
Wie deeltijdaanbod voor zorg, bèta-technologie en onderwijs wil gaan volgen kan na 2017 rekenen op een voucher die het marktconforme collegegeld van zo'n € 9000 per jaar zal helpen verlichten. Het klinkt eenvoudiger dan het is. ScienceGuide inventariseert de complexiteiten en innerlijke contradicties die OCW nog moet overwinnen alvorens tot een adequate uitwerkingstoets te kunnen komen.
1.) Wat is een voucher?
Een voucher is een tegoedbon. Een overheidsorgaan als OCW kan deze niet zomaar ongelimiteerd uitdelen. Er zal een budget bij wet moeten worden vastgesteld, bij voorkeur in de rijksbegroting voor het onderdeel onderwijs. De HO-deeltijd deelnemer zal daarom moeten weten welke wettelijke aanspraak hij heeft op welke voucher onder welke voorwaarden. En dus ook wanneer en wanneer niet.
Aan de verstrekking van vouchers zullen vele haken en ogen zitten. Is deze voorzien van een prestatienorm voor de deelnemer? Mag OCW de voucher terugeisen als de deelnemer deze niet genoeg benut? Wat als de deelnemer ernstig ziek wordt, emigreert of sterft? Wie bewaakt de eventuele prestatienormen voor de benutting van de voucher? Monitort straks de inspectie alle individuele HO-deeltijd deelnemers? Of moet de belastingdienst dit doen?
Onhelder is immers nog hoe de deelnemer de voucher ontvangt. Krijgt hij deze als een loonsuppletie bij inschrijving om het collegegeld te vergoeden? Krijgt hij deze na het behalen van het HO-deeltijd-diploma? Is het een premie, een uitkering of een fiscale aftrek? Minister De Jager zal dat zeker willen weten met het oog op de verstrekkende gevolgen voor de fiscale positie van de toekomstige HO-deeltijd studenten.
Kortom, minder bureaucratisch wordt het niet in onderwijsland.
2.) Wat is maatschappelijk belangrijk?
Maatschappelijk en economisch belangrijk HO-deeltijd aanbod kan vouchers ontvangen. Wie stelt vast wat belangrijk is? OCW, de SER, EL&I?
Volgens de Grondwet is dit helder. Artikel 23 bepaalt dat het onderwijs bekostigd wordt op basis van eisen van deugdelijkheid die in de wet zijn vastgesteld. Een wettelijk regime voor de bepaling van het maatschappelijk belang is dus vereist. In de WHW zal een artikel moeten worden opgenomen dat bepaalt hoe en door wie en op welke gronden het maatschappelijk en economisch belang achter de voucher-verstrekking wordt bepaald. Dat geeft HO-instellingen en deelnemers dan een opeisbaar en gelijkwaardig bekostigingsrecht.
Grote dank dus nog eens aan de historische parlementaire leiders en staatslieden Troelstra (SDAP) en De Savornin Lohman (CHU) die dit compromis bedachten waardoor én het algemeen kiesrecht én de vrijheid van onderwijs in ons land zijn doorgevoerd. Wanneer? Onder Cort van der Linden, de laatste liberale premier voor Mark Rutte.
OCW zal deze wettelijke grondslag vervolgens moeten invullen met concrete maatregelen. Dus is dit aspect van HO-beleid eminent politiek. De Kamer zal ongetwijfeld zijn invloed willen doen gelden. De PVV zou voor haar gedoogsteun bijvoorbeeld bepaalde deelnemers (dubbele paspoorten, salafisten etc) willen doen uitzonderen van het recht op een voucher. De SGP zal kunnen betogen dat een deeltijdstudie in de theologie een eminent maatschappelijk belang vertegenwoordigt dat een voucherrecht als vanzelfsprekend moet omvatten.
Ook VSNU en HBO-raad zullen actief worden, alsmede de topsectoren en anderen uit het bedrijfsleven. Bijvoorbeeld bij de vraag 'welke opleidingen in zorg of onderwijs vallen onder het voucherregime?'
De lerarenopleiding tot imam, geestelijk verzorger en godsdienstdocent zal vast voor veel debat zorgen in dat verband. Ook zal het niet elke opleiding in de zorg als een tekortvak worden gezien. En geldt theorietische natuurkunde of deeltjesfysica als een ernstig beta-tech tekortvak, of als een soort conservatorium opleiding waar we niet dan na scherpste selectie aan de poort de toelating voor opstellen?
Dit type vragen zal nu onmiddellijk op tafel komen. Het niveau van detaillering van de invulling door OCW gaat dan ook veel uitmaken. Vermeden moet worden dat de voucher bij bijna iedereen terecht kan komen, maar ook dat een pietepeuterig geheel van bepalingen gaat ontstaan dat vooral veel ambtelijk werk en veel rechtszaken gaat opleveren.
3.) Hoe wordt dit belang handhaafbaar?
Als OCW en de Kamer het eens zijn geworden over 'maatschappelijk en economisch belang' dan begint het pas. Want in welk tempo gaat OCW dit doen? De keuze van voucherdomeinen moet wel inspelen op de dynamiek van de arbeidsmarkt en de kenniseconomie. Het tekortvak van vandaag is de overschotsector van morgen. OCW zal dus regelmatig de definitie van het belang moeten valideren en vernieuwen om het risico te vermijden precies de verkeerde vouchers voor de verkeerde disciplines uit te keren.
Wie gaat dit monitoren, prognoses maken en bijstellen? En hoe vaak? Dit zou typisch een klus zijn voor de SER in een tweejaarlijkse verkenning en advisering, liefst voorzien van een second opinion van de AWT en de Onderwijsraad.
Dit zou al snel ertoe leiden dat in het deeltijd-HO studenten actief zijn die voucherfinanciering ontvangen op grond van beleidsconclusies uit drie of vier achtereenvolgende cylci van besluitvorming. De detailbureaucratie die dit oproept, kan men zich voorstellen. De werkgelegenheid bij DUO en of de Belastingdienst zal in elk geval een impuls krijgen.
Een slimme jonge EUR-econoom legde ScienceGuide nog een andere denklijn voor: de Staatssecretaris nationaliseert de facto de studiekeuze in een belangrijk deel van het hoger onderwijs, zo analyseerde hij. Niet de dynamiek van individuele preferenties en van de daarop gebouwde kennismarkt zorgen voor bekostigingsrecht en investeringen, maar een nationaal overheidsbesluit, gebaseerd op politiek-ambtelijke overwegingen. "Is dat liberaal, bij u in Nederland", vroeg hij met verbaasde interesse.
Anders gezegd, deze economoom vond dit allesbehalve 'een privatisering', vanwege de zeer machtige rol die juist de centrale overheid zich nu in dit nieuwe HO-bestel toeëigent. Ook wees hij erop, dat de rol van een nationale overheid van nature een conserverende, deflexibiliserende en belangenstollende zal zijn. Dat is wat Hanzevoorzitter Henk Pijlman denigrerend 'een planeconomie' noemt.
Immers, de deeltijd-lerarerenopleidingen, zullen bijvoorbeeld zeer vrezen voor een dynamisch opererend OCW dat elke twee jaar een update zou doorvoeren van de voucher-recht-bepalingen. Alle partijen hebben belang bij een zeer traag beleid op dit punt, dat het 'maatschappelijk en economisch belang' zelden en zeer beperkt een inhoudelijke update zal willen geven. Alle partijen... behalve de studenten, de echte tekortvakken, de kwaliteit van het hoger onderwijs en de Minister van Financiën.
4.) Hoe wordt dit stelsel uitvoerbaar?
De vragen en antwoorden onder bovengenoemde punten geven al enige indruk van de risico's bij de uitvoerbaarheid van een HO-deeltijd die via open bestel en vouchers gerealiseerd zou gaan worden vanaf 2017. Zo is het opmerkelijk dat het kabinet Rutte op een vrijdagmiddag in maart 2012 al weet vast te leggen dat in 2017-2018 zorg, onderwijs en bèta-techniek ernstige tekortsectoren zullen zijn.
Hanze-voorzitter Henk Pijlman wijst bovendien op scherpe kritiek van NVAO en inspectie op de kwaliteit bij delen van het particulier deeltijdaanbod in het hoger onderwijs. Halbe Zijlstra zal zijn Minister, Marja van Bijsterveldt, toch niet onder ogen willen komen met een hervormingsagenda die de lat eerder omlaag legt dan omhoog?
Zijn eigen partij, de VVD, zal hij niet willen verrassen met een bestel dat primair een feest is voor de bureaucratie. VNO-NCW en MKB Nederland zal Zijlstra niet willen verheugen met een vouchersysteem dat de dynamiek van keuzes en arbeidsmarktveranderingen niet kán en niet wil volgen. Eén collega kan niettemin stiekem opgetogen zijn: Jan Kees de Jager.
Officieel is de voucheropzet geen bezuiniging op onderwijs. Maar wat zou gebeuren als vanaf 2017 maar weinig mensen zich aanmelden om deeltijd hoger onderwijs te volgen? De € 300 miljoen ligt nog op een plank bij OCW en na een jaar zal Financiën deze 'onderuitputting in de Rijksuitgaven' dankbaar incasseren voor de staatsschuld, als meevaller. De aanzienlijke daling van de deelname aan het deeltijd-HO van de voorbije jaren zal ambtelijk Financiën dan ook al aan het rekenen hebben gezet. Die meevaller is in potlood vast al ingeboekt in de meerjarenramingen.