pers halen. Wie meer wil weten kan
terecht bij de beleidsmedewerkers internationalisering: Ben Bartels
(Educatie), Yvonne van der Meijs (GGM), Erna Helsen (FEM) en Dick
Groeneveld (FT).
Op welke wijze kunnen collega´s het beste ervaringen
uitwisselen en van elkaar leren?
Binnen de HAN bestaat veel expertise op (deelterreinen)
van internationalisering. Omdat de activiteiten vaak diep in de
opleidingen plaatsvinden, oogt het geheel gefragmenteerd en weet
men elkaar slecht te vinden. We gaan een aantal instrumenten
ontwikkelen die mogelijkheden scheppen voor kennisdeling en
netwerken. Daarbij moet je denken aan een digitale nieuwsbrief, een
digitaal forum, kleine praktijkseminars, en mogelijk een jaarlijkse
conferentie
internationalisering.
Hoe zou je studenten het best
stimuleren voor een buitenlands avontuur te
gaan?
Ervaring leert dat studenten het meest gemotiveerd worden door de
verhalen van ouderejaars. Hun enthousiasme werkt aanstekelijk, ze
kunnen duidelijk maken waarom je dit zou moeten willen, staan
dichter bij de wereld van de student en weten vaak veel aarzelingen
weg te halen. Bovendien vormen ze een onschatbare bron aan
bruikbare tips. In de voorlichting maakten we al gebruik van
ouderejaars en dat gaan we intensiveren.
Het beurzenbeleid dient de instroom van buitenlandse
studenten te bevorderen. Is dit al zichtbaar?
Helaas dienen we de ambities van ons beurzenbeleid bij te stellen.
Met ingang van 2010 heeft OCW de rijksbijdragemiddelen voor
buitenlandse studenten gevoelig gekort. Dat wordt voortgezet in
2011 en volgende jaren.
Ook beurzen uit andere inkomstenbronnen lopen terug. Groei van het
aantal beursstudenten zit er dus voorlopig niet in. We zetten nu in
op stabilisering van de instroom.
Wat zijn de belangrijkste uitgangspunten van het
internationaliseringbeleid?
Wil internationalisering slagen, dan dient het ingebed te worden in
de reguliere activiteiten van de instelling. Anders blijft het een
geïsoleerde activiteit naast, in plaats van in het hart, van het
onderwijs en onderzoek aan de HAN. Dat noemen we ´mainstreaming´ en
het is één van de pijlers van het nieuwe
internationaliseringbeleid.
We zetten alleen niet exclusief in op verhoging van de
mobiliteit in aantallen in-en uitgaande studenten, als wel op het
aanbieden van een internationaal georiënteerde leeromgeving en
onderwijs- en onderzoekskwaliteit. Studenten en docenten wordt
de mogelijkheid geboden om te werken aan internationale en
interculturele competenties door middel van een veelheid aan
werkvormen.
Soms een buitenlandverblijf zijn, maar ook een stage in de
regio bij een internationaal opererend bedrijf of
instelling. Ook het begeleiden van buitenlandse studenten als
´buddy´ draagt bij aan de internationale competentie. De specifieke
invulling van internationalisering wordt door de opleiding bepaald,
in de couleur locale. Wel willen we met elkaar een minimum variant
gaan afspreken.
Wat zijn volgens jou de kritische succesfactoren om de
ambities met betrekking tot het internationaliseringbeleid binnen
de HAN te laten slagen?
Een breed gedragen koers, ruimte voor eigen invulling, inbedding
van internationalisering in bestaande structuren, en het delen van
kennis en expertise.
Wie spelen daarin dan een
sleutelrol?
Omdat we uitgaan van ´mainstreaming´ speelt eigenlijk iedereen
binnen onderwijs, onderzoek en ondersteuning een sleutelrol. Het is
dus nagenoeg onmogelijk om sleutelspelers aan te wijzen. Als ik een
poging zou moeten doen zijn het voornamelijk docenten, managers
(zowel bij de faculteiten als het SB), de beleidsmedewerkers
internationalisering van de faculteiten/het IO en de lectoren die
internationalisering tot een succes kunnen maken.
Wat gaan we dit studiejaar concreet
merken?
Dit najaar wordt het Strategisch Beleidsplan Internationalisering
van de HAN vastgesteld. Dat plan is tot stand gekomen op basis van
een inventarisatie van alle internationaliseringactiviteiten van de
HAN en met de inbreng van een brede klankbordgroep. Het plan wordt
verder uitgewerkt in jaarlijkse activiteitenplannen.
Voor 2010 voorziet het onder andere in de verdere verbetering van
de Engelstalige website, het promotiemateriaal en de vindbaarheid
van de HAN op Internet, introductie van werkvormen voor
kennisdeling en beleidsontwikkeling op een aantal onderwerpen zoals
studentenhuisvesting. Maar het meeste zal men merken in de
eigen faculteiten. Daar worden door beleidsmedewerkers en docenten
concrete maatregelen voorbereid passend bij dat specifieke
onderwijs.
Nog een hartenwens bij
internationalisering?
Mijn hartenwens? Dat iedereen het nut van internationalisering voor
onderwijs en onderzoek inziet en daar zijn en haar unieke invulling
aan geeft.