
In het advies nodigt de commissie de belanghebbende partijen uit
het met elkaar eens te worden over de hoofdlijnen uit het advies en
elkaar te vinden in een soort 'Maatschappelijk Convenant Hoger
Onderwijs'. Dinsdagochtend hebben de betrokken instellingen,
waaronder Stenden, met elkaar afgesproken dat zij de handschoen
opnemen en op korte termijn met het gesprek hierover willen
beginnen. De ambitie is om dit voor de zomer af te kunnen ronden
met het oog op de kabinetsformatie, waarin -afgaande op de
verkiezingsprograms van de politieke partijen- het hoger onderwijs
een belangrijk punt van gesprek zal worden.
Hier leest u een aantal van de aanbevelingen van de
commissie-Veerman met de reactie van Stenden hogeschool. Samengevat
sluiten de aanbevelingen in sterke mate aan bij de invulling van
het hoger onderwijs zoals Stenden die graag zou zien als antwoord
op de maatschappelijke roep om praktijkgericht hoger
onderwijs. Het advies sluit daarnaast zeer goed aan bij de
plannen die Stenden hogeschool samen met de 3 andere hogescholen in
Noord-Nederland onlangs heeft gepresenteerd om de transitie naar
een kenniseconomie in deze regio te stimuleren en te
faciliteren.
-Selectie: De commissie stelt voor om in
principe elke instelling het recht te geven om te selecteren, ook
aan de poort. De overheid moet dit in wet- en regelgeving mogelijk
maken, maar ook de randvoorwaarden meegeven.
Deze aanbeveling past in de lijn die Stenden hogeschool sinds
jaren voorstaat. In de internationale omgeving waarin Stenden
opereert, is het volstrekt gebruikelijk om selectie aan de poort te
hanteren. In de praktijk levert dit meer gemotiveerde studenten op,
met alle voordelen van dien.
-Profilering door instellingen stimuleren en prestaties
belonen: de commissie daagt instellingen uit een scherper
profiel te kiezen en stelt voor dat de overheid de instellingen
daartoe moet stimuleren. Hiertoe moet een Europese
multidimensionale classificatie verder worden ontwikkeld voor
toepassing in de Nederlandse context. Het aandeel studentgebonden
financiering moet geleidelijk afnemen ten gunste van een groeiend
aandeel missiegebonden financiering waarbij de keuze voor een
bepaald profiel en de daarop gebaseerde prestaties worden
beloond.
Dit is voor Stenden een helder en logisch vervolg op de
beleidslijnen die door het ministerie van OCW de afgelopen
jaren zijn vastgelegd. De aanbeveling tot profilering sluit
naadloos aan op de huidige strategie van Stenden en het huidige
profiel. Stenden heeft nadrukkelijk gekozen voor een internationaal
profiel, voor opleidingen op 5 domeinen en voor hoogwaardige
kenniscentra zoals het Europees Toeristisch Instituut, het
Kenniscentrum Sociale Innovatie en het Centrum voor
Leiderschap.
-Investeren in onderzoek: in de overtuiging
dat onderzoek onmisbaar is voor de Nederlandse concurrentiepositie
en dat al het hoger onderwijs vervlochten moet zijn met onderzoek,
pleit de commissie voor een gerichte investeringsimpuls in het
onderzoek aan universiteiten en in toegepast onderzoek aan
hogescholen.
Ook dit past in de huidige lijn van Stenden: lectoraten vormen
voor Stenden een belangrijke stimulans voor toegepast onderzoek,
mede door de sterke band met het werkveld. Het percentage lectoren
per student is bij Stenden hogeschool relatief hoog en het aantal
lectoraten zal ook dit jaar weer stijgen.
-Associate degree: de commissie stelt voor
dat de minister van OCW in de loop van 2010 overgaat tot
definitieve invoering van de Associate degree.
Dit is een lang gekoesterde wens van Stenden waarmee niet
alleen de Associate degree de erkenning krijgt die hij verdient,
maar waarmee ook een nieuwe kans op hogere opleiding wordt geboden
aan werkenden in Nederland. De afgelopen weken hebben de eerste
medewerkers van grote bedrijven die eerst een AD-traject hebben
doorlopen, hun Bachelors-diploma behaald bij Stenden. Daarmee is
hun opleidingenpeil sterk gestegen. Daarnaast is een aantal AD in
voorbereidingen ten behoeve van onze vestiging in Emmen.
-Een nieuw arrangement voor
masteropleidingen: de commissie stelt voor om het aanbod
van masteropleidingen te verruimen en de professionele master een
meer structurele inbedding te geven. Zij pleit daartoe voor een
zorgvuldige uitbreiding van bekostigde professionele masters. In
aansluiting hierop stelt de commissie voor om een verkenning uit te
voeren naar de introductie van onderwijsrechten met het oog op de
gewenste flexibiliteit voor leven lang leren, om te beginnen voor
studenten van 30 jaar en ouder.
Beide punten zijn een concretisering van de bestaande
maatschappelijke ontwikkelingen, verwoord in onder meer de
beleidslijnen van het ministerie van OCW. Stenden hogeschool is het
eens met deze voorstellen; met het tweede voorstel wordt een
belangrijke voorzet gedaan voor een essentieel punt in een snelle
en duurzame transitie naar een kenniseconomie. Daarnaast is het een
erkenning voor het vele ontwikkelwerk dat Stenden reeds heeft
verricht in het aanbieden van een groot aantal professionele
masteropleidingen in het niche-segment. Over profilering
gesproken!
-Invoering van eenduidige titulatuur: de
commissie beveelt aan dat de bachelor- en mastertitels wettelijk
blijven vastgelegd en beschermd zijn voor zowel hbo als wo. De
instelling kiest de toevoeging die past bij het profiel van de
opleiding en verantwoordt zich daarover bij de accreditatie. Het
diplomasupplement specificeert de inhoud van het programma en de
instelling waar de opleiding is gevolgd.
En daarmee is wat Stenden betreft de verantwoordelijkheid voor
de kwaliteit en de invulling van de opleiding daar gelegd waar zij
hoort te zijn, met de kwaliteitswaarborgen die nu al bestaan. Het
zal Stenden helpen om haar internationale profiel in de
internationale context beter voor het voetlicht te krijgen.
- De 3 kern-aanbevelingen van de commissie
voor de instellingen zijn:
1. Kies een profiel
2. Geef onderwijs als
kerntaak meer aandacht
3. Investeer in kwalificaties van
personeel
Ook hiermee is Stenden hogeschool het eens, waarbij de eerste
aanbeveling door Stenden als sterk international geprofileerde
hogeschool in feite al is gerealiseerd. Wat betreft de
investeringen in de kwalificaties van het personeel: dit is een
sleutel-aanbeveling voor de hogescholen met ambities. Stenden
hogeschool investeert daarom dit jaar alleen al bijna E2mln in de
ontwikkeling van het eigen personeel. Want binnen een scherper
geprofileerde hogeschool, met selectie aan de poort, is de geboden
kwaliteit van het onderwijs van cruciaal belang voor een duurzame
ontwikkeling van het hoger onderwijs in Nederland.
Stenden hogeschool merkt in de dagelijkse praktijk aan de hand van
20 jaar internationale ervaring al de voordelige effecten van een
sterkere focus van (met name) internationale studenten op de
verschillende kwaliteitsaspecten van het gebodene. Dit komt de
kwaliteit voor alle studenten ten goede. Stenden vindt het een
goede zaak voor het Nederlandse hoger onderwijs dat deze kans op
het verder verbeteren van het onderwijsaanbod nu ook kan worden
opgepakt door de andere instellingen van hoger onderwijs in
Nederland.
De ambities voor de toekomst kunnen niet gerealiseerd worden in een
context van bezuinigingen. Substantiële investeringen zijn absoluut
noodzakelijk om de positie in de internationale concurrentiestrijd
te behouden en te versterken. Het is bittere noodzaak om gegeven de
economische crisis en jarenlange onderinvesteringen nu echt werk te
maken van de ambitie om één van de sterkste kenniseconomieën in de
wereld te zijn.
- Binariteit: deze wordt door de commissie
gezien als een waardevol onderscheid binnen ons bestel.
Hoewel Stenden de lijn van het betoog kan volgen, is Stenden
het op dit punt niet eens met de conclusie van de commissie. In de
internationale context van het hoger onderwijs blijft Nederland
hiermee, ook binnen de Bologna-accoorden, een onlogische
uitzonderingspositie behouden. Voor de internationaliseringswens
van de overheid is de binariteit een handicap, juist door het
gebrek aan internationaal vergelijkingsmateriaal. De commissie
biedt in haar advies wel ruimte voor classificatie en Stenden is
benieuwd hoe dit zich zal verhouden tot het waardevolle
onderscheid.