
"Expertise op het gebied van rekenen en rekendidactiek is in Nederland vooral te vinden bij het Freudenthal Instituut . Manieren om van hun onderzoek op te hoogte raken en elkaar te treffen als onderzoeker en of als opleider is via dit instituut jarenlang gegarandeerd via de zogenaamde Panama conferenties en publicaties die verschijnen in het vaktijdschrift Panamapost. Uiteraard zijn ook enkele vakgroepen van universiteiten actief.
Onderzoek naar rekenonderwijs in Nederland
Momenteel zijn dit Universiteit Utrecht met de onderzoeksgroep rond Hans van Luit gelet op de rol van het werkgeheugen als onderdeel van de executieve functies naast het bestaan van dyscalculie, en Universiteit van Amsterdam met Rekentuin: een digitale vorm van rekenen die via het Web wordt aangeboden en veel onderzoek mogelijk maakt naar moeilijkheid van sommen en bijbehorende leercurves. Voor expertise van onderzoekers in het Nederlandse taalgebied buiten Nederland valt te denken aan breinonderzoek vanuit Universiteit Leuven met Bert De Smedt als belangrijke spin in het web.
Veel van onze expertise over rekenen wordt gevoed door onderzoek uit de VS. Goed op de hoogte zijn van nieuw onderzoek lukt door de wetenschappelijke tijdschriften daarover bij te houden en internationale conferenties bij te wonen.
De bijeenkomsten van de AERA kende ik al. Die van de National Council of Teachers of Mathematics nog niet. Daarom heb ik na het bestuderen van hun website in de zomer van 2011 een papervoorstel ingediend. Toen dit geaccepteerd werd in september van dat jaar kon ik me vervolgens voorbereiden op de presentatie.
Deze stond gepland voor donderdagmiddag met als titel Teaching Teachers about Effective Scaffolding during Classification Tasks with Kindergarteners. De lezing werd relatief goed bezocht gegeven het feit dat de conferentie vooral leerkrachten trok die in grote getalen 'tips for teaching' kwamen halen.
Leerkracht stond centraal
Toch zou ik om diverse redenen niet snel meer naar deze jaarlijkse conferentie gaan. Om te beginnen was de doelgroep toch vooral de leerkracht: van preschool tot en met universitair onderwijs. De consequentie daarvan was dat de lezingen vooral praktijkgerichte praatjes waren. Bijna elke bijeenkomst die ik bezocht betrof het concreet maken van didactiek door de aanwezigen als de leerlingen te behandelen.
Een belangrijke boodschap dit jaar was dat je met sommen maken pas moet beginnen als je op concreet (handelingsniveau) aansluiting hebt gevonden bij de leerlingen. Een andere boodschap was dat Response to Instruction, een beweging die 15 jaar geleden begon met de heer en mevrouw Fuchs, toch echt wel noodzakelijk is als organisatievorm om kinderen met diverse vaardigheidsniveaus te kunnen bereiken. Onderzoeksuitkomsten daarover zijn er wel en in grote getalen maar de sprekers refereerden daar nauwelijks aan.
Amerikaanse focus
Als onderzoeker kwam je niet aan je trekken. Voor papers over onderzoeksbevindingen moet je toch echt naar de AERA moest ik concluderen, temeer daar er niet over de grenzen werd heengekeken: het was met recht een nationale conferentie waar nauwelijks niet-Amerikanen op af waren gekomen.
De conferentie was gekoppeld aan een behoorlijk uitgebreide onderwijstentoonstelling. Ook daar viel de veelheid aan informatie op het niveau van concrete handreikingen op: desgevraagd konden de verkopers in de stands me meestal niet helpen aan de achtergrondinformatie van alle tips en tricks.
Kortom, een interessante kans om over deze grote nationale council meer te weten te komen maar niet voor herhaling vatbaar."
Diny van der Aalsvoort: lector Saxion Hogeschool, APO, pabo: opdracht Rekenen- en wiskundedidactiek