Zij zijn al lang een integraal onderdeel van de Europese
samenlevingen en zo geïntegreerd. Dat levert ook voor
beleidsmakers belangrijke inzichten op in de vraag hoe de islam in
Europa vorm krijgt. De oratie Voorbij de domesticering van
de islam in Europa houdt Sunier op vrijdag 27
november.
Hoe kan islamonderzoek beter?
Er zijn volgens Sunier drie onderwerpen die in het bijzonder te
lijden hebben van een te grote nadruk op
integratieproblematiek.
- Ten eerste moet het onderzoek naar de islambeleving onder
jongeren zich niet beperken tot radicalisering en
aanpassingsproblemen, maar alle vormen van religiositeit in het
onderzoek betrekken. Verreweg de meeste jongeren zijn geboren en
getogen in Europa. Dat moet het uitgangspunt zijn voor onderzoek
naar hun islambeleving.
- Ten tweede moet het onderzoek naar het dagelijks leven in
wijken en de manier waarop gewone moslims islam inpassen in hun
dagelijks leven veel meer aandacht krijgen. Oude wijken staan niet
zelden synoniem voor vergaarbakken van problemen. Dat levert een
sterk vertekend beeld op van de realiteit.
- Ten derde moet er onderzoek gedaan worden naar islamitisch
leiderschap. Aan de ene kant wordt aan islamitische leiders en
geestelijken een enorme invloed op moslims toegeschreven en worden
ze ingezet om een keur aan problemen op te lossen.
Aan de andere kant worden hun activiteiten en denkbeelden juist met
argusogen bekeken en probeert men hun invloed in te dammen.
Systematisch onderzoek naar islamitisch leiderschap levert een meer
gewogen beeld op en verschaft ons inzicht in de relatie tussen
leiderschap en gewone moslims.
'Domesticering van de islam'
De titel van Suniers oratie verwijst naar de kenmerken van het
huidige beleid ten aanzien van de islam in veel landen in Europa.
De oorsprong van het integratiebeleid ligt in de jaren tachtig van
de vorige eeuw en was erop gericht nieuwkomers, waarvan een groot
aantal een islamitische achtergrond had, in te passen in de
ontvangende samenlevingen.
In de laatste tien jaar heeft het beleid, als gevolg van '11
september' en de problemen in wijken van verschillende Europese
steden, zich toegespitst op criminaliteit- en
radicaliseringpreventie, veiligheid, en een grotere controle op het
doen en laten van moslims. Europese staten streven ernaar de islam
te beteugelen en aan te passen aan nationale omstandigheden. Deze
'domesticering van de islam' is een beleidsprioriteit geworden in
vrijwel alle landen van Europa.
In het meeste onderzoek worden moslims automatisch
gelijkgeschakeld met migranten en wordt de islam nog steeds
beschouwd als een migrantenreligie. Radicalisering onder jonge
moslims, confrontaties tussen bewoners in wijken en tal van andere
kwesties worden primair beschouwd als integratieproblemen.
Landen moeten omgaan met de groeiende culturele en religieuze
diversiteit vanwege de aanwezigheid van moslims. Een belangrijk
deel van het onderzoek richt zich op de vraag hoe overheden daarmee
moeten omgaan en tot welke fricties de aanwezigheid van moslims kan
leiden. Integratie heeft zich van een beleidsdoelstelling tot een
denkkader ontwikkeld dat onderzoek stuurt en richting geeft.
Wetenschappelijke blikvernauwing
Het gevolg van deze wetenschappelijke blikvernauwing is dat
belangrijke vragen ten aanzien van de islam in Europa blijven
liggen of te weinig aandacht krijgen. Door het onderzoek te
concentreren op een relatief klein aantal probleemsituaties, blijft
verreweg de grootste groep moslims doorgaans buiten het zicht van
het onderzoek.
Eenzijdig probleemonderzoek levert een sterk vertekend beeld op
over wat zich onder moslims afspeelt en reduceert hen tot willoze
slachtoffers. Als gevolg daarvan krijgen de ontwikkeling van de
islam in Europa en de ervaringen van gewone moslims niet de
aandacht van onderzoekers die zij verdienen. Dit is uiteindelijk
ook niet gunstig voor het beleid.