• A
  • A
  • Lubbers: “Laat die mensen toch wat doen”

    - “Elk tentamen dat ik deed, dacht ik: ‘dit is mijn laatste,’ Want we hadden nog steeds geen erkenning als asielzoeker. Gisteren kregen mijn broer en ik beiden onze bul als arts. We hebben de hele nacht niet kunnen slapen.” Dit vertelde een jonge Afghaan aan een doodstille zaal tijdens het afstudeerfeest van de UAF. ScienceGuide sprak met UAF-voorzitter Ruud Lubbers over zijn werk en visie op de studentvluchtelingen in de Nederlandse samenleving van vandaag.

    Ik heb je maar één keer zo zien stralen en swingen als vanmiddag op het podium tussen die 200 afgestudeerden. Dat was in mei 1986 toen Molly de Koning je om de hals vloog op die avond van de 54 zetels die het CDA won, met jou als lijsttrekker.

    Is dat zo? Oh, dat vind ik nou leuk, echt. Het voelt ook wel zo, ik ben ook echt stralend om deze mensen. Want ze presteren wel wat, hè? Dit zijn sterke, slimme mensen die in een nieuw land een leven moeten opbouwen. Ik vind dat nogal wat.

    Uit de cijfers blijkt een lichte daling in het aantal afstudeerders. Komt dat door de lagere toestroom van asielzoekers naar ons land?

    De daling is gering, ik zie niet echt een vermindering bij ons. Door het generaal pardon hebben we een stijging gekend van mensen die konden gaan studeren en een loopbaan kregen.

    Wat we wel gaan zien is dat er meer 'vluchtelingen op uitnodiging' zullen komen, daar praten we over met de bewindslieden. Dan gaat het om mensen die vervolgd worden en die echt iets bijdragen aan ons land; die hier door hun studie ook een plaats vinden. Dat is een selectieve manier van kijken, waarin we hen ook perspectief kunnen bieden in hun vluchtelingenbestaan. Dat is niet erg om zo te kijken, ik vind dat goed hen uitzicht te bieden als dat mogelijk blijkt.

    Over het generaal pardon zei je in je speech bij de diploma-uitreiking enkele pittige dingen.

    Zeker, ik noemde enkele feiten. Toen dat afgekondigd werd, zeiden sommige mensen dat dit een ramp voor het land was. Er was sprake van een enorme aanzuigende werking. Rita Verdonk sprak van 600.000 asielzoekers die op Nederland af zouden komen. Baas boven baas was ze met haar voorspelling.

    'Ik zie ze niet, ook niet in deze zaal', zei je tot grote hilariteit van de aanwezigen. Wie er wel waren, waren artsen, veel ict'ers en technici -waaronder veel vrouwen- die hun graad hadden gehaald. De vakken waar we hier niet genoeg talent voor in huis hebben, daar komen zij duidelijk meer op af.

    Dat is interessant hè? Precies de vakken waar bij ons flink tekort aan is, daar zijn zij vaak begaafd in. Het is ook te merken dat ze hun kansen zien. Het zijn meestal slimme mensen, sterk ook, die dit voor elkaar krijgen, zo'n studie. Die weten meestal erg goed wat ze willen en wat ze kunnen. De studie en de kans op werk daardoor zijn voor hen allemaal een spiraal omhoog.

    We hebben als UAF ook studieadviseurs die hen daarbij begeleiden. Je moet met hen samen kijken wat er kan, denk aan de taalbeheersing of aan eerdere opleidingen in eigen land. Ook helpen zij hen motiveren, want ze hebben het vaak zwaar met hun achtergrond, hun familie, dingen die om hen heen gebeuren.

    Je sprak ook over een nieuwe aanpak, de 'Scholars at Risk'.

    Dat is een opzet die doet denken aan de kennismigrantenregeling die het kabinet heeft ingevoerd. Waar het om gaat, is dat wij talent uitnodigen naar ons land te komen. Hier gaat het dan om wetenschappers die al langer actief zijn en die vervolgd worden.

    Ik denk dan: 'laat die mensen dan toch komen en hier hun werk doen'. Talent is altijd welkom, niet waar? Sowieso is dat mijn lijn: Laat de mensen toch wat doen! Dat is meer een verplichtende visie op het lot van de vluchtelingen dan een versoepeling van de eisen. Dat misverstand wil ik wel wegnemen.

    Je zei daarover onder meer: na drie maanden moeten ze Nederlands gaan leren en na zes maanden moeten ze gaan studeren of kunnen werken. Niet als optie of als bezigheidstherapie in een AZC dus?

    Nee, ik zie dit als een verplichtende benadering, naar beide kanten dus. De vluchteling moet aan de slag, zo komt hij ook onder de mensen en wordt hij weer actief. Het verplicht de overheid snel duidelijkheid te geven, dat is voor iedereen goed.

    Het is alsof ik de premier Lubbers uit de jaren 80 weer hoor. 'Laten we de mensen weer aan de slag krijgen. Ga wat doen, dat is altijd beter.'

    Daar zit wel iets in, ook in het verplichtende ervan. Men verweet me het destijds wel eens, ook toen ik over de kampementen sprak. Maar het is een consistente lijn in mijn leven.

    UAF zorgt nu ook voor arbeidsmarkttoeleiding. Dat zit ook in dezelfde lijn. Zie je dit ook zo?

    Oh jawel. We hebben een begin gemaakt met Jobsupport, samen met andere vluchtelingenorganisaties. Die helpt om loopbanen te vinden. Via stages voor onze afgestudeerden, bijvoorbeeld, komen ze beter voorbereid op onze arbeidsmarkt. Zo vinden ze hun plek, leren de mores kennen. Vorig jaar hebben we 150 mensen zo'n stage kunnen bieden. Dat is vaak een goede tussenstap naar een baan.

    Sociale Zaken heeft de steun hiervoor inmiddels verlengd, we hebben hiervoor brede teams opgezet die meer kunnen doen dan wij alleen vanuit UAF.

    Eén van de UAF-cliënten van 25 jaar geleden was uw gastvrouw vandaag. Ze is nu lid van het CvB van deze Hogeschool, de HHS.

    Ja, zoiets is toch fantastisch. Ze kon hier als asielzoeker uit het Argentinië van generaal Videla toch studeren. Susana Menendez doet nu hier het bestuur van zo'n grote hogeschool, wat je noemt een rolmodel. We hadden Maxima al, en nu ook Susana!