• A
  • A
  • Kennisbasis in de kunsten

    - In 2008 is besloten dat de kennisbasis bij lerarenopleidingen moesten worden beschreven. Dat gold ook voor kunstvakdocentenopleidingen, maar daar gaat dat net even anders. “De curricula zijn heel anders. Het is veel meer competentiegericht,” zegt Eva van der Molen.

    Eva van der Molen is projectleider Peer Review Kennisbasis van de Kunstvakdocentenopleidingen. In dit project werken vertegenwoordigers van elf hogescholen (Zuyd, Fontys, Codarts, Rotterdam, Leiden, HKU, AHK, ArtEZ, Hanzehogeschool, NHL en het Koninklijk Conservatorium Den Haag) samen aan kwaliteitsverbetering in het onderwijs. 

    Peer Review 2.0

    In eerste instantie zagen veel deelnemers dit als een verplicht nummer, maar Eva van der Molen ziet opleidingen en docenten nu enthousiast deelnemen. “Peer review is inmiddels één van de meest stimulerende manieren om handen en voeten te geven aan kwaliteitsbeleid in het hoger onderwijs.”


    “De docentenopleidingen hadden een verplichting om de kenniscomponent te verstevigen. De Vereniging Hogescholen heeft dat in 2013 in eigen hand genomen met het programma 10voordeleraar,” vertelt Van der Molen. “In de loop van het project Peer Review Kennisbasis hebben we met 11 hogescholen een aanpak ontwikkeld die past bij de aard en cultuur van de opleidingen docent dans, docent muziek, docent theater en docent beeldende kunst & vormgeving. We hebben deze aanpak in 2014 ‘Peer Review 2.0’ genoemd.” 

    Meer competentiegericht 

    Bij de kunstvakdocentenopleidingen heeft de kennisbasis een net wat andere plaats dan bij andere lerarenopleidingen, waar kennis vooral gedefinieerd wordt als cognitieve kennis, ziet Van der Molen. “Een docent dans beheerst uiteraard theoretische kennis, maar in de opleiding gaat het ook veel om embodied knowledge. Onze benadering van leren is holistischer, meer competentiegericht.”

    In de praktijk gaat het als volgt: docenten brengen casussen uit hun werk in en praten met hun collega’s van andere opleidingen diepgaand over hun aanpak. Die is op veel plekken weer net even anders, ziet Eva van der Molen. “We zijn met pilots begonnen om deze aanpak uit te proberen. Wij zijn een hele specifieke sector met een eigen karakter.” 

    Drukken van accreditatielast 

    Inmiddels is Van der Molen anderhalf jaar bezig met deze werkwijze en ziet zij grote voordelen. “Als de opleidingen collectief verantwoordelijkheid nemen voor de kwaliteitsontwikkeling van hun docenten en curricula, kan de druk van de accreditatie een stuk omlaag. Als beleidsmakers daarvoor inspiratie kunnen putten uit ons project Peer Review 2.0, dan hebben we het goed gedaan.” 

    Met het drukken van die accreditatielast sluit het Peer Review Project aan op de wensen van minister Bussemaker die nadrukkelijk meer verantwoordelijkheid wil leggen bij de opleidingen. “Alle betrokkenen bij het project hebben herhaaldelijk de vraag gesteld hoe dit aansluit op de accreditatie-eisen van de NVAO. 10voordeleraar en de NVAO lijken in onze perceptie tot nu toe langs elkaar heen te werken, en dat is een gemiste kans.” zegt Van der Molen. 

    “In vorige functies was ik eindverantwoordelijk voor de accreditatie van diverse opleidingen. Als je kijkt wat dat kost, hoeveel energie er gaat zitten in zaken ‘mooi’ presenteren, en hoe weinig verbinding professionals met dit proces hebben, dan hoop ik dat het nieuwe stelsel ingrijpend anders wordt.”