Ranking the teachers

5 april 2012 - Wat is het nut eigenlijk van die evaluatieformulieren die je als student na een tentamen altijd moet invullen, vraagt ScienceGuide-columnist Lodewijk Berkhout zich af. Studenten “beoordelen een individu, maar de resultaten worden gebruikt om docenten onderling te vergelijken.”

"Na drie uur schrijven leg ik mijn pen neer. Wat ik de afgelopen weken heb geleerd staat nu op zeven kantjes klam papier. Terwijl de docent alle tentamens op haalt heb je de mogelijkheid een korte enquête in te vullen over het vak. Ik doe dat altijd, maar een studiegenoot weigert steevast.

Zijn geheelonthouding kent geen theoretische onderbouwing, dus tot een academisch dispuut hierover is het nog niet gekomen. Hij ziet simpelweg het nut niet en vraagt zich af wat er in hemelsnaam met die resultaten wordt gedaan.

Goed punt. De bestuurders hoor ik al schuchter toegeven: "Ja die resultaten moeten we inderdaad beter terugkoppelen naar de student". Dat is echter lang niet het belangrijkste probleem, bleek toen ik de theorie indook.

De enquête is betrouwbaar

Over schriftelijke enquêtes onder studenten is veel onderzoek gedaan. Sterker nog, ik vond een publicatie waarin is onderzocht hoeveel onderzoek naar deze enquêtes is gedaan. Conclusie: heel veel. Wat daar zoal uit blijkt? De enquête is een betrouwbaar en valide meetinstrument voor de effectiviteit van een docent.

Dat moest ik even ontleden. Met effectiviteit van een docent wordt de mate bedoeld waarin studenten iets leren. Zo`n enquête meet dat dus betrouwbaar en valide. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het volgende: Wanneer een docent wordt beoordeeld door een groep studenten en door collega`s, dan zijn die oordelen vaak met elkaar in overeenstemming.

Dit lijkt goed nieuws. We willen weten welke docenten in staat zijn de studenten iets bij te brengen en dat kan blijkbaar gemeten worden met zo`n enquête. Dat wordt dan ook volop gedaan. In Noord-Amerika en Europa gebruikt bijna 100% van de instellingen een schriftelijke enquête, in de rest van de wereld neemt het gebruik toe.

Ten onder aan eigen succes

De enquête gaat echter aan haar eigen succes ten onder. Het is niet langer een middel om te leren van studenten, terwijl het ooit zo is begonnen. Begin vorige eeuw stelden veel docenten zelf vragenlijstjes samen. Nu wordt dat centraler geregeld. Op de enquête die ik vorige week invulde stonden tien vragen over de docent. Tussen haakjes werd vermeld: indien meerdere docenten, neem gemiddelde.

Het vak werd inderdaad door meerdere docenten gegeven, die ik liever apart had beoordeeld. Voor de docent is het ook weinig leerzaam, vooral ook omdat de (multi-interpretabele) vragen zelden worden toegesneden op de individuele professionele ontwikkeling.

Onderaan het formulier is ruimte voor overige opmerkingen. Daar kan ik iets kwijt, specifiek over dit vak en deze docent. U praat te zacht. U gaat te snel. Uit onderzoek blijkt dat het voor de docent lastig is een conclusie te verbinden aan alle verschillende opmerkingen. Er zijn experts die aan de hand van de opmerkingen de docenten goede tips kunnen geven. Dat gebeurd echter zelden, dus veel onderzoek concludeert: Het is een wijdverbreid misverstand dat docenten beter gaan lesgeven naar aanleiding van de evaluatieformulieren.

Doel onduidelijk voor studenten

Kortom, de ooit zo leerzame informele methode heeft een transitie ondergaan. Het is nu vooral een meetinstrument waaruit een zogenoemde performance indicator rolt. Geen vies woord, maar bij het gebruik ervan is het oppassen geblazen. Studenten is nu niet duidelijk wat het doel is.

Zij beoordelen een individu, maar de resultaten worden gebruikt om docenten onderling te vergelijken. Daarnaast is het ook denigrerend. Iedere docent is zo anders, maar de instelling geeft de boodschap af dat je hen allemaal kan beoordelen met eenzelfde vragenlijstje. Logisch dus dat geen docent de loftrompet blaast voor deze methode.

Voor wie de formulieren gebruikt als performance indicator heb ik tot slot nog een evaluatiepuntje. Volg een paar colleges en vul dan zo`n vragenlijst in. Voelt gek hè?"

Lees alle columns van Lodewijk Berkhout hier