• A
  • A
  • Internationalisering moet gewoon worden

    - Ze begon haar carrière in Afrika, nu werkt Kristel Baele als HAN-CvB-lid aan internationalisering. "Wil internationalisering slagen, dan dient zij ingebed te worden in de reguliere activiteiten van de instelling. Anders blijft het een geïsoleerde activiteit naast, in plaats van in het hart van onderwijs en onderzoek", zegt ze in gesprek met ScienceGuide.

    Wat heb jij met internationalisering?

    Ik kom uit een internationaal georiënteerde familie. Kort na mijn afstuderen woonde ik een tijdje in Afrika. Daarna ging ik werken voor de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) in Genève. Wonen en werken in een andere cultuur kan ik iedereen aanbevelen: het verruimt je referentiekader en je opvattingen. Je leert dat dingen ook - en net zo goed - op een andere manier kunnen dan thuis. De confrontatie met de soms bittere armoede in ontwikkelingslanden is moeilijk. Het doet je realiseren hoe bevoorrecht we in het Westen zijn en hoe weinig reden tot klagen we eigenlijk hebben.

    Wat vind je in jouw rol als portefeuillehouder belangrijk om uit te dragen?

    Bij modern en eigentijds beroepsonderwijs hoort een bepaalde mate van internationalisering. Nederland heeft altijd een open economie gehad, met veel internationaal verkeer. Overigens geldt dat niet alleen voor grote bedrijven, maar ook voor het MKB. Onze studenten moeten daar op voorbereid zijn en daar een rol in kunnen spelen.

    De diversiteit op de werkvloer neemt toe. Klanten en collega´s zullen steeds vaker een (deels) andere culturele achtergrond hebben of internationaal werkzaam zijn. Dat vraagt om interculturele vaardigheden, ook omdat het werken in teams steeds belangrijker wordt. De grote problemen van onze samenleving, of het nu gaat om energievoorziening, voedselvoorziening of financieel toezicht, zijn in toenemende mate mondiale vraagstukken, die alleen opgelost raken door mensen die over de grenzen heen kunnen denken en samenwerken.

    Onze ambitie als hogeschool is om afgestudeerden die kennis en vaardigheden mee te geven. De vorm en de mate waarin zal afhankelijk zijn van het specifieke beroepenveld. Daarom gaan we de onderwijsinternationalisering niet van boven af voorschrijven, maar krijgen opleidingen de ruimte om het zelf in te vullen.

    Kun je voorbeelden noemen van good practices als het gaat om de organisatie en uitvoering van het internationaliseringbeleid in de onderwijspraktijk? 

    Moeilijk kiezen, maar hier wat tips. De Faculteit Educatie heeft mooie voorbeelden van curriculuminternationalisering, zowel bij ILS als bij de Pabo´s. FEM heeft interessante formules ontwikkeld rond buitenlandse stages en bezit veel praktijkervaring met Engelstalige bacheloropleidingen. IBMS is bijvoorbeeld al jaren de beste in Nederland. GGM heeft een lange traditie in het aanbieden van onderwijs aan Duitse studenten en in internationale (ontwikkelings-)projecten.

    Techniekstudenten worden enorm gestimuleerd om deel te nemen aan internationale competities, waarbij ze regelmatig in de prijzen vallen en de (inter)nationale pers halen. Wie meer wil weten kan terecht bij de beleidsmedewerkers internationalisering: Ben Bartels (Educatie), Yvonne van der Meijs (GGM), Erna Helsen (FEM) en Dick Groeneveld (FT).

    Op welke wijze kunnen collega´s het beste ervaringen uitwisselen en van elkaar leren?

    Binnen de HAN bestaat veel expertise op (deelterreinen) van internationalisering. Omdat de activiteiten vaak diep in de opleidingen plaatsvinden, oogt het geheel gefragmenteerd en weet men elkaar slecht te vinden. We gaan een aantal instrumenten ontwikkelen die mogelijkheden scheppen voor kennisdeling en netwerken. Daarbij moet je denken aan een digitale nieuwsbrief, een digitaal forum, kleine praktijkseminars, en mogelijk een jaarlijkse conferentie
    internationalisering.

    Hoe zou je studenten het best stimuleren voor een buitenlands avontuur te gaan? 

    Ervaring leert dat studenten het meest gemotiveerd worden door de verhalen van ouderejaars. Hun enthousiasme werkt aanstekelijk, ze kunnen duidelijk maken waarom je dit zou moeten willen, staan dichter bij de wereld van de student en weten vaak veel aarzelingen weg te halen. Bovendien vormen ze een onschatbare bron aan bruikbare tips. In de voorlichting maakten we al gebruik van ouderejaars en dat gaan we intensiveren.

    Het beurzenbeleid dient de instroom van buitenlandse studenten te bevorderen. Is dit al zichtbaar? 

    Helaas dienen we de ambities van ons beurzenbeleid bij te stellen. Met ingang van 2010 heeft OCW de rijksbijdragemiddelen voor buitenlandse studenten gevoelig gekort. Dat wordt voortgezet in 2011 en volgende jaren.

    Ook beurzen uit andere inkomstenbronnen lopen terug. Groei van het aantal beursstudenten zit er dus voorlopig niet in. We zetten nu in op stabilisering van de instroom.

    Wat zijn de belangrijkste uitgangspunten van het internationaliseringbeleid?

    Wil internationalisering slagen, dan dient het ingebed te worden in de reguliere activiteiten van de instelling. Anders blijft het een geïsoleerde activiteit naast, in plaats van in het hart, van het onderwijs en onderzoek aan de HAN. Dat noemen we ´mainstreaming´ en het is één van de pijlers van het nieuwe internationaliseringbeleid. 

    We zetten alleen niet exclusief in op verhoging van de mobiliteit in aantallen in-en uitgaande studenten, als wel op het aanbieden van een internationaal georiënteerde leeromgeving en onderwijs- en onderzoekskwaliteit. Studenten en docenten wordt de mogelijkheid geboden om te werken aan internationale en interculturele competenties door middel van een veelheid aan werkvormen.

    Soms een buitenlandverblijf zijn, maar ook een stage in de regio bij een internationaal opererend bedrijf of instelling. Ook het begeleiden van buitenlandse studenten als ´buddy´ draagt bij aan de internationale competentie. De specifieke invulling van internationalisering wordt door de opleiding bepaald, in de couleur locale. Wel willen we met elkaar een minimum variant gaan afspreken.

    Wat zijn volgens jou de kritische succesfactoren om de ambities met betrekking tot het internationaliseringbeleid binnen de HAN te laten slagen? 

    Een breed gedragen koers, ruimte voor eigen invulling, inbedding van internationalisering in bestaande structuren, en het delen van kennis en expertise.

    Wie spelen daarin dan een sleutelrol? 

    Omdat we uitgaan van ´mainstreaming´ speelt eigenlijk iedereen binnen onderwijs, onderzoek en ondersteuning een sleutelrol. Het is dus nagenoeg onmogelijk om sleutelspelers aan te wijzen. Als ik een poging zou moeten doen zijn het voornamelijk docenten, managers (zowel bij de faculteiten als het SB), de beleidsmedewerkers internationalisering van de faculteiten/het IO en de lectoren die internationalisering tot een succes kunnen maken.

    Wat gaan we dit studiejaar concreet merken? 

    Dit najaar wordt het Strategisch Beleidsplan Internationalisering van de HAN vastgesteld. Dat plan is tot stand gekomen op basis van een inventarisatie van alle internationaliseringactiviteiten van de HAN en met de inbreng van een brede klankbordgroep. Het plan wordt verder uitgewerkt in jaarlijkse activiteitenplannen.

    Voor 2010 voorziet het onder andere in de verdere verbetering van de Engelstalige website, het promotiemateriaal en de vindbaarheid van de HAN op Internet, introductie van werkvormen voor kennisdeling en beleidsontwikkeling op een aantal onderwerpen zoals studentenhuisvesting. Maar het meeste zal men merken in de eigen faculteiten. Daar worden door beleidsmedewerkers en docenten concrete maatregelen voorbereid passend bij dat specifieke onderwijs.

    Nog een hartenwens bij internationalisering? 

    Mijn hartenwens? Dat iedereen het nut van internationalisering voor onderwijs en onderzoek inziet en daar zijn en haar unieke invulling aan geeft.