HAN scoort wereldwijde erkenning

29 mei 2012 - Lector Bram Veenhuizen (HAN Voertuigmechatronica) bezocht met hoofddocent Edwin Tazelaar Los Angeles voor een presentatie van hun onderzoekswerk. Het Electric Vehicles Symposium leidde tot een grote verrassing: een bekroning namens alle deelnemers.

Dit wereldwijd belangrijkste evenement op het gebied van elektrische mobiliteit kende in LA zijn 26e editie en Veenhuizen en Tazelaar mochten er 2 van de circa 350 bijdragen geven. Die van Edwin Tazelaar werd door de deelnemers verkozen tot beste presentatie. De HAN-medewerker werd zo de winnaar van de Best Dialogue Award.

Slimmer meten, beter kiezen

Edwin Tazelaar: "We hadden er een goed gevoel over, maar het mailtje van de congresmanager kwam toch als verrassing. Een ontzettend leuke erkenning van de Electric Vehicle-gemeenschap voor het werk dat we bij de HAN kunnen doen." De winnende presentatie wordt binnenkort gepubliceerd op de websites van EVS26  en van de Electric Drive Transportation Association (EDTA ). Ook zal in de eerstvolgende nieuwsbrief van EDTA een artikel verschijnen, waarin wordt verteld over het onderzoekswerk bij de HAN.

Tazelaar kwam tijdens zijn presentatie met de stelling, dat de statistische verdeling van het vermogen die nodig is om een elektrisch voertuig aan te drijven naar een normale verdeling neigt. Deze stelling wordt o.a. gemotiveerd en onderbouwd met metingen aan de Fiat Doblo op waterstof, die door de HAN werd gebouwd.

Wanneer het inderdaad mogelijk is de vermogensvraag van een te bouwen voertuig te benaderen met een normale verdeling, kan in de aandrijflijn van een brandstofcel hybride voertuig gemakkelijker de grootte van het brandstofcelsysteem en de accu worden gekozen. Dit is een andere benadering dan de tot nu toe gebruikelijke simulatie met zogenaamde driving cycles: datasets met voertuigsnelheden over de tijd.

Schoner kan bijna niet

Tazelaar is binnen het lectoraat aan een promotie bezig p dit terrein. Promotor is Paul van den Bosch, hoogleraar aan de TU/e en copromotor is lector Bram Veenhuizen, zijn reisgenoot naar Los Angeles en universitair docent aan de TU/e. Hun onderzoeksterrein is even uitdagend als breed. Wereldwijd zoekt men naar milieuvriendelijke alternatieven om onze vraag naar mobiliteit in te vullen. Eén van de mogelijkheden is waterstof als brandstof te gebruiken. Via een brandstofcel wordt de waterstof omgezet in elektriciteit waarmee auto, bus of vrachtwagen wordt aangedreven. Uit de uitlaat komt water: schoner kan bijna niet.

Het probleem is dat rijden met een voertuig grotere en snellere variaties kent dan een brandstofcel kan volgen. Daarom is opslag van elektriciteit nodig, in de vorm van accu's en supercaps. De vraag is echter hoe deze extra onderdelen in het voertuig kunnen worden ingepast. Onnodig grote accu's maken een voertuig zwaar en kostbaar, te kleine accu's verkleinen de levensduur van zowel accu als brandstofcel.

Binnen het lectoraat Voertuigmechatronica van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen wordt onderzoek gedaan om deze dynamica in kaart te brengen en te vertalen naar een optimale inzet van de supercaps, accu's en brandstofcel. Onderdeel van dit onderzoek is een promotietraject in samenwerking met de Technische Universiteit Eindhoven en NedStack, fabrikant van brandstofcellen.