
De kritische constatering dat het beleid van de Europese Unie een sociale dimensie mist, is niet nieuw, zo erkent Vandenbroucke, Maar de praktische vraag die uit deze oude vaststelling voortkomt is allesbehalve vanzelfsprekend: welke sociale dimensie moet toegevoegd worden aan het beleid van de Europese Unie?
Intrinsiek complex
Voorstanders van een 'sociaal Europa' hebben te weinig stil gestaan bij de intrinsieke complexiteit van deze opgave, stelt de nieuw hoogleraar op de Den Uyl-leerstoel in zijn oratie. Impliciet gingen voorstanders er vaak van uit dat de sociale dimensie van de Unie zich zou ontwikkelen als een afgietsel van het sociale beleid in de lidstaten; deze opvatting bepaalde de manier waarop het debat over (de tekortkomingen van) 'het sociale Europa' werd gevoerd.
Vandenbroucke stelt dat een concept van sociaal beleid nodig is dat beantwoordt aan de specificiteit van de Europese Unie. Zowel de toegevoegde waarde als de politieke legitimiteit ervan moeten worden aangetoond. Hij benadrukt dat de formulering van een dergelijk concept dringend nodig is.
De operationele uitdaging daarbij is dat de samenhang tussen economisch en sociaal beleid op het niveau van de Unie hersteld moet worden. Het begrip 'sociaal' moet daarbij breed bekeken worden: het gaat bijvoorbeeld over werkgelegenheid en sociale bescherming, maar ook over onderwijs en opleiding.
Middelmatigheid en gelijke kansen
Deze denklijn sluit helemaal aan op de filosofie em het beleid waar Vandenbroucke als vice-premier en minister in de Vlaamse regering baanbekend werk verrichtte. u leest daarvoer hier zijn indringende interview met ScienceGuide, waarin hij betoogde dat middelmatigheid van onderwijs alles behalve een beleid inhoudt, dat werkelijk zorg draagt voor 'gelijke kansen.'
Hij zei daarin onder meer: "Mijn pleidooi voor gelijke kansen is
beslist geen pleidooi voor middelmatigheid voor iedereen. Zo werd
zo'n betoog vroeger nog wel eens verstaan. Daar sta ik recht
tegenover: middelmatigheid voor iedereen wil juist géén gelijke
kansen zeggen!"
"Juist de sociaal zwakkere groepen in de samenleving hebben
uitstekend onderwijs nodig om werkelijk vooruit te komen. Dat is in
de jaren vijftig en zestig in Vlaanderen bijvoorbeeld gelukt bij de
emancipatie van de kinderen uit arbeiders- en landbouwersgezinnen.
Bieden we jongeren allemaal middelmatig onderwijs, onthouden we hen
daarentegen de kansen op werkelijke emancipatie en
vooruitgang."